Herhaling Minderjarige Bestuurders: Impact Politierechter
De verkeerswetgeving in België is complex en voortdurend in evolutie, zeker wanneer het gaat over minderjarigen. Wanneer een minderjarige bestuurder herhaaldelijk in de fout gaat in het verkeer, kan dit vergaande consequenties hebben. Het begrip "herhaling" krijgt dan een zwaardere lading, met specifieke aandacht voor de rol van de politierechter en, in uitzonderlijke gevallen, de jeugdrechter. Dit artikel van Beboet.be, opgesteld door een gespecialiseerde advocaat in verkeersrecht, duikt diep in de materie van herhaling bij minderjarigen en de implicaties daarvan binnen het Belgische rechtssysteem, met inachtneming van de recente wetswijzigingen die in werking traden op 1 september 2026.
De intentie achter de wetgeving is duidelijk: verkeersveiligheid waarborgen en overtreders, inclusief minderjarigen, bewust maken van de ernst van hun daden. Voor minderjarigen is er echter een aanvullend aspect: de focus ligt vaak op heropvoeding en begeleiding, alvorens strengere bestraffing aan de orde is. Toch staat de politierechter niet machteloos bij de vaststelling van herhaling in het verkeer.
Dit artikel licht de relevante wetsbepalingen toe, schetst de mogelijke gevolgen en geeft inzicht in de procedure wanneer een minderjarige verwikkeld raakt in herhaalde verkeersinbreuken. Het is cruciaal om te begrijpen dat de juridische context voor minderjarigen verschilt van die voor volwassenen, en dat een gespecialiseerde juridische bijstand onontbeerlijk is in dergelijke dossiers.
Het Begrip Herhaling in het Verkeersrecht: Een Grondige Analyse
Herhaling, of recidive, verwijst in het strafrecht naar het opnieuw begaan van een strafbaar feit nadat men reeds voor een soortgelijk feit is veroordeeld. De wetgever acht herhaalde overtredingen ernstiger en voorziet vaak in verzwaarde straffen om herhaling te ontmoedigen en de verkeersveiligheid te verbeteren. Vóór de recente wetswijzigingen van 1 september 2026 kende het Belgische strafrecht een driedeling van strafbare feiten. Deze oude regels zijn echter niet meer van toepassing en mogen niet langer als leidraad dienen.
Sinds de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026 en de omzetting van de Wegverkeerswet door de wet van 25 mei 2026, is het concept van herhaling grondig hervormd. De verdubbeling van de geldboete bij herhaling binnen drie jaar van overtredingen per graad en snelheidsovertredingen blijft bestaan (artikel 29, § 4, laatste zin Wegverkeerswet). In plaats daarvan werkt herhaling nu voornamelijk via artikel 60 van het nieuwe Strafwetboek, wat kan leiden tot de oplegging van een straf die één niveau hoger ligt dan de basisstraf, zij het niet als automatisme, maar als een mogelijkheid voor de rechter. Er zijn echter uitzonderingen waarbij het artikel zelf een specifieke verdubbeling of verzwarende strafmaat bepaalt, zoals bijvoorbeeld bij bepaalde overtredingen van de Wegverkeerswet.
Het is van essentieel belang om te benadrukken dat de interpretatie van "herhaling" en de daaruit voortvloeiende sancties sterk afhangen van het specifieke artikel van de Wegverkeerswet dat is overtreden, de termijn waarbinnen de herhaling plaatsvond en de aard van de eerdere veroordelingen. De rechter zal steeds een individuele beoordeling maken van de omstandigheden van het geval, met aandacht voor de persoonlijkheid van de overtreder, zelfs wanneer het een minderjarige betreft. De vroegere verjaringsregels voor strafvorderingen zijn eveneens gewijzigd, wat een impact heeft op hoe lang feiten uit het verleden relevant blijven voor de beoordeling van herhaling. De verjaringstermijn voor overtredingen van de Wegverkeerswet is nu uniform drie jaar vanaf de dag waarop de overtreding is begaan (art. 68 Wegverkeerswet).
