Tablet in voertuig gebruiken: GSM-regel
U gebruikt even uw tablet om een route te wijzigen, een leverbon te openen, een playlist te kiezen of een bericht te lezen terwijl u aan het rijden bent. Veel bestuurders denken dat het verbod vooral over de klassieke gsm gaat. In België is dat misleidend: het verbod viseert niet alleen de telefoon, maar een mobiel elektronisch apparaat met een scherm. Een tablet in voertuig gebruiken valt dus in dezelfde juridische logica als gsm-gebruik achter het stuur wanneer u het toestel vasthoudt of manipuleert in omstandigheden waarin de Wegcode dat verbiedt.
Waarom een tablet juridisch als GSM wordt behandeld
De kernregel staat in art. 8.4 van de Wegcode. Die bepaling gaat niet enkel over bellen met een telefoon. Zij gebruikt een ruimere formulering: een bestuurder mag geen mobiel elektronisch apparaat met een scherm vasthouden, gebruiken of manipuleren, behalve wanneer het voertuig stilstaat of geparkeerd is. Een tablet, smartphone, gps-toestel met scherm, muziekspeler met display of ander draagbaar schermtoestel kan onder die regel vallen wanneer het mobiel is en door de bestuurder wordt vastgenomen of bediend.
Dat brede toepassingsgebied is logisch. Het risico zit niet alleen in het telefoongesprek, maar in het wegvallen van aandacht, de handeling met de hand en het kijken naar een scherm. Een tablet is vaak groter dan een gsm en kan zelfs méér afleiden: de bestuurder moet het toestel zoeken, ontgrendelen, vasthouden, lezen of bedienen. Net daarom wordt een tablet niet behandeld als een onschuldig accessoire, maar als een schermtoestel dat de rijtaak kan verstoren.
Voor de bestuurder maakt de naam van het toestel dus weinig uit. De discussie gaat meestal over de concrete handeling: lag de tablet vast in een houder, werd hij vastgehouden, werd hij bediend, was het voertuig werkelijk geparkeerd of stilstaan in de zin van de Wegcode, en wat heeft de politie precies vastgesteld? Wie een proces-verbaal ontvangt, doet er goed aan de vaststellingen nauwkeurig te laten nakijken, zeker wanneer het toestel niet in de hand was of wanneer de context anders was dan in het proces-verbaal wordt weergegeven.
Wat verbiedt art. 8.4 van de Wegcode precies?
Art. 8.4 van de Wegcode verbiedt het vasthouden, gebruiken of manipuleren van een mobiel elektronisch apparaat met een scherm door de bestuurder, behalve wanneer het voertuig stilstaat of geparkeerd is. De officiële teksten van de Wegcode en de Wegverkeerswet kunt u raadplegen via de Wegcode en de Wegverkeerswet op wegcode.be. De bepaling is technologieneutraal geformuleerd: het gaat niet om één merk, één toesteltype of één communicatiefunctie, maar om een categorie apparaten die visuele en manuele afleiding veroorzaken.
Belangrijk is het onderscheid tussen een toestel dat correct gemonteerd is en een toestel dat u in de hand neemt. Een ingebouwde boordcomputer, een vast navigatiescherm of een stevig geplaatste houder verandert de juridische beoordeling niet automatisch in uw voordeel, maar de vaststelling van “vasthouden” is dan minder evident. Wie de tablet uit de houder neemt om in te zoomen, een adres in te geven of een document te openen, komt daarentegen veel sneller in de gevarenzone van art. 8.4 Wegcode.
De woorden “gebruiken” en “manipuleren” zijn even belangrijk als “vasthouden”. Een bestuurder die de tablet op de schoot legt en met de vinger bedient, kan moeilijk volhouden dat er geen manipulatie was. Ook kort tikken, swipen, ontgrendelen, een melding wegduwen of een app openen kan onder de verboden handeling vallen. Het argument dat de handeling maar enkele seconden duurde, neemt de inbreuk niet noodzakelijk weg.
Wanneer mag een tablet wel worden gebruikt?
De Wegcode maakt een uitdrukkelijke uitzondering wanneer het voertuig stilstaat of geparkeerd is. Dat betekent niet dat elke tijdelijke onderbreking van de rit voldoende is. Een stop voor een rood licht of een stilstand in de file is geen “stilstaan” in de zin van art. 2.22 Wegcode zoals die uitzondering wordt begrepen. U blijft dan deelnemen aan het verkeer en moet klaar zijn om veilig te reageren zodra het verkeer beweegt.
