Ga naar hoofdinhoud
    Beboet logoBeboet.be
    050 67 32 06Contact
    Terug naar Blog
    💰 Verkeersboete

    Verkeersboete bij verstek: 15 dagen verzet

    Laatst bijgewerkt op: 2026-11-03T11:13:52.337308+00:00
    Mr. Chanel Ribas Colomar29 oktober 202622 min leestijd0 weergaven
    Verkeersboete bij verstek: 15 dagen verzet
    Google
    4.9/5 (175)
    Trustlocal
    9.7/10 (178)
    353+ tevreden klanten

    U ontdekt plots dat de politierechtbank u bij verstek heeft veroordeeld: er ligt een vonnis, er is sprake van een geldboete, soms van een verval van het recht tot sturen, en de termijn om te reageren lijkt al te lopen. In verkeerszaken is dat een bijzonder stressvol moment, omdat de gevolgen van een gemiste zitting snel concreet worden. Het belangrijkste is dan niet panikeren, maar onmiddellijk nagaan wanneer het vonnis werd betekend en of verzet nog mogelijk is. De kernregel is eenvoudig maar streng: tegen een verstekvonnis moet u in verkeerszaken in principe binnen vijftien dagen verzet aantekenen.

    Wat is een verstekvonnis in verkeerszaken?

    Een verstekvonnis is een vonnis dat wordt uitgesproken terwijl de beklaagde niet aanwezig was op de zitting en ook niet geldig vertegenwoordigd werd. In verkeerszaken gebeurt dat vaker dan men denkt. Een dagvaarding kan op een oud adres zijn aangekomen, iemand kan de brief onderschat hebben, of de bestuurder kan menen dat betaling van een eerdere brief alles had afgesloten. Toch kan de politierechtbank verder behandelen wanneer de zaak regelmatig werd opgeroepen.

    Bij een verkeersdossier kan een verstekvonnis gaan over uiteenlopende feiten: snelheid, alcohol, drugs, gsm-gebruik, vluchtmisdrijf, rijden zonder rijbewijs, rijden tijdens een verval of rijden zonder verzekering. Het vonnis is niet zomaar een herinneringsbrief. Het is een rechterlijke beslissing, met mogelijke gerechtskosten, de administratieve toeslag bij veroordeling, de bijdrage aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers wanneer die verschuldigd is, en eventueel een verval van het recht tot sturen.

    Het onderscheid met een onmiddellijke inning of een minnelijke schikking is essentieel. Een onmiddellijke inning komt van de politie op grond van art. 65 Wegverkeerswet. Een minnelijke schikking komt van het parket op grond van art. 216bis Sv. Een verstekvonnis komt van de rechter. Wie een rechterlijk vonnis negeert omdat hij denkt dat het om een gewone Verkeersboete gaat, riskeert dat termijnen verstrijken en dat de uitvoeringsfase start.

    De officiële teksten over de Wegcode en de Wegverkeerswet zijn raadpleegbaar via de Wegcode en de Wegverkeerswet op wegcode.be. In de praktijk blijft het echter nodig om het concrete dossier te bekijken: datum van de feiten, aard van de inbreuk, betekening van het vonnis, eventuele eerdere veroordelingen en de vraag of u werkelijk kennis had van de zitting.

    De termijn van vijftien dagen: vanaf wanneer loopt die?

    De termijn voor verzet bedraagt vijftien dagen. In een verkeersdossier is vooral het startpunt van die termijn belangrijk. Meestal begint de termijn te lopen vanaf de betekening van het verstekvonnis door de gerechtsdeurwaarder. De datum waarop u toevallig over het vonnis hoort, is dus niet noodzakelijk dezelfde datum als het juridisch relevante startpunt.

    Die betekening moet concreet worden nagekeken. Werd het vonnis aan u persoonlijk betekend? Werd het achtergelaten op uw woonplaats? Werd het betekend op een adres waar u niet meer woont? Zijn er stukken waaruit blijkt wanneer en hoe de betekening is gebeurd? Zulke details kunnen beslissend zijn, omdat verzet dat buiten termijn wordt ingesteld meestal op ernstige ontvankelijkheidsproblemen botst.