De Nieuwe Regels van het Strafwetboek en de Wegverkeerswet (vanaf 1 september 2026)
De wijzigingen van 1 september 2026 hebben een ingrijpende impact gehad op de strafrechtspleging in België. De oude driedeling van strafbare feiten en concepten zoals correctionalisering en politiestraf zijn verdwenen. Er zijn nu acht strafniveaus (artikel 36 Sw.), waarbij niveau 1 geen gevangenisstraf omvat, en niveau 2 gevangenisstraffen van 6 maanden tot 3 jaar, elektronisch toezicht of werkstraffen tot 300 uur. Het opleggen van een gevangenisstraf is de laatst te overwegen straf (artikel 27 Sw.).
Voor specifieke verkeersinbreuken zijn de geldboetes en eventuele gevangenisstraffen herzien. Bijvoorbeeld, de geldboete voor een eerste graad overtreding (artikel 29, § 2 Wegverkeerswet) bedraagt voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 100 tot 2.500 euro (niveau 1). Een tweede graad overtreding (artikel 29, § 1, derde lid Wegverkeerswet) leidt voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 tot een geldboete van 200 tot 2.500 euro (niveau 1). De omzetting van de Wegverkeerswet is voor de graden bedragneutraal opgezet. Het is cruciaal om te noteren dat deze bedragen de uiteindelijke te betalen sommen zijn, zonder dat er nog een vermenigvuldiging met acht of tien dient plaats te vinden zoals in het oude recht.
De Wegverkeerswet voorziet zelf in specifieke regels voor herhaling. Zo wordt de herhaling van alcoholgerelateerde overtredingen zoals die van artikel 34, § 2 (vanaf 0,35 mg/l alcohol) of artikel 35 (dronkenschap), of drugsgerelateerde overtredingen zoals artikel 37bis, § 1 (drugs in het verkeer), binnen drie jaar veel zwaarder bestraft. Volgens artikel 36, eerste lid Wegverkeerswet bedraagt de geldboete voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 dan 4.000 tot 50.000 euro en wordt er een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar opgelegd (niveau 2). Bij een nieuwe herhaling binnen drie jaar na de tweede veroordeling kan zelfs een straf van niveau 3 worden opgelegd, wat neerkomt op een geldboete van 8.000 tot 100.000 euro en een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar. Dit illustreert duidelijk de verzwarende aard van herhaling binnen de nieuwe wetgeving.
Minderjarigen in het Verkeer: De Specifieke Rol van de Politierechter
Wanneer een minderjarige een verkeersovertreding begaat, is de procedure niet identiek aan die voor een volwassene. Minderjarigen vanaf 16 jaar komen voor een verkeersmisdrijf in beginsel voor de politierechtbank, niet voor de jeugdrechtbank. Dit is een belangrijke nuancering. De jeugdrechter komt pas tussenbeide in bepaalde specifieke omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer de minderjarige een als misdrijf omschreven feit begaat en de jeugdrechter oordeelt dat een beschermingsmaatregel noodzakelijk is. Dit is met name het geval bij de ernstigere verkeersmisdrijven of wanneer de minderjarige al gekend is bij de jeugdrechter omwille van andere feiten.
De jeugdrechter heeft een breder scala aan maatregelen tot zijn beschikking dan enkel straffen. De nadruk ligt op de bescherming, opvoeding en begeleiding van de minderjarige. Dit kan variëren van een waarschuwing, toezicht van de sociale dienst, tot het opleggen van specifieke voorwaarden of zelfs plaatsing in een instelling. Bij herhaling van verkeersinbreuken door een minderjarige zal de jeugdrechter de ernst van de feiten, de frequentie van de overtredingen en de reactie van de minderjarige op eerdere maatregelen in overweging nemen. Het doel is altijd om de minderjarige op het juiste pad te krijgen en toekomstige overtredingen te voorkomen.
Het is van belang te begrijpen dat de tussenkomst van de jeugdrechter niet lichtvaardig gebeurt. Er wordt een grondig onderzoek ingesteld naar de leefsituatie van de minderjarige, de oorzaken van het gedrag en de mogelijkheden tot heropvoeding. Dit proces kan emotioneel en complex zijn voor de minderjarige en zijn of haar ouders. Juridische bijstand door een advocaat met expertise in zowel verkeersrecht als jeugdrecht is hierbij onontbeerlijk om de belangen van de minderjarige optimaal te behartigen en de gepaste maatregelen te bepleiten die recht doen aan de situatie. Het is in deze context dat een advocaat uit ons kantoor in Sint-Niklaas u de nodige begeleiding kan bieden.
De bevoegdheid van de Politierechter en de Jeugdrechter bij Minderjarigen
Zoals eerder vermeld, is het een misvatting te denken dat elke verkeersovertreding door een minderjarige automatisch voor de jeugdrechter komt. Artikel 1 van de Jeugdbeschermingswet bepaalt dat minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit plegen (VOSF) in principe onder de bevoegdheid van de jeugdrechtbank vallen. Echter, de wet voorziet ook in de mogelijkheid van "overdracht van bevoegdheid". Specifiek voor verkeersmisdrijven heeft de wetgever de procedure vereenvoudigd: minderjarigen vanaf 16 jaar worden voor verkeersmisdrijven in de regel doorverwezen naar de politierechtbank.
De politierechter zal de zaak behandelen volgens de reguliere procedure voor volwassenen, maar zal wel rekening houden met de leeftijd van de beklaagde. Dit betekent dat de politierechter, hoewel gebonden aan de strafniveaus en geldboetes van de Wegverkeerswet en het Strafwetboek, ook meer nadruk kan leggen op educatieve maatregelen. Bij ernstige of herhaalde feiten kan de politierechter echter wel strenger optreden. Het is een delicate balans tussen bestraffing en begeleiding.
Pas wanneer de politierechter oordeelt dat de zaak te complex is, of dat de minderjarige blijk geeft van gedrag dat een diepere beschermingsmaatregel vereist, kan deze de zaak alsnog doorverwijzen naar de jeugdrechter. Dit gebeurt echter niet vaak bij eenvoudige verkeersovertredingen, maar eerder bij zeer zware inbreuken, of wanneer er al een geschiedenis is van problematisch gedrag. De jeugdrechter zal dan, zoals eerder beschreven, een uitgebreidere aanpak hanteren met focus op bescherming en opvoeding. Het is cruciaal voor de verdediging om de grens tussen deze twee bevoegdheden goed te bewaken en waar nodig te bepleiten welke rechtbank het meest geschikt is om de zaak te behandelen.
Welke Sancties bij Herhaling voor Minderjarigen? Specifieke Gevallen
De sancties die een minderjarige kan oplopen bij herhaling zijn divers en afhankelijk van de aard van de overtreding en de frequentie ervan. Zoals eerder aangegeven, zal de politierechter (voor minderjarigen vanaf 16 jaar die voor deze rechtbank verschijnen) de straffen uit de Wegverkeerswet toepassen, maar rekening houdend met de leeftijd. De wetgeving maakt geen onderscheid in de geldboetebedragen voor minderjarigen, maar de toepassing van gevangenisstraffen is uiteraard anders. Let wel, de jeugdrechter kan wel andere, niet-strafrechtelijke, maatregelen opleggen.
Een veelvoorkomend voorbeeld van herhaling is het rijden zonder rijbewijs. Volgens artikel 30, § 1 Wegverkeerswet bedraagt de geldboete voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 2.000 tot 20.000 euro, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar (niveau 2). Bij herhaling binnen drie jaar wordt de geldboete verdubbeld (artikel 30, § 4 Wegverkeerswet). Dit toont aan dat de wetgever hier een expliciete verdubbeling voorziet, bovenop de algemene regel van artikel 60 Sw.
Een ander ernstig geval is het sturen tijdens een verval van het recht tot sturen. Artikel 48, § 1 Wegverkeerswet bepaalt hiervoor voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 een geldboete van 5.000 tot 20.000 euro, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een verplicht verval van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed (niveau 2). Bij herhaling binnen drie jaar (artikel 48, § 2 Wegverkeerswet) wordt dit een straf van niveau 3, met een geldboete van 10.000 tot 40.000 euro en een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar. De ernst van de sancties bij herhaling kan niet genoeg worden benadrukt, ook voor minderjarigen die onder het toepassingsgebied van de politierechtbank vallen. Dit zijn voorbeelden van waar de wet expliciet zwaardere straffen voorziet bij herhaling.
Drugs en Alcohol in het Verkeer: Verzwaring bij Herhaling
De wetgever pakt alcohol- en drugsgerelateerde overtredingen in het verkeer bijzonder streng aan, en des te meer bij herhaling. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026, bedraagt de geldboete voor drugs in het verkeer (artikel 37bis, § 1 Wegverkeerswet) 2.000 tot 20.000 euro. Hier staat geen gevangenisstraf op bij een eerste overtreding (niveau 1). Het verval is niet verplicht. Ook voor alcohol vanaf 0,35 mg/l UAL of weigering (artikel 34, § 2 Wegverkeerswet) bedraagt de geldboete voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 2.000 tot 20.000 euro, zonder gevangenisstraf (niveau 1), maar verval is mogelijk.
Maar wanneer er sprake is van herhaling van artikel 34, § 2, artikel 35 (dronkenschap) of artikel 37bis, § 1 binnen drie jaar, dan zijn de gevolgen zeer ernstig (artikel 36, eerste lid Wegverkeerswet). De geldboete bedraagt voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 4.000 tot 50.000 euro én er volgt een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar (niveau 2). Bij een nieuwe herhaling binnen drie jaar na de tweede veroordeling kan een straf van niveau 3 worden opgelegd: 8.000 tot 100.000 euro en een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar. Dit geldt onverkort voor minderjarigen die voor de politierechtbank verschijnen.
Bovendien kan bij herhaling van artikel 34, § 2 (met telkens ten minste 0,50 mg/l UAL of 1,2 g/l bloed) het alcoholslot verplicht worden opgelegd voor één tot drie jaar of levenslang (artikel 37/1, § 1, derde lid Wegverkeerswet). Dit toont aan dat de wetgever geen genade kent voor recidivisten in alcohol- en drugsgerelateerde verkeersmisdrijven, ongeacht de leeftijd, zolang zij onder de bevoegdheid van de politierechtbank vallen. Deze sancties kunnen een diepgaande impact hebben op de toekomst van de minderjarige, wat de noodzaak van gespecialiseerde juridische bijstand verder onderstreept.
Verval van het Recht tot Sturen en Herstelvoorwaarden bij Herhaling
Naast geldboetes en eventuele gevangenisstraffen, is het verval van het recht tot sturen een van de meest ingrijpende sancties in het verkeersrecht. Voor minderjarigen die een rijbewijs hebben of een voorlopig rijbewijs, kan dit de mobiliteit en toekomstige kansen ernstig belemmeren. Het verval van het recht tot sturen kan verplicht of facultatief zijn, afhankelijk van de aard van de overtreding en de aanwezigheid van herhaling. Een facultatief verval bedraagt altijd ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar (artikel 38, § 1, laatste lid Wegverkeerswet).
Bij herhaling binnen drie jaar van een lijst van specifieke misdrijven – waaronder bijvoorbeeld ernstige snelheidsovertredingen (artikel 29, § 1, eerste lid, of artikel 29, § 3, derde lid), rijden zonder rijbewijs (artikel 30, §§ 1-3), vluchtmisdrijf (artikel 33, §§ 1 en 2), alcohol (artikel 34, § 2), dronkenschap (artikel 35), drugs (artikel 37bis, § 1) en sturen tijdens verval (artikel 48) – is een verval van het recht tot sturen van ten minste drie maanden verplicht (artikel 38, § 6 Wegverkeerswet). Bij een volgende herhaling binnen deze lijst bedraagt het verplichte verval zes maanden, en daarna negen maanden. Deze bepaling geldt onverminderd voor minderjarigen die voor de politierechtbank verschijnen.
Naast het verval zelf, kan de rechter herstelvoorwaarden opleggen. Artikel 38, § 3 Wegverkeerswet somt vijf herstelvoorwaarden op: een theoretisch examen, een praktisch examen, een geneeskundig onderzoek, een psychologisch onderzoek en een specifieke opleiding bepaald door de Koning. Deze examens en onderzoeken zijn van rechtswege verplicht bij de herhalingen zoals opgesomd in artikel 38, § 6 en bij samenloop met ernstige misdrijven als doding of integriteitsaantasting in het verkeer (artikelen 107, 107/1 of 218 Sw.). Buiten deze gevallen kan de rechter ze op grond van artikel 38, § 3 facultatief opleggen, wat een belangrijke overweging is bij de verdediging van minderjarigen. Het is belangrijk te benadrukken dat het effectief verval kan worden beperkt tot vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en tot feestdagen (het zogenaamde weekendrijverbod), maar dit is uitgesloten wanneer de rechter een alcoholslot oplegt of het herstel afhankelijk maakt van examens, onderzoeken of een opleiding (artikel 38, § 2bis Wegverkeerswet). Een weekendrijverbod kan dus niet worden gecombineerd met herstelvoorwaarden.
De Rol van de Advocaat en de Rechtsbijstandsverzekering
Bij geconfronteerd worden met een verdenking van herhaling in het verkeer, zeker als minderjarige, is de bijstand van een gespecialiseerde advocaat in verkeersrecht van cruciaal belang. Een advocaat kan de minderjarige en zijn of haar ouders begeleiden door het complexe juridische landschap, de feiten analyseren, eventuele procedurefouten opsporen (zoals een laattijdige verzending van het proces-verbaal), en een sterke verdediging opbouwen. Het kantoor Beboet.be in Sint-Niklaas beschikt over dergelijke expertise en kan u bijstaan gedurende het hele traject.
De kosten voor juridische bijstand kunnen een zorg zijn, maar het is belangrijk te weten dat de rechtsbijstandsverzekering in verkeerszaken meestal het ereloon van de advocaat betaalt. Deze waarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of de familiale polis. Het is een recht om bij een procedure zelf uw advocaat te kiezen (artikel 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen). De tussenkomst hangt uiteraard af van de specifieke polisvoorwaarden. Het is dus raadzaam om contact op te nemen met uw verzekeraar om de dekking te controleren. Een advocaat kan u ook helpen bij het aanvragen van deze dekking en het contact met de verzekeringsmaatschappij.
Een advocaat zal ook de mogelijkheid onderzoeken om de geldboete te laten verlagen op basis van de financiële draagkracht van de minderjarige of zijn of haar ouders, indien dit relevant is. De wet voorziet hier mogelijkheden voor, maar dit vereist een onderbouwde aanvraag bij de rechter. Daarnaast kan de advocaat bepleiten dat er, waar mogelijk, alternatieve straffen worden opgelegd, zoals een werkstraf in plaats van een gevangenisstraf, gezien de focus op heropvoeding bij minderjarigen. De werkstraf duurt bij niveau 1 twintig tot honderdtwintig uren en bij niveau 2 meer dan honderdtwintig tot driehonderd uren (artikel 45, § 2 Sw.). Meer uitleg over de bijstand van een advocaat vindt u op de pagina Gratis bijstand.
Preventie en Aandachtspunten voor Minderjarige Bestuurders
De beste aanpak bij verkeersovertredingen is preventie. Voor minderjarige bestuurders is het essentieel om de verkeersregels niet alleen te kennen, maar ook de ernst van overtredingen en de gevolgen van herhaling te begrijpen. Ouders spelen hierin een cruciale rol door het goede voorbeeld te geven en hun kinderen te onderwijzen over veilig rijgedrag. De focus op verkeersveiligheid dient al op jonge leeftijd te beginnen en door te gaan tijdens de periode van het voorlopig rijbewijs en de eerste jaren als volwaardige bestuurder.
Een belangrijk aandachtspunt is het absoluut verbod op het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat met een scherm (denk aan een smartphone) tijdens het rijden, zelfs wanneer men stilstaat in de file of voor een rood licht is dit niet toegestaan. Het negeren van dit verbod is een overtreding van de derde graad (artikel 8.4 Wegcode) en kan voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 leiden tot een geldboete van 300 tot 5.000 euro (niveau 1). Bij herhaling kunnen de gevolgen nog zwaarder zijn, zeker in combinatie met andere overtredingen of ongevallen. Meer hierover vindt u in ons artikel over GSM Achter het Stuur: Onmiddellijke Inning & Gevolgen.
Ook snelheidsovertredingen vormen een constant risico. Bij meer dan 40 km/u te snel, of meer dan 30 km/u te snel binnen de bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, wordt het verval van het recht tot sturen verplicht opgelegd (artikel 29, § 3, derde lid Wegverkeerswet). Dit kan een aanzienlijke impact hebben op de mobiliteit van een jonge bestuurder. Dergelijke overtredingen dragen voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 een geldboete van 100 tot 5.000 euro (niveau 1). Het is dus van groot belang dat minderjarigen zich bewust zijn van de geldende snelheidsbeperkingen en de gevolgen van het negeren hiervan.
Administratieve Toeslagen en Gerechtskosten
Naast de geldboete en eventuele andere straffen, krijgt een veroordeling door de politierechtbank ook te maken met administratieve toeslagen en gerechtskosten. Aan een rechterlijke veroordeling hangt wél een administratieve toeslag, namelijk die van artikel 162ter van het Wetboek van Strafvordering, die voor het jaar 2026 30,56 euro (geïndexeerd bedrag) bedraagt. Dit bedrag komt bovenop de opgelegde geldboete.
Bovendien dient de veroordeelde ook een bijdrage te leveren aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers. Deze bijdrage bedraagt, voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026, 250 euro. Dit is een bijkomende straf die losstaat van de gerechtskosten en de administratieve toeslag. De gerechtskosten zelf omvatten diverse uitgaven die de staat heeft gemaakt in het kader van de procedure, zoals expertisekosten of kosten voor dagvaarding. Een advocaat kan u hierover meer duidelijkheid verschaffen en nagaan of de kosten correct zijn berekend.
Het is belangrijk om het onderscheid te maken tussen een onmiddellijke inning, een minnelijke schikking en een gerechtelijke veroordeling. Een onmiddellijke inning is een vaste som die de politie voor bepaalde overtredingen kan voorstellen, zonder tussenkomst van een rechter. Hierop komt de administratieve toeslag van 10,67 euro (tarief 2026) voor feiten gepleegd vanaf 1 juli 2026 (artikel 65, § 1 Wegverkeerswet). Een minnelijke schikking is een voorstel van het parket om een procedure te vermijden door een bepaald bedrag te betalen. Een gerechtelijke veroordeling is het resultaat van een procedure voor de politierechtbank. Deze systemen zijn verschillend en kennen elk hun eigen financiële implicaties, die zorgvuldig moeten worden overwogen.
Verjaring van de Strafvordering en de Datum van de Feiten
De verjaring van de strafvordering is een cruciaal aspect in het strafrecht, inclusief het verkeersrecht. Sinds de wijzigingen van 1 september 2026 zijn de regels hieromtrent eveneens hervormd. Voor overtredingen van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten hiervan, bedraagt de verjaringstermijn nu een uniforme drie jaar vanaf de dag waarop de overtreding is begaan (artikel 68 Wegverkeerswet). Er is dus geen getrapt stelsel of een termijn van twee jaar meer. U kunt hierover meer lezen op de pagina Herhaling.
Voor misdrijven die onder het nieuwe Strafwetboek vallen, zoals doding in het verkeer (artikel 107 Sw.) of integriteitsaantasting in het verkeer (artikel 218 Sw.), gelden langere verjaringstermijnen. Deze bedragen tien jaar voor strafniveaus 1, 2 en 3, en vijftien jaar voor strafniveaus 4, 5 en 6 (artikel 21 V.T.Sv., gewijzigd op 1 september 2026). De "stuiting" van de verjaring bestaat niet meer sinds de wet van 9 april 2024; de verjaringstermijn loopt niet meer vanaf de dag van de aanhangigmaking bij het vonnisgerecht (artikel 23 V.T.Sv.). De "schorsing" van de verjaring blijft wel bestaan (artikel 24 V.T.Sv.).
Een ander essentieel punt is dat het bedrag van een geldboete afhangt van de datum van de feiten, en niet van de datum van de dagvaarding of veroordeling. Er zijn drie opeenvolgende periodes die van invloed zijn op de hoogte van de geldboete. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 gelden de bedragen zoals letterlijk in dit artikel vermeld, met een factor van 1,25 (2,5 opdeciemen). Voor feiten van 1 februari tot en met 31 augustus 2026 gold een factor van 10 op de oude basisbedragen, en voor feiten tot en met 31 januari 2026 gold een factor van 8. De bedragen die in dit artikel worden genoemd, zijn de effectieve bedragen voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026. Dit betekent dat bij de beoordeling van oudere feiten, de rechter de voor de beklaagde gunstigste wet zal toepassen (artikel 2, derde lid Sw.). U kunt hierover meer lezen in ons artikel Boetebedragen 2026: de datum van de feiten beslist.
Lees ook
* Herhaling verkeersinbreuken: Eerste vs tweede keer
* Politierechter herhaling: typische strafmaat
* Geldboete verlagen door financiële draagkracht: uw rechten
* Verval rijbewijs na vluchtmisdrijf: uw rechten & plichten
Meer uitleg over dit onderwerp leest u op Meer over Herhaling.
Wie beperkte middelen heeft, vindt de voorwaarden van de kosteloze rechtsbijstand op Gratis advocaat.
Conclusie: Bescherm de Rechten van Minderjarigen bij Herhaling in het Verkeer
De gevolgen van herhaalde verkeersovertredingen voor minderjarigen zijn complex en kunnen een aanzienlijke impact hebben op hun toekomst. De wetgeving van kracht sinds 1 september 2026 heeft duidelijke, verzwaarde sancties bij herhaling, zowel in de vorm van geldboetes, eventuele gevangenisstraffen (in de gevallen dat dit is toegelaten en voor zover de minderjarige voor de politierechter verschijnt) als het verval van het recht tot sturen. De rol van de politierechter of jeugdrechter is hierbij bepalend, waarbij steeds een afweging wordt gemaakt tussen bestraffing, bescherming en heropvoeding. Het is absoluut essentieel om professionele juridische bijstand in te schakelen wanneer een minderjarige te maken krijgt met herhaling in het verkeer. Een gespecialiseerde advocaat kan de rechten van de minderjarige verdedigen, eventuele procedurefouten aanvechten en pleiten voor de meest geschikte maatregelen. Vergeet niet dat uw rechtsbijstandsverzekering in veel gevallen de kosten van een advocaat dekt en u het recht heeft om uw eigen advocaat te kiezen. Neem contact op met ons kantoor in Sint-Niklaas voor een eerste advies om de belangen van de minderjarige optimaal te behartigen. We nemen contact met u op om te bespreken of en hoe wij u kunnen bijstaan. Voor een inschatting van de mogelijke boete kunt u alvast onze Bereken uw boete tool gebruiken.
Veelgestelde vragen
Uw autoverzekering betaalt meestal uw advocaat
- De rechtsbijstandswaarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of de familiale polis, vaak zonder dat zij het beseffen.
- Anders dan in de meeste andere rechtstakken is dat in verkeerszaken eerder regel dan uitzondering.
- Loopt er een procedure, dan kiest u zélf uw advocaat: uw verzekeraar mag u er geen opleggen (art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen).
- Wij dienen de aanvraag in bij uw verzekeraar en rekenen rechtstreeks met hem af. Komt uw polis tussen, dan betaalt u zelf niets.
Of uw polis tussenkomt, hangt af van uw voorwaarden — denk aan een waarborgplafond, een wachttijd of een uitsluiting. Wij kijken uw polis gratis na en zeggen u eerlijk waar u aan toe bent vóór er iets opstart.
Laat uw polis nakijkenHulp nodig?
Bij verkeerszaken betaalt de rechtsbijstand in uw autoverzekering meestal het ereloon van uw advocaat — en u kiest zelf wie u verdedigt.
Wettelijke bronnen
Lees onze volledige gids over herhaling