Een veilig voorbeeld is de bestuurder die de wagen reglementair parkeert, de motor uitzet of minstens duidelijk buiten de verkeersstroom staat, en pas dan de tablet gebruikt om een route te bekijken of een bericht te beantwoorden. Ook een professionele bestuurder die documenten moet controleren, doet dat best op een parkeerplaats of laadzone waar parkeren of stilstaan volgens de verkeersregels is toegelaten. Het praktische verschil tussen “even wachten” en “geparkeerd zijn” is juridisch belangrijk.
Ook passagiers mogen uiteraard een tablet gebruiken, maar de bestuurder blijft verantwoordelijk voor zijn eigen rijgedrag. Wanneer een passagier de tablet vasthoudt en de bestuurder enkel mondeling instructies krijgt, is dat iets anders dan wanneer de bestuurder zelf het scherm bedient. Toch kan een tablet die hinderlijk in het gezichtsveld hangt of de bestuurder afleidt, in een concrete situatie nog andere verkeersregels oproepen. Het veiligste uitgangspunt blijft: laat de tablet bedienen door een passagier of stop op een wettige plaats.
Derde graad: wat betekent dat voor de sanctie?
Een mobiel elektronisch apparaat met een scherm vasthouden in strijd met art. 8.4 Wegcode is een overtreding van de derde graad. Dat geldt dus ook voor een tablet wanneer de concrete feiten onder die bepaling vallen. Derdegraadsovertredingen worden zwaarder behandeld dan gewone vormfouten, omdat zij rechtstreeks verband houden met verkeersveiligheid en afleiding achter het stuur.
Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor een overtreding van de derde graad 300 tot 5.000 euro. Dat is een sanctie van niveau 1 in de zin van art. 36 van het nieuwe Strafwetboek. Niveau 1 betekent dat er geen gevangenisstraf aan deze derdegraadsovertreding is gekoppeld. De rechter kan binnen niveau 1 wel een geldboete, een werkstraf van 20 tot 120 uur of een probatiestraf van 6 tot 12 maanden opleggen, afhankelijk van de concrete zaak en de wettelijke mogelijkheden.
In de praktijk begint een dossier vaak met een onmiddellijke inning. Voor een derdegraadsovertreding bedraagt de onmiddellijke inning 191 euro volgens het KB van 19 april 2014. Dat is geen geldboete en er wordt geen bijkomende berekening op toegepast. Bij een onmiddellijke inning hoort wel de administratieve toeslag van art. 65, § 1 Wegverkeerswet; het tarief 2026 bedraagt 10,67 euro. Wordt de zaak later voor de rechter gebracht, dan gelden andere posten: bij een rechterlijke veroordeling komt onder meer de administratieve toeslag van art. 162ter Sv. in beeld, met tarief 2026 van 30,56 euro, naast de bijdrage van 250 euro aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers en de gerechtskosten.
Onmiddellijke inning, minnelijke schikking of politierechtbank
De onmiddellijke inning komt van de politie op basis van art. 65 Wegverkeerswet. Voor een tabletinbreuk die als derde graad wordt vastgesteld, kan het bedrag van 191 euro worden voorgesteld, met de administratieve toeslag die bij de inning hoort. Betaling met overschrijving moet gebeuren binnen tien dagen vanaf de afgifte of verzending van het verklarend document, zoals geregeld in het KB van 19 april 2014. Wie niet betaalt, ziet het dossier niet automatisch verdwijnen.
Een minnelijke schikking is iets anders. Die komt van het parket op grond van art. 216bis Sv. en is geen rechterlijke veroordeling. De door de procureur bepaalde betalingstermijn bedraagt ten minste vijftien dagen en ten hoogste drie maanden. Betaling van een minnelijke schikking is geen erkenning van schuld, maar tegenover een eventueel slachtoffer geldt de betaling wel als onweerlegbaar vermoeden van fout. Dat onderscheid is belangrijk wanneer de tabletinbreuk samenhangt met een ongeval of schadeclaim.