    Een praktisch voorbeeld maakt dat duidelijk. Stel dat een bestuurder op 10 november 2026 kennis krijgt van een verstekvonnis, maar de gerechtsdeurwaarder heeft het vonnis al op 2 november 2026 betekend. Dan moet men niet vertrekken van 10 november, maar van de betekening. Of de termijn nog openstaat, moet nauwkeurig worden berekend volgens de procedurele regels en aan de hand van de stukken.

    Het is daarom verstandig om onmiddellijk na ontvangst van een verstekvonnis de volledige omslag, het exploot van betekening, het vonnis en eventuele eerdere brieven bij te houden. Wie enkel het bedrag overschrijft zonder juridisch advies in te winnen, kan ongewild afstand doen van verdedigingskansen of minstens kostbare tijd verliezen. Via Meer over Verkeersboete vindt u bijkomende uitleg over de verschillende stappen vóór en na betaling.

    Waarom verzet iets anders is dan hoger beroep

    Verzet en hoger beroep worden vaak door elkaar gehaald, maar ze hebben een andere functie. Verzet is het rechtsmiddel tegen een verstekvonnis. Het laat toe om de zaak opnieuw voor dezelfde rechtbank te brengen, alsof u alsnog aanwezig bent om uw verdediging te voeren. Het doel is dus niet alleen de straf te betwisten, maar ook de zaak opnieuw te laten behandelen op tegenspraak.

    Hoger beroep is een ander rechtsmiddel. Daarvoor geldt in verkeerszaken een termijn van dertig dagen. Het openbaar ministerie krijgt tien bijkomende dagen, maar enkel wanneer de beklaagde of de burgerrechtelijk aansprakelijke partij eerst zelf beroep instelde. Hoger beroep gaat naar een hogere rechterlijke instantie, terwijl verzet in eerste lijn terugkeert naar de rechter die het verstekvonnis uitsprak.

    In de praktijk is de keuze niet vrijblijvend. Als u bij verstek veroordeeld bent, moet eerst worden nagegaan of verzet openstaat en of de termijn van vijftien dagen nog loopt. Een verkeerd gekozen rechtsmiddel kan tijdverlies veroorzaken. Zeker wanneer het vonnis ook een verval van het recht tot sturen bevat, kan elke dag verschil maken voor uw werk, gezin en verzekering.

    Een voorbeeld: een bestuurder wordt bij verstek veroordeeld voor een zware snelheidsovertreding en krijgt een geldboete en een verval. Als het vonnis tijdig wordt betekend en verzet binnen vijftien dagen wordt ingesteld, kan de politierechtbank de zaak opnieuw behandelen. Is die termijn verstreken, dan moet men onderzoeken of er nog andere procedurele mogelijkheden bestaan, maar de speelruimte is veel kleiner.

    Wat kan verzet concreet herstellen?

    Verzet kan ervoor zorgen dat u alsnog uw verdediging voert over de feiten, de bewijsvoering, de strafmaat en de persoonlijke omstandigheden. Dat is belangrijk omdat een verstekvonnis vaak wordt uitgesproken zonder dat de rechter uw uitleg hoort. Uw afwezigheid betekent niet noodzakelijk dat u geen verweer had; het betekent wel dat het verweer niet werd gebracht.

    In verkeerszaken kan dat gaan over zeer concrete punten. Was u de bestuurder? Werd de oproeping correct verzonden? Werd het proces-verbaal tijdig overgemaakt? Klopt de datum van de feiten? Is er sprake van herhaling binnen de juiste termijn? Zijn de metingen en vaststellingen volledig? Is een verval van het recht tot sturen verplicht, facultatief of uitgesloten in de concrete situatie?

    Verzet is ook nuttig wanneer het verstekvonnis onvoldoende rekening hield met uw persoonlijke situatie. Een beroepschauffeur, zelfstandige, werknemer met wachtdiensten of ouder in een co-ouderschapsregeling kan ernstige gevolgen ondervinden van een rijverbod. Dat betekent niet dat de rechter verplicht is om daarvan af te wijken, maar zulke elementen moeten wel correct en tijdig worden voorgelegd.

    Let op: verzet is geen garantie op een beter resultaat. De rechter behandelt de zaak opnieuw en kan opnieuw veroordelen. Toch is het in veel dossiers de enige manier om van een eenzijdig uitgesproken verstekbeslissing naar een echte tegensprekelijke beoordeling te gaan. Een advocaat zal daarom eerst onderzoeken of verzet ontvankelijk is en vervolgens welke argumenten juridisch relevant zijn.

    Welke verkeersstraffen kunnen in een verstekvonnis staan?

    Een verstekvonnis kan dezelfde straffen bevatten als een vonnis na tegenspraak. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor een overtreding van de eerste graad op grond van art. 29, § 2 Wegverkeerswet 100 tot 2.500 euro, niveau 1, zonder gevangenisstraf. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor een overtreding van de tweede graad op grond van art. 29, § 1, derde lid Wegverkeerswet 200 tot 2.500 euro, niveau 1, zonder gevangenisstraf.

    Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor een overtreding van de derde graad op grond van art. 29, § 1, tweede lid Wegverkeerswet 300 tot 5.000 euro, niveau 1, zonder gevangenisstraf. Het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat met een scherm tijdens het rijden is een derdegraadsinbreuk. Ook rood licht negeren is een derdegraadsinbreuk. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor een overtreding van de vierde graad op grond van art. 29, § 1, eerste lid Wegverkeerswet 400 tot 5.000 euro, met verplicht verval van ten minste acht dagen, niveau 1, zonder gevangenisstraf.

    Snelheidsovertredingen worden niet in graden ingedeeld. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor snelheid op grond van art. 29, § 3 Wegverkeerswet 100 tot 5.000 euro, niveau 1, zonder gevangenisstraf. Bij meer dan 40 km/u te snel, of meer dan 30 km/u binnen de bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, wordt het verval opgelegd; als de rechter het niet uitspreekt, moet hij dat motiveren. Bij meer dan 30 tot en met 40 km/u, of meer dan 20 tot en met 30 km/u binnen die zones, is een verval facultatief op grond van art. 38, § 1, 3°bis Wegverkeerswet.

    Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij alcohol van 0,22 tot 0,35 mg/l uitgeademde alveolaire lucht op grond van art. 34, § 1 Wegverkeerswet 250 tot 5.000 euro, niveau 1, zonder verplichte gevangenisstraf en zonder verplicht verval. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij alcohol vanaf 0,35 mg/l of weigering op grond van art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, niveau 1, zonder gevangenisstraf; een verval is mogelijk maar niet verplicht. Bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet is het alcoholslot verplicht vanaf 0,78 mg/l uitgeademde alveolaire lucht of 1,8 g/l bloed, tenzij de rechter motiveert waarom hij het niet oplegt.

    Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor dronkenschap op grond van art. 35 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, niveau 1, zonder gevangenisstraf, maar met verplicht verval van een maand tot vijf jaar of voorgoed. Dronkenschap is een door de politie vastgestelde toestand en volgt niet automatisch uit een ademanalyse. Een hoge alcoholmeting valt onder art. 34, § 2 Wegverkeerswet; dronkenschap vereist vaststellingen over de toestand van de bestuurder.

    Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor drugs in het verkeer op grond van art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, niveau 1, zonder gevangenisstraf en zonder verplicht verval. Dit artikel bestraft de aanwezigheid boven de wettelijke grenswaarde van onder meer THC, amfetamine, MDMA, morfine of 6-acetylmorfine, of cocaïne of benzoylecgonine, aangetoond door een speekselanalyse of bloedanalyse. Er is geen bewijs van concrete beïnvloeding vereist, en een haar- of urineanalyse is voor dit misdrijf geen wettelijk bewijsmiddel.

    Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor rijden zonder rijbewijs op grond van art. 30, § 1 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, niveau 2, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor rijden tijdens een verval op grond van art. 48, § 1 Wegverkeerswet 5.000 tot 20.000 euro, niveau 2, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met een verplicht verval van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed. Die misdrijven zijn dus duidelijk anders dan niveau 1-inbreuken.

    De datum van de feiten blijft doorslaggevend voor de bedragen

    Bij een verstekvonnis moet u altijd kijken naar de datum van de feiten, niet naar de datum van de zitting of de datum van de betekening. Dat is cruciaal sinds de wetgeving in 2026 wijzigde. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 gelden de effectieve bedragen die in de huidige Wegverkeerswet zijn opgenomen. Voor feiten van vóór 1 september 2026 onderzoekt de rechter welke wet voor de beklaagde het gunstigst is.

    Voor feiten tot en met 31 januari 2026 golden andere regels dan voor feiten van 1 februari tot en met 31 augustus 2026, en opnieuw andere regels dan voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026. In een verstekdossier ziet men soms dat de bestuurder alleen naar de datum van het vonnis kijkt. Dat is een fout. Een vonnis van november 2026 kan perfect betrekking hebben op feiten van maart 2026 of augustus 2026.

    Die datum heeft niet alleen belang voor bedragen, maar ook voor het nieuwe Strafwetboek. Sinds 1 september 2026 werkt het strafrecht met strafniveaus. Niveau 1 kent geen gevangenisstraf; niveau 2 kent onder meer een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar, maar art. 27 Sw. bepaalt dat de gevangenisstraf de laatst te overwegen straf is. Binnen niveau 2 moet de rechter motiveren waarom een andere straf niet volstaat.

    Een advocaat zal daarom bij verzet niet enkel vragen: “Was u aanwezig?” maar ook: “Over welke datum spreken we?” en “Welke wet is toepasselijk?” Dat kan een wezenlijk verschil maken bij de beoordeling van de strafmaat, de mogelijkheid van een werkstraf, de vraag of uitstel of opschorting juridisch mogelijk is.

    Verzet bij rijverbod: waarom snel handelen essentieel is

    Een verstekvonnis kan een verval van het recht tot sturen bevatten. Dat verval is niet hetzelfde als de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs. Bij een onmiddellijke intrekking komt de maatregel in beginsel van de procureur des Konings of, in bepaalde gevallen, van de officier van gerechtelijke politie. Teruggave na vijftien dagen is geregeld in art. 56 Wegverkeerswet, tenzij de politierechtbank de intrekking verlengde. Een rechterlijk verval daarentegen is een straf of maatregel uitgesproken in het vonnis.

    Bij een facultatief verval op grond van art. 38, § 1 Wegverkeerswet bedraagt het verval altijd ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar, behoudens de wettelijke uitzonderingen. Er bestaat geen verval van nul dagen. Bij dronkenschap heeft art. 35 Wegverkeerswet zijn eigen verplicht verval van ten minste een maand tot vijf jaar of voorgoed. Bij vluchtmisdrijf met gewonden of dode bepaalt art. 33, § 2 Wegverkeerswet zelf een verplicht verval van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang.

    Voor jonge bestuurders is art. 38, § 5 Wegverkeerswet belangrijk. Wanneer de rechter veroordeelt wegens een overtreding met een motorvoertuig die tot een verval van het recht tot sturen kan leiden en de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B, moet de rechter het verval uitspreken en minstens een theoretisch of praktisch examen opleggen. Overtredingen van de tweede graad vallen daarbuiten. Bij snelheid speelt deze regel pas wanneer de overschrijding groot genoeg is om een verval mogelijk te maken.

    Art. 38, § 3 Wegverkeerswet kent vijf mogelijke herstelvoorwaarden: een theoretisch examen, een praktisch examen, een geneeskundig onