Gsm op de fiets: welke boete riskeert u in 2026?
Wie in België op de fiets zijn smartphone vastneemt, denkt vaak dat dat hooguit onverstandig is maar niet echt verboden. Dat klopt niet. Het verbod bestaat al jaren, het geldt uitdrukkelijk ook voor fietsers, en sinds 3 maart 2022 wordt het bovendien zwaarder bestraft dan daarvoor. Er komt met andere woorden geen nieuw verbod aan: de regel is er al, en veel fietsers weten dat niet.
In dit artikel zetten wij uiteen wat artikel 8.4 van de Wegcode precies verbiedt, waarom een fietser onder die regel valt, welk bedrag u in 2026 concreet riskeert, en in welke gevallen de politie u geen onmiddellijke inning mag voorstellen. Wij doen dat vanuit de dagelijkse praktijk van ons kantoor voor de politierechtbank. LawBase heeft vestigingen in Brugge, Antwerpen, Gent, Tongeren, Sint-Niklaas en Leuven.
De regel staat in artikel 8.4 van de Wegcode
De bepaling luidt letterlijk: "Behalve wanneer zijn voertuig stilstaat of geparkeerd is, mag de bestuurder geen mobiel elektronisch apparaat met een scherm gebruiken, vasthouden noch manipuleren, tenzij het in een daartoe bestemde houder aan het voertuig bevestigd is."
Let op de drie werkwoorden. Verboden zijn niet enkel het gebruiken, maar ook het loutere vasthouden en het manipuleren. U hoeft dus niet te bellen of te typen om strafbaar te zijn: het toestel in de hand houden volstaat. Dat is bewust zo geformuleerd, omdat de vaststellende agent anders telkens zou moeten bewijzen wat u met het scherm aan het doen was.
Let ook op het voorwerp van de regel. Er staat niet gsm, maar mobiel elektronisch apparaat met een scherm. Daaronder vallen naast de smartphone ook een tablet, een e-reader, een spelconsole en een losse gps. Het toestel in een daartoe bestemde houder aan het voertuig bevestigen, is wel toegelaten.
Waarom een fietser onder die regel valt
Artikel 8.4 spreekt over de bestuurder, niet over de autobestuurder. De Wegcode definieert die begrippen zelf, en de keten is sluitend.
Artikel 2.13 omschrijft de bestuurder als al wie een voertuig bestuurt of trek-, last- en rijdieren of vee geleidt of bewaakt. Artikel 2.14 omschrijft een voertuig als elk middel van vervoer te land. Artikel 2.15.1 rekent het rijwiel daar uitdrukkelijk onder: elk voertuig met twee of meer wielen dat wordt voortbewogen door middel van pedalen, zoals een fiets, een driewieler of een vierwieler.
Een fiets is dus een voertuig, en wie hem bestuurt is een bestuurder. Artikel 8.4 is op hem van toepassing, precies zoals op de bestuurder van een auto. Daarover bestaat in de rechtsleer geen betwisting. Wat wel betwist wordt, is of dezelfde straf voor beide gevallen wel proportioneel is; daarop komen wij verderop terug.
Sinds wanneer geldt de huidige tekst
De huidige formulering komt uit het koninklijk besluit van 24 januari 2022, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 21 februari 2022 en in werking getreden op **3 maart 2022**.
Dat besluit bracht twee wijzigingen. Eerst een verruiming: waar de oude tekst enkel sprak over een gsm of een draagbare telefoon, viseert de nieuwe tekst elk mobiel elektronisch apparaat met een scherm. En daarnaast een verzwaring: de inbreuk verhuisde van de tweede naar de **derde graad**. Wie vandaag nog leest dat het om een overtreding van de tweede graad gaat, leest een tekst van vóór maart 2022.
Wat wel mag
De uitzondering in artikel 8.4 is dubbel. Toegelaten is enerzijds het toestel bedienen wanneer het in een daartoe bestemde houder aan het voertuig is bevestigd, en anderzijds het toestel vastnemen wanneer uw voertuig stilstaat of geparkeerd is.
Die tweede uitzondering wordt geregeld verkeerd begrepen. Wachten voor een rood licht of stilstaan in een file is in de zin van de Wegcode geen stilstaan of parkeren: u neemt dan nog altijd deel aan het verkeer. Wie aan het rode licht zijn berichten nakijkt, is dus wel degelijk in overtreding. Voor een fietser betekent dit concreet dat u van de rijbaan af moet en effectief moet stoppen vooraleer u uw toestel in de hand neemt.
Wat u riskeert: twee sporen
Een overtreding van de derde graad kan op twee manieren worden afgehandeld, en de bedragen verschillen aanzienlijk.
**Het eerste spoor is de onmiddellijke inning.** Krachtens artikel 2 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 bedraagt de som voor een overtreding van de derde graad **191 euro**. Dat is een vast bedrag waarop geen opdeciemen worden toegepast. Betaalt u, dan is de zaak daarmee afgehandeld.
**Het tweede spoor is de politierechtbank.** Betaalt u niet, of is een onmiddellijke inning uitgesloten, dan komt de zaak voor de rechter en gelden de vorken van artikel 29, § 1, tweede lid van de Wegverkeerswet. Sinds 1 september 2026 is dat een straf van niveau 1 met een nominale geldboete van **240 tot 4.000 euro**. Op dat nominale bedrag komen 2,5 opdeciemen, oftewel factor 1,25, zodat de effectieve vork **€ 300 tot € 5.000** bedraagt. Daar komen nog de gerechtskosten en de bijdrage van 250 euro aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers bovenop.
Het verschil tussen 191 euro en een boete die tot 5.000 euro kan oplopen, is de reden waarom een onmiddellijke inning zelden zomaar naast u neer te leggen valt. Hoe die bedragen precies tot stand komen en waarom de datum van de feiten daarbij doorslaggevend is, leggen wij uit in ons artikel over de datum van de feiten en het boetebedrag. Wat er gebeurt als u een voorstel negeert, leest u in ons stuk over de gevolgen van een genegeerde onmiddellijke inning.
Wanneer een onmiddellijke inning niet mogelijk is
Op drie punten sluit het koninklijk besluit de onmiddellijke inning uit, en die punten zijn voor fietsers bijzonder relevant.
Ten eerste is de inning uitgesloten wanneer de overtreder **minder dan 18 jaar oud** is. Aangezien een aanzienlijk deel van de fietsers minderjarig is, betekent dit dat de zaak in die gevallen niet met een betaling kan worden afgesloten maar bij het parket terechtkomt.
Ten tweede is de inning uitgesloten wanneer een overtreding van de derde graad **samen met een andere overtreding** wordt vastgesteld. Wie met het toestel in de hand ook nog door het rode licht rijdt of zonder verlichting rijdt, komt dus in het tweede spoor terecht.
Ten derde is de inning uitgesloten wanneer de totale som meer dan 382 euro bedraagt.
Is er een rijverbod mogelijk?
Bij een overtreding van de vierde graad en bij zware snelheidsovertredingen legt de wet de rechter een verval van het recht tot sturen op. Bij een overtreding van de **derde graad is dat niet het geval**: de politierechter kan een verval uitspreken, maar hij moet dat niet. In de praktijk gebeurt dat bij een op zichzelf staande inbreuk op artikel 8.4 zelden. Bemerk bovendien dat het verval van het recht tot sturen slaat op motorvoertuigen, wat de praktische draagwijdte ervan bij een fietser sterk relativeert.
Elektrische fietsen, gemotoriseerde rijwielen en speed pedelecs
Voor de toepassing van artikel 8.4 maakt de aandrijving geen verschil. Een klassieke fiets, een elektrische fiets met trapondersteuning, een gemotoriseerd rijwiel en een speed pedelec zijn stuk voor stuk voertuigen in de zin van artikel 2.14 van de Wegcode. Wie er een bestuurt, is bestuurder en valt onder het verbod.
Voor een speed pedelec, die tot 45 kilometer per uur haalt, spreekt dat vanzelf. Maar ook op een gewone stadsfiets in een druk centrum is de afleiding die uitgaat van een scherm reëel: uw blik verlaat de weg, uw hand verlaat het stuur, en uw remweg loopt op.
Het debat over proportionaliteit
Er is één punt waarop de huidige regeling wel degelijk ter discussie staat, en het is nuttig om dat te kennen. België hanteert hetzelfde tarief ongeacht het voertuig: een fietser met een gsm in de hand betaalt dezelfde 191 euro als een vrachtwagenchauffeur.
Belangenorganisaties zoals de Fietsersbond pleiten voor meer proportionaliteit, met het argument dat de risico's wezenlijk verschillen. Een afgeleide automobilist brengt vooral anderen in gevaar door de combinatie van massa en snelheid, terwijl een afgeleide fietser in de eerste plaats zichzelf in gevaar brengt. In Nederland wordt dat onderscheid wel gemaakt. De Fietsersbond vraagt uitdrukkelijk geen straffeloosheid voor fietsers, maar een straf die de werkelijke gevaarzetting weerspiegelt.
Dat is vandaag een beleidsdebat en geen geldend recht. Voor de politierechter kan het wel een argument zijn bij de straftoemeting, aangezien de rechter binnen de vork van € 300 tot € 5.000 over een ruime beoordelingsvrijheid beschikt.
Wat verandert er de komende jaren wel?
De Wegcode van 1 december 1975 wordt op **1 juni 2027** buiten werking gesteld en vervangen door vier reglementen: de federale Code van de openbare weg, de Brusselse Code van de openbare weg, het Vlaams verkeersreglement en de Waalse Code van de openbare weg. Tot die datum blijft artikel 8.4 gelden zoals het hierboven is weergegeven.
Die hervorming is meermaals uitgesteld. Wie leest dat de Wegcode al op 1 september 2026 zou zijn vervangen, leest een verouderde aankondiging.
Wat te doen als u een boete ontvangt
Kijk eerst na welke bepaling in het proces-verbaal wordt aangehaald en welke graad daaraan wordt toegekend. Een inbreuk op artikel 8.4 is een overtreding van de derde graad; wordt zij als vierde graad gekwalificeerd, dan is dat een punt van verweer. Ga vervolgens na of de vaststelling wel klopt: had u het toestel effectief in de hand, of zat het in een houder? Stond u werkelijk stil in de zin van de Wegcode?
Betwist u de feiten, dan is het zelden verstandig om de onmiddellijke inning gewoon te laten liggen, want dan verliest u de controle over het bedrag. Reageer schriftelijk en tijdig; over die termijnen schreven wij een apart stuk over de betaaltermijn van een verkeersboete. Wie eerder werd veroordeeld, houdt best ook rekening met de regels inzake herhaling en de strafmaat voor de politierechter.
Een inschatting van het bedrag dat op tafel ligt, maakt u meteen zelf via Bereken uw boete. Meer achtergrond over de praktische kant van boetes vindt u op onze pagina over de verkeersboete, en de volledige regeling rond schermgebruik achter het stuur behandelen wij op onze pagina gsm achter het stuur.
In veel dossiers bent u bovendien gedekt door uw rechtsbijstandsverzekering, waardoor bijstand u niets kost. Bekijk de mogelijkheden via Gratis advocaat. LawBase staat u bij vanuit Brugge, Antwerpen, Gent, Tongeren, Sint-Niklaas en Leuven.
Besluit
Gsm-gebruik op de fiets is in België niet nieuw verboden en wordt in 2026 ook niet nieuw beboet. Het verbod staat sinds 3 maart 2022 in zijn huidige vorm in artikel 8.4 van de Wegcode, het geldt voor elke bestuurder van elk voertuig, en het is een overtreding van de derde graad.
Concreet betekent dat een onmiddellijke inning van 191 euro, of voor de politierechtbank een geldboete van nominaal 240 tot 4.000 euro, effectief € 300 tot € 5.000 na toepassing van de 2,5 opdeciemen. Bij minderjarige fietsers of bij samenloop met een andere overtreding is de onmiddellijke inning uitgesloten en komt de zaak hoe dan ook voor de rechter.
Het toestel in een houder plaatsen of pas raadplegen nadat u effectief van de weg af bent, kost u niets. Het alternatief kost 191 euro in het beste geval.
Veelgestelde vragen
Uw autoverzekering betaalt meestal uw advocaat
- De rechtsbijstandswaarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of de familiale polis, vaak zonder dat zij het beseffen.
- Anders dan in de meeste andere rechtstakken is dat in verkeerszaken eerder regel dan uitzondering.
- Loopt er een procedure, dan kiest u zélf uw advocaat: uw verzekeraar mag u er geen opleggen (art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen).
- Wij dienen de aanvraag in bij uw verzekeraar en rekenen rechtstreeks met hem af. Komt uw polis tussen, dan betaalt u zelf niets.
Of uw polis tussenkomt, hangt af van uw voorwaarden — denk aan een waarborgplafond, een wachttijd of een uitsluiting. Wij kijken uw polis gratis na en zeggen u eerlijk waar u aan toe bent vóór er iets opstart.
Laat uw polis nakijkenHulp nodig?
Bij verkeerszaken betaalt de rechtsbijstand in uw autoverzekering meestal het ereloon van uw advocaat — en u kiest zelf wie u verdedigt.
Wettelijke bronnen
Lees onze volledige gids over gsm-gebruik