Komt de zaak voor de politierechtbank, dan beoordeelt de rechter het proces-verbaal, de betwisting, de persoonlijke omstandigheden en eventuele samenloop met andere inbreuken. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 blijft de geldboete voor een derdegraadsovertreding 300 tot 5.000 euro, niveau 1 en zonder gevangenisstraf. Bij een veroordeling kunnen bijkomende kosten en bijdragen volgen. Wie vooraf een realistisch zicht wil krijgen op bedragen en scenario’s, kan Bereken uw boete gebruiken als praktische eerste oriëntatie, zonder dat dit het juridisch onderzoek van het dossier vervangt.
Veelvoorkomende voorbeelden met een tablet in de wagen
Een eerste voorbeeld is de vertegenwoordiger die een tablet op de passagierszetel heeft liggen en tijdens het rijden een klantadres opzoekt. Neemt hij het toestel in de hand, swipet hij door een agenda of tikt hij een adres in, dan ligt art. 8.4 Wegcode voor de hand. Hetzelfde geldt voor de bestuurder die de tablet op de schoot legt en aan het scherm komt terwijl de wagen rijdt of in de file staat.
Een tweede voorbeeld is de koerier of vrachtwagenbestuurder die leverbonnen digitaal aftekent. Professioneel gebruik maakt de handeling niet automatisch toegelaten. Een bestuurder die tijdens het rijden een leveringsapp opent of bevestigt dat een pakket is afgeleverd, gebruikt of manipuleert een schermtoestel. De juiste werkwijze is stoppen op een plaats waar dat verkeersrechtelijk kan, de administratie afhandelen en pas daarna opnieuw vertrekken.
Een derde voorbeeld is de tablet als navigatiesysteem. Navigatie op zich is niet verboden, maar het toestel moet veilig worden geplaatst en mag niet tijdens het rijden in de hand worden genomen of bediend. Wie vóór vertrek de route instelt en de tablet in een degelijke houder laat zitten, staat sterker dan wie het toestel tijdens de rit losmaakt om een alternatieve route te zoeken. Voor meer algemene duiding over schermen achter het stuur vindt u extra uitleg via Meer over GSM-gebruik.
Bewijs: wat staat er meestal in het proces-verbaal?
Sinds 1 juli 2026 bepaalt art. 62 Wegverkeerswet dat het afschrift van het proces-verbaal aan de geïdentificeerde overtreder, de houder van de kentekenplaat of de gebruikelijke bestuurder wordt gezonden binnen dertig dagen, te rekenen van de datum van de misdrijven voor federale regels. Wanneer identiteit of adres niet onmiddellijk kunnen worden vastgesteld, begint de termijn pas te lopen zodra dat wel kan. Voor Vlaamse gewestelijke regels geldt een termijn van veertien dagen, te rekenen van de datum van vaststelling van de misdrijven.
Het proces-verbaal heeft bewijswaarde zolang het tegendeel is bewezen. In een tabletdossier kijkt de advocaat onder meer naar de concrete beschrijving: zag de politie de tablet in de hand, op de schoot, in een houder of op de passagierszetel? Werd er een bedieningshandeling vastgesteld? Was het voertuig aan het rijden, stond het in een file, aan een rood licht, op de pechstrook of reglementair geparkeerd? Hoe nauwkeuriger de vaststelling, hoe moeilijker de betwisting; hoe algemener of dubbelzinniger de vaststelling, hoe meer analyse nodig is.
Een belangrijk aandachtspunt is dat de verdediging niet alleen over het toestel gaat. Soms wordt ook de identiteit van de bestuurder betwist, bijvoorbeeld bij een bedrijfswagen of gezinswagen. Soms is er discussie over de plaats waar het voertuig zich bevond. Soms is de omschrijving “gsm” gebruikt terwijl het om een tablet ging; dat is niet automatisch fataal voor de vervolging, omdat de wettelijke regel ruimer is, maar het kan wel relevant zijn voor de precieze beoordeling van wat is vastgesteld.
Rijverbod: kan dat bij tabletgebruik?
Bij een overtreding van de derde graad kan een verval van het recht tot sturen in bepaalde gevallen aan de orde komen, maar het is niet automatisch bij elke eerste vaststelling van tabletgebruik. Een facultatief verval bedraagt volgens art. 38, § 1 Wegverkeerswet altijd ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar. Er bestaat dus geen verval van nul dagen. De rechter bekijkt onder meer de ernst, het gevaar, de antecedenten en eventuele samenloop met andere feiten.
Voor beginnende bestuurders is art. 38, § 5 Wegverkeerswet bijzonder belangrijk. Wanneer de rechter veroordeelt wegens een overtreding met een motorvoertuig die tot een verval van het recht tot sturen kan leiden en de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B, moet de rechter het verval uitspreken en minstens een theoretisch of praktisch examen opleggen. De regel speelt niet bij een loutere overtreding van de tweede graad. Bij een derdegraadsovertreding, zoals het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat met scherm of door het rode licht rijden, kan art. 38, § 5 wel relevant worden wanneer die overtreding tot een verval van het recht tot sturen kan leiden.
Herhaling vraagt nog meer voorzichtigheid. Bij herhaling binnen drie jaar van een overtreding van art. 29, § 1, tweede, derde of vierde graad, te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de geldboete verdubbeld. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 is de gewone geldboete voor een derdegraadsovertreding 300 tot 5.000 euro; bij de bedoelde herhaling wordt de geldboete verdubbeld. Art. 38, § 6 Wegverkeerswet gaat niet over de hoogte van de geldboete en geldt niet voor gewone tweede- en derdegraadsovertredingen, zodat men die bepalingen niet mag verwarren.
Ongeval door tabletgebruik: wanneer wordt het veel ernstiger?
Tabletgebruik kan een apart verkeersdossier zijn, maar het kan ook deel uitmaken van een ongevalsdossier. Als er enkel een vaststelling is zonder ongeval, blijft de focus meestal liggen op art. 8.4 Wegcode en de derde graad. Zodra er gewonden of een dodelijk slachtoffer zijn, verschuift de beoordeling naar de gevolgen en naar het nieuwe Strafwetboek, naast de verkeersinbreuk zelf.
Art. 218 Sw. bestraft integriteitsaantasting in het verkeer en geldt bij het deelnemen aan het verkeer, niet alleen bij een klassiek ongeval. Die bepaling vereist een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. De geldboete bedraagt bij art. 218 Sw. 250 tot 6.250 euro voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026, en het gaat om niveau 2. Binnen niveau 2 is gevangenisstraf mogelijk van zes maanden tot drie jaar, maar art. 27 Sw. bepaalt dat de gevangenisstraf de laatst te overwegen straf is en dat de rechter moet motiveren waarom een andere straf niet volstaat.
Bij een dodelijk gevolg is art. 107 Sw. relevant voor doding in het verkeer, eveneens bij het deelnemen aan het verkeer en met de drempel van een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. De geldboete bedraagt bij art. 107 Sw. 250 tot 12.500 euro voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026, en het misdrijf is niveau 3. Doodt een bestuurder iemand terwijl hij een gsm of ander scherm vasthoudt of manipuleert, dan is dat verzwaarde doding in het verkeer onder art. 107/1 Sw., niveau 4, met gevangenisstraf van meer dan vijf tot tien jaar en een geldboete van 250 tot 20.000 euro voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026. Gaat het om letsel, dan is het vasthouden of manipuleren van een mobiel elektronisch apparaat met scherm een verzwarende factor in de zin van art. 218/1 Sw.
Verweer: welke punten onderzoekt een advocaat?
Een verweer begint bij de feiten, niet bij slogans. De advocaat onderzoekt of het toestel werkelijk mobiel was, of het een scherm had, of het door de bestuurder werd vastgehouden, gebruikt of gemanipuleerd, en of de uitzondering voor stilstaan of parkeren mogelijk speelt. Een tablet die in een vaste houder stond en niet werd aangeraakt, roept andere vragen op dan een tablet die zichtbaar in de hand van de bestuurder zat.
Daarna volgt het procedurele onderzoek. Werd het afschrift van het proces-verbaal tijdig verzonden volgens art. 62 Wegverkeerswet? Is de bestuurder correct geïdentificeerd? Is er sprake van één inbreuk of van samenloop met bijvoorbeeld rood licht, snelheid of een ongeval? Zijn de vaststellingen concreet genoeg om “vasthouden”, “gebruiken” of “manipuleren” te dragen? De advocaat zal ook nagaan of er een onmiddellijke inning, een minnelijke schikking, een bevel tot betalen of een dagvaarding voorligt, want elke stap heeft eigen termijnen en gevolgen.
Ook de persoonlijke situatie kan relevant zijn voor de strafmaat. Denk aan beroepsmatig rijbewijsgebruik, een blanco verkeersverleden, een eerste overtreding, de aanwezigheid van een houder, of de vraag of het toestel noodzakelijk was voor navigatie maar verkeerd werd bediend. Dat betekent niet dat een resultaat kan worden beloofd. Het betekent wel dat een dossier genuanceerder kan zijn dan de korte omschrijving “tablet gebruikt tijdens het rijden”.
Rechtsbijstand, verzekering en kantoor Leuven
Veel bestuurders weten niet dat hun rechtsbijstandsverzekering in verkeerszaken meestal het ereloon van de advocaat betaalt. Die waarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of in de familiale polis, al hangt de concrete tussenkomst altijd af van de polisvoorwaarden. Bij een procedure kiest de cliënt zelf zijn advocaat op grond van art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. Dat is een recht van de verzekerde, geen gunst van de verzekeraar.
Het is dus nuttig om uw polis of makelaar te raadplegen wanneer u een dagvaarding, bevel tot betalen, minnelijke schikking of betwiste onmiddellijke inning ontvangt. De vrije keuze van advocaat betekent dat u niet verplicht bent om de advocaat te nemen die de verzekeraar voorstelt. U kunt bijvoorbeeld een verkeersadvocaat kiezen die vertrouwd is met GSM- en tabletdossiers, met de bewijswaarde van processen-verbaal en met de gevolgen van een mogelijke veroordeling.
Beboet.be werkt met advocaten die verkeersrecht behandelen, onder meer vanuit kantoor Leuven. Op de pagina Gratis advocaat vindt u informatie over rechtsbijstand, rechtsbijstandsverzekering en mogelijke tussenkomst van een polis. Die informatie mag u niet verwarren met een belofte dat elk dossier zonder kosten wordt behandeld: de dekking hangt af van uw verzekering, de waarborg, de uitsluitingen en de fase van de procedure.
Praktische tips om een tabletboete te vermijden
De eenvoudigste preventie is voorbereiding vóór vertrek. Stel de navigatie in, open de juiste app, zet meldingen uit en plaats de tablet in een degelijke houder die het zicht niet belemmert. Leg het toestel niet los op de schoot, tussen de zetels of op de passagierszetel als u weet dat u tijdens de rit in de verleiding komt om het op te nemen. Een paar minuten voorbereiding voorkomt een verkeersinbreuk en vooral gevaarlijke afleiding.
Voor professionele bestuurders is een interne werkafspraak nuttig. Leveringsapps, boorddocumenten, digitale tachograafinformatie of klantgegevens mogen niet tijdens het rijden worden bediend wanneer dat een verboden manipulatie van een schermtoestel inhoudt. Werkgevers doen er goed aan duidelijke instructies te geven: administratie gebeurt bij stilstand of parkeren op een toegelaten plaats, niet aan het rode licht en niet in de file.
Wie toch wordt gecontroleerd, blijft best rustig en noteert achteraf de omstandigheden. Waar stond of reed het voertuig? Waar lag de tablet? Werd het toestel vastgehouden? Was er een houder? Waren er passagiers of dashcambeelden? Betaal niet blind wanneer u de feiten ernstig betwist, maar laat tijdig nakijken welke procedurele stap voorligt. Een onmiddellijke inning heeft andere gevolgen en termijnen dan een minnelijke schikking of dagvaarding.
Wat als u al een onmiddellijke inning kreeg?
Lees eerst het document aandachtig. Bij een onmiddellijke inning voor een derdegraadsovertreding gaat het om 191 euro, plus de administratieve toeslag van art. 65, § 1 Wegverkeerswet; het tarief 2026 bedraagt 10,67 euro. De betalingstermijn bij overschrijving bedraagt tien dagen vanaf de afgifte of verzending van het verklarend document. Een onmiddellijke inning is geen rechterlijke geldboete en er wordt geen extra factor op toegepast.
Betaalt u niet, dan kan het dossier verder evolueren. Het parket kan een minnelijke schikking voorstellen of het dossier kan voor de politierechtbank komen. Bij een bevel tot betalen in verkeerszaken gelden eigen regels: betaling binnen dertig dagen na ontvangst, beroep bij de politierechtbank binnen dertig dagen bij verzoekschrift, en bij niet-invordering binnen drie jaar kan een schorsing van het recht tot sturen volgen van acht dagen, vijftien dagen of één maand. Aan een bevel tot betalen hangt ook een administratieve toeslag van art. 65/1 Wegverkeerswet; het tarief 2026 bedraagt 30,56 euro, bovenop de geldsom verhoogd met 35%.
Als de zaak uiteindelijk bij de politierechtbank komt, bedraagt de geldboete voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bij een derdegraadsovertreding 300 tot 5.000 euro, niveau 1 en zonder gevangenisstraf. Daarnaast kunnen de bijdrage van 250 euro aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers, de gerechtskosten en de administratieve toeslag van art. 162ter Sv. verschuldigd zijn; het tarief 2026 van die toeslag bedraagt 30,56 euro. Het loont daarom om vroeg te beoordelen of betalen, betwisten of onderhandelen via het parket aangewezen is.
Lees ook
Conclusie: tablet in voertuig gebruiken is geen detail
Een tablet in voertuig gebruiken wordt in België niet milder bekeken omdat het geen klassieke telefoon is. Art. 8.4 Wegcode viseert een mobiel elektronisch apparaat met een scherm. Daardoor kan een tablet onder dezelfde regel vallen als gsm-gebruik wanneer de bestuurder het toestel vasthoudt, gebruikt of manipuleert tijdens het rijden, in de file of aan een rood licht. De uitzondering geldt wanneer het voertuig stilstaat of geparkeerd is, maar die woorden hebben een specifieke betekenis en de verkeerscontext is doorslaggevend.
De sanctie is niet symbolisch. Het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat met scherm is een overtreding van de derde graad. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete 300 tot 5.000 euro, niveau 1 en zonder gevangenisstraf. Vaak start het dossier met een onmiddellijke inning van 191 euro, aangevuld met de administratieve toeslag van art. 65, § 1 Wegverkeerswet. Bij een procedure voor de politierechtbank kunnen ook de bijdrage aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers, gerechtskosten en de administratieve toeslag bij veroordeling spelen.
Wordt tabletgebruik gekoppeld aan een ongeval met letsel of overlijden, dan wordt het dossier veel zwaarder. Art. 218 Sw. en art. 107 Sw. gelden bij het deelnemen aan het verkeer en vereisen een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. Bij doding terwijl de bestuurder een gsm of ander scherm vasthoudt of manipuleert, komt art. 107/1 Sw. in beeld als verzwaarde doding in het verkeer. Dat toont waarom een tablethandeling van enkele seconden juridisch en menselijk zeer grote gevolgen kan hebben.
Ontving u een proces-verbaal, onmiddellijke inning, minnelijke schikking, bevel tot betalen of dagvaarding wegens tablet- of GSM-gebruik? Verzamel het document, noteer de omstandigheden en controleer uw rechtsbijstandsverzekering. We nemen contact met u op om te bespreken of en hoe wij u kunnen bijstaan. Een advocaat kan nagaan of de vaststellingen voldoende precies zijn, welke termijnen lopen en welke verdedigingsstrategie past bij uw dossier.
Veelgestelde vragen
Uw autoverzekering betaalt meestal uw advocaat
- De rechtsbijstandswaarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of de familiale polis, vaak zonder dat zij het beseffen.
- Anders dan in de meeste andere rechtstakken is dat in verkeerszaken eerder regel dan uitzondering.
- Loopt er een procedure, dan kiest u zélf uw advocaat: uw verzekeraar mag u er geen opleggen (art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen).
- Wij dienen de aanvraag in bij uw verzekeraar en rekenen rechtstreeks met hem af. Komt uw polis tussen, dan betaalt u zelf niets.
Of uw polis tussenkomt, hangt af van uw voorwaarden — denk aan een waarborgplafond, een wachttijd of een uitsluiting. Wij kijken uw polis gratis na en zeggen u eerlijk waar u aan toe bent vóór er iets opstart.
Laat uw polis nakijkenHulp nodig?
Bij verkeerszaken betaalt de rechtsbijstand in uw autoverzekering meestal het ereloon van uw advocaat — en u kiest zelf wie u verdedigt.
Wettelijke bronnen
Lees onze volledige gids over gsm-gebruik