Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Advocaat verkeersrecht · Laatste update 8 september 2026
In het kort
- Art. 29bis WAM: zwakke weggebruiker (voetganger, fietser, passagier) krijgt lichamelijke schade automatisch vergoed, zonder foutbewijs.
- Stoffelijke schade volgt de aansprakelijkheid; kledijschade wel mee vergoed via 29bis.
- Strafmaat art. 107 en 218 Sw. bij gewonden of overlijden, telkens bij een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid.
- Wegrijden = vluchtmisdrijf (Art. 33): apart en zwaarder misdrijf.
- Art. 107/1 en 218/1 Sw. kennen zeven verzwarende omstandigheden; bij art. 107/1 tillen ze het misdrijf naar niveau 4, met een geldboete tot €20.000.
Een verkeersongeval is ingrijpend, en in de uren erna stapelen de vragen zich op: wat moet u nú doen, wie betaalt de schade, bent u aansprakelijk en riskeert u een dagvaarding voor de politierechtbank? Deze pagina is de centrale gids voor het verkeersongeval in België — van het Europees aanrijdingsformulier en de automatische vergoeding van de zwakke weggebruiker (Art. 29bis WAM) tot de strafmaat bij gewonden en het verschil met vluchtmisdrijf. Per onderwerp verwijzen we u door naar een verdiepend artikel.
Auteur: mr. Peter-Jan De Meulenaere, advocaat verkeersrecht. Laatst bijgewerkt: 8 september 2026 — juridisch nagekeken op basis van het Strafwetboek van 29 februari 2024 en de Wegverkeerswet zoals van toepassing sinds 1 september 2026.
Hebt u een proces-verbaal, een dagvaarding of een aanrijdingsformulier ontvangen? Laat uw documenten gratis nakijken via Upload uw document. In verkeerszaken betaalt de rechtsbijstand in uw autopolis bovendien meestal het ereloon van uw advocaat, en u kiest zelf uw advocaat (art. 156 Verzekeringswet). Een snelle inschatting maakt u met de boetecalculator; voor uw dossier vraagt u gratis juridische bijstand aan, via WhatsApp of telefonisch op 050 67 32 06.
Wat is een verkeersongeval?
Juridisch spreekt men van een verkeersongeval zodra er minstens één voertuig betrokken is op de openbare weg (of een voor het publiek toegankelijk terrein) en daarbij schade of letsel ontstaat — een botsing tussen wagens, een aanrijding met een fietser of voetganger, een kettingbotsing of een valpartij. Zodra die elementen aanwezig zijn, treden specifieke regels in werking over de vaststellingen, de verzekering en de aansprakelijkheid. Hoe u meteen na de feiten handelt, bepaalt voor een groot deel hoe vlot uw dossier later wordt afgehandeld.
Wat te doen na een ongeval?
Het is begrijpelijk dat u na een botsing ontdaan bent, maar het loont om systematisch te werk te gaan. Dit vierstappenplan helpt u op weg.
- 1
Zorg eerst voor veiligheid
Fluohesje aan, gevarendriehoek op ~30 m (gewone weg) of 100 m (snelweg). Verplaats voertuigen enkel bij blikschade én gevaar. Bij gewonden: bel hulpdiensten. Nooit wegrijden — dat kan vluchtmisdrijf opleveren (Art. 33 Wegverkeerswet).
- 2
Kies de juiste aangifte
Enkel stoffelijke schade → Europees aanrijdingsformulier samen met tegenpartij. Gewonden, zware schade, discussie, alcohol/drugs → politie + proces-verbaal (afschrift binnen dertig dagen vanaf de datum van de misdrijven, Art. 62 Wegverkeerswet sinds 1 juli 2026).
- 3
Documenteer de feiten
Foto's van stand voertuigen, remsporen, schade, nummerplaten en verkeersborden. Noteer getuigengegevens. Maakt het verschil tussen betwiste en bewezen aansprakelijkheid.
- 4
Laat uw dossier nakijken
PV, dagvaarding, verzekeringsbrief of aanrijdingsformulier vroegtijdig laten beoordelen via Upload uw document. De rechtsbijstand in uw autopolis betaalt meestal het ereloon, en u kiest zelf uw advocaat (art. 156 Verzekeringswet).
Stoffelijke vs lichamelijke schade: het verschil dat telt
Veel betrokkenen verwarren materiële schade met lichamelijke schade, terwijl dat juridisch een fundamenteel onderscheid is. Het bepaalt langs welke weg u vergoed wordt én of er een strafzaak volgt.
- • Stoffelijke (materiële) schade — schade aan voertuigen of goederen: een gedeukte wagen, een geplooid fietskader, een kapotte helm of schade aan infrastructuur. Wordt afgehandeld via het gewone aansprakelijkheidsrecht en de BA-verzekeraar van de aansprakelijke partij. Lees meer in onze gids over uw rechten bij enkel stoffelijke schade.
- • Lichamelijke schade — letsels, arbeidsongeschiktheid, medische kosten, blijvende hinder of overlijden. Zodra iemand gewond raakt, wordt standaard de politie bijgehaald en een strafdossier opgestart. De kans op een dagvaarding voor de politierechtbank stijgt aanzienlijk.
Schadevergoeding: wie betaalt wat? (Art. 29bis WAM)
Voor veel slachtoffers is dit de kernvraag. Het Belgische recht biedt extra bescherming aan de meest kwetsbare deelnemers in het verkeer, via artikel 29bis van de WAM-wet (wet van 21 november 1989).
Zwakke weggebruiker: lichamelijke schade automatisch vergoed
Een zwakke weggebruiker is iedereen behalve de bestuurder van een motorvoertuig: voetgangers, fietsers en passagiers vallen er dus onder. Bent u als zwakke weggebruiker betrokken bij een ongeval met een motorvoertuig, dan wordt uw lichamelijke schade en eventueel overlijden automatisch vergoed door de WAM-verzekeraar van het betrokken motorvoertuig — zonder dat u eerst de fout van de andere partij moet bewijzen. Die vergoeding blijft zelfs gelden bij overmacht en wanneer u als fietser of voetganger zelf een verkeersfout maakte. Lees meer in onze artikels over aansprakelijkheid bij een ongeval tussen fietser en auto en de vergoeding na een fietsongeval.
Let op: die automatische vergoeding geldt niet voor de bestuurder van een motorvoertuig die zelf schade lijdt. Die valt terug op het gewone aansprakelijkheidsrecht.
Wat valt niet onder Art. 29bis?
De automatische regeling dekt enkel de lichamelijke schade. Uw stoffelijke schade — de fiets, de wagen, de smartphone — valt buiten artikel 29bis. Eén uitzondering: kledijschade wordt wél mee vergoed, en functionele prothesen worden als medische kosten beschouwd.
| Type schade | Slachtoffer | Wie betaalt? |
|---|---|---|
| Lichamelijke schade (+ kledij) | Zwakke weggebruiker | Automatisch via Art. 29bis WAM |
| Overige stoffelijke schade | Iedereen | BA-verzekeraar aansprakelijke partij |
| Lichamelijke schade | Bestuurder motorvoertuig | Gewone aansprakelijkheidsrecht |
Onverzekerd of niet-geïdentificeerd voertuig (Waarborgfonds)
Is het betrokken motorvoertuig niet verzekerd of niet geïdentificeerd — bijvoorbeeld omdat de bestuurder na de aanrijding de vlucht nam — dan blijft u niet in de kou staan. Het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds (GMWF) treedt dan in de plaats van de ontbrekende verzekeraar en vergoedt de zwakke weggebruiker.
Wanneer is de vergoeding toch uitgesloten?
De uitsluiting is bewust zeer beperkt. Ze speelt enkel wanneer het slachtoffer — ouder dan 14 jaar — het ongeval en de gevolgen opzettelijk heeft veroorzaakt. Loutere onvoorzichtigheid of een eigen verkeersfout volstaat dus niet.
Aansprakelijkheid: hoe wordt schuld bepaald?
Dat schade wordt vergoed, betekent niet dat de aansprakelijkheid al vaststaat. Buiten het beschermingsregime van artikel 29bis — bijvoorbeeld tussen twee automobilisten, of voor de stoffelijke schade van een fietser — valt men terug op het algemene aansprakelijkheidsrecht: wie een fout begaat en daardoor schade veroorzaakt, is aansprakelijk en diens verzekering betaalt.
Verzekeraars en rechtbanken wegen daarbij het aanrijdingsformulier, foto's en getuigen, het proces-verbaal, de voorrangsregels uit de wegcode en factoren als snelheid, afstand en manoeuvres. Soms ligt de fout duidelijk bij één partij, soms is er gedeelde aansprakelijkheid. Meer achtergrond in onze gids over aansprakelijkheid bij een verkeersongeval in België; bij meerdere voertuigen lees onze analyse van de aansprakelijkheid en schade bij een kettingbotsing.
Strafrechtelijke gevolgen: doding in het verkeer & integriteitsaantasting in het verkeer (Art. 107 & 218 Sw.)
Zodra er gewonden vallen, verschuift de zaak van een loutere verzekeringskwestie naar het strafrecht. De politierechtbank is dan bevoegd, en het Openbaar Ministerie kan de veroorzaker dagvaarden. Het nieuwe Strafwetboek gebruikt eigen opschriften: art. 107 Sw. — "Doding in het verkeer" (voorheen onopzettelijke doding, art. 419 oud Sw.), art. 107/1 Sw. — "Verzwaarde doding in het verkeer", art. 218 Sw. — "Veroorzaken van een integriteitsaantasting in het verkeer" (voorheen onopzettelijke slagen en verwondingen, art. 420 oud Sw.), en art. 218/1 Sw. — "Verzwarende factoren". Art. 218 Sw. slaat op een integriteitsaantasting van de eerste, tweede of derde graad.
Belangrijk: art. 107 en 218 Sw. vereisen een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid — een zwaardere drempel dan onder het oude recht, en dus een reëel verweermiddel.
Art. 107, 107/1, 218 en 218/1 Sw. werden ingevoegd bij de wet van 8 februari 2026, waarvan de invoegingsbepalingen op 26 februari 2026 in werking traden, maar zij zijn van toepassing op feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 — de datum waarop het nieuwe Strafwetboek zelf in werking trad. Voor feiten van vóór 1 september 2026 gelden nog art. 419 en 420 oud Sw.
De zeven verzwarende omstandigheden
Art. 107/1 Sw. en art. 218/1 Sw. kennen zeven omstandigheden:
- 1° de bestuurder begaat een overtreding van de vierde graad zoals bedoeld in art. 4 van het KB van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad;
- 2° de bestuurder rijdt door het rode licht;
- 3° de bestuurder rijdt terwijl hij een mobiel elektronisch apparaat met een scherm vasthoudt of manipuleert, tenzij het in een daartoe bestemde houder aan het voertuig bevestigd is;
- 4° de bestuurder overschrijdt de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 40 km/u, of met meer dan 30 km/u binnen een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf;
- 5° de bestuurder is geen houder van het bij wet of verordening vereiste rijbewijs, of zijn rijbewijs werd ingetrokken, ongeldig verklaard, geschorst of ingehouden;
- 6° de bestuurder rijdt in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat als gevolg van substanties die de alertheid achter het stuur verminderen;
- 7° de geldigheid van het rijbewijs van de bestuurder is beperkt tot voertuigen met een alcoholslot en hij bestuurt een voertuig dat niet met een alcoholslot is uitgerust.
De omstandigheid onder 5° geldt niet voor de bestuurder die houder is van een rijbewijs waarvan de administratieve geldigheidsduur minder dan een jaar is verstreken.
Het gevolg verschilt per artikel: bij art. 107/1 Sw. verhogen deze omstandigheden het strafniveau naar niveau 4; bij art. 218/1 Sw. zijn het geen strafverzwarende kwalificaties, maar factoren die de rechter uitdrukkelijk in overweging moet nemen bij de keuze en de zwaarte van de straf voor het misdrijf van art. 218 Sw.
| Feit | Artikel | Gevangenisstraf | Geldboete |
|---|---|---|---|
| Veroorzaken van een integriteitsaantasting in het verkeer (onopzettelijk letsel) — niveau 2 | Art. 218 Sw. (voor feiten van vóór 1 september 2026: art. 420 oud Sw.) | 6 maanden – 3 jaar | €250–€6.250 |
| Doding in het verkeer (onopzettelijke doding) — niveau 3 | Art. 107 Sw. (voor feiten van vóór 1 september 2026: art. 419 oud Sw.) | meer dan 3 – 5 jaar | €250–€12.500 |
| Verzwaarde doding in het verkeer (niveau 4) | Art. 107/1 Sw. | meer dan 5 – 10 jaar | €250–€20.000 |
Art. 107/1 Sw. heeft een eigen plafond: in afwijking van art. 52, § 1, tweede lid Sw. bedraagt de geldboete ten hoogste zestienduizend euro nominaal — met 2,5 opdeciemen dus €20.000, en niet de gewone niveau 4-vork.
Naast de gevangenisstraf en de geldboete kan de rechter bijkomende straffen opleggen, zeker bij alcohol of drugs in het verkeer, of bij herhaling. Vaak volgt dan een langdurig rijverbod en, in bepaalde gevallen, een onderzoek naar medische rijongeschiktheid (artikel 42). Krachtens artikel 27 Sw. is de gevangenisstraf steeds de laatst te overwegen straf: de rechter moet eerst geldboete, werkstraf (art. 45 Sw.) of probatiestraf (art. 44 Sw.) overwegen. Onder het nieuwe Strafwetboek bestaat er bovendien geen gevangenisstraf van minder dan zes maanden meer: een straf van niveau 1 kent geen gevangenisstraf, en niveau 2 begint bij zes maanden.
Verplicht minimumverval bij samenloop (art. 38, § 2)
Veroordeelt de rechter u tegelijk wegens art. 107 of 107/1 Sw. én wegens art. 29, § 1 of § 3, art. 34, § 2, art. 35 of art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet, dan bedraagt het verval van het recht tot sturen ten minste drie maanden en hangt het herstel af van het slagen voor de vier examens en onderzoeken van art. 38, § 3. Bij art. 107 of 107/1 Sw. samen met art. 36 (herhaling alcohol of drugs) is dat ten minste één jaar; bij art. 218 Sw. samen met art. 36 ten minste zes maanden. Bij een veroordeling wegens art. 107 of 107/1 Sw. kan het verval bovendien voor meer dan vijf jaar of levenslang worden uitgesproken (art. 38, § 1, laatste lid). Wordt u lichamelijk of geestelijk ongeschikt bevonden, dan moet de rechter daarnaast een verval wegens rijongeschiktheid uitspreken (art. 42 Wegverkeerswet); de duur daarvan hangt af van het bewijs dat de ongeschiktheid weg is.
Politierechtbank en verjaring
Inbreuken op de Wegverkeerswet en haar uitvoeringsbesluiten verjaren na drie jaar, te rekenen van de dag waarop de overtreding is begaan (art. 68 Wegverkeerswet); er bestaat geen termijn van twee jaar en geen getrapt stelsel naargelang de zwaarte. Voor misdrijven uit het Strafwetboek — doding in het verkeer (art. 107, niveau 3), verzwaarde doding in het verkeer (art. 107/1, niveau 4) en het veroorzaken van een integriteitsaantasting in het verkeer (art. 218, niveau 2) — geldt tien jaar voor de strafniveaus 1, 2 en 3 en vijftien jaar voor de niveaus 4, 5 en 6 (art. 21 van de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, zoals gewijzigd met ingang van 1 september 2026). Dat beide regimes naast elkaar bestaan, volgt uit art. 25 van de voorafgaande titel: art. 21 geldt voor bijzondere wetten enkel “voor zover die wetten niet anders bepalen”, en art. 68 Wegverkeerswet bepaalt wél anders. De stuiting van de verjaring bestaat niet meer: art. 22 van de voorafgaande titel is opgeheven bij de wet van 9 april 2024, art. 60, met ingang van 28 april 2024, en art. 23 bepaalt sindsdien dat de termijn niet opnieuw begint te lopen vanaf de aanhangigmaking van de strafvordering. Onderzoeks- of vervolgingsdaden doen de klok dus niet langer hervatten. De schorsing (art. 24) blijft wel bestaan wanneer de wet dat bepaalt of wanneer een wettelijk beletsel de instelling van de strafvordering verhindert. Laat de verjaring in uw dossier altijd concreet nakijken. Besluit dus nooit op basis van enkel tijdsverloop dat een dossier "wel verjaard zal zijn". Wat een dagvaarding concreet inhoudt, leest u op gedagvaard voor de politierechtbank.
Vluchtmisdrijf na een ongeval (Art. 33)
Een fout maken in het verkeer is menselijk, maar wegvluchten na een aanrijding telt als een apart en zwaarder misdrijf. Volgens artikel 33 van de Wegverkeerswet pleegt vluchtmisdrijf wie de plaats van het ongeval verlaat om zich aan de nuttige vaststellingen te onttrekken, terwijl hij wist dat hij de oorzaak of aanleiding van het ongeval was. Het gaat dus om een intentioneel misdrijf: het opzet moet bewezen worden, en ook het slachtoffer van een aanrijding kan vluchtmisdrijf plegen door weg te rijden.
De straffen zijn aanzienlijk: een geldboete van €2.000 tot €20.000 (art. 33, § 1 Wegverkeerswet), oplopend tot €4.000–€50.000 bij verzwarende omstandigheden zoals gewonden of een dodelijke afloop (art. 33, § 2), gecombineerd met een verplicht rijverbod en herstelexamens. Op art. 33, § 1 (zonder gewonden) staat geen gevangenisstraf; met gewonden is het niveau 2 en met een dodelijk slachtoffer niveau 3. Het verval van het recht tot sturen bij vluchtmisdrijf met gewonden of doden valt onder art. 38, § 1, 5° Wegverkeerswet: bij een veroordeling wegens art. 33, § 2 moet de rechter het verval uitspreken. Meer detail op onze pagina over de straf bij vluchtmisdrijf.
Auteur
Mr. Peter-Jan De Meulenaere
Advocaat verkeersrecht bij LawBase Advocaten — verdedigt bestuurders dagelijks voor de politierechtbank bij elke verkeersinbreuk.
Upload uw document
Stuur uw PV, dagvaarding of aanrijdingsformulier door. Een advocaat kijkt uw dossier kort na — dat is geen juridisch advies.
Upload Uw Dagvaarding
Vul het formulier in en upload uw document. Wij behandelen alles strikt vertrouwelijk.
Veelgestelde vragen
De informatie op deze pagina is algemeen juridisch overzicht en geen individueel advies. Elke zaak hangt af van het concrete dossier — neem contact op voor een persoonlijke evaluatie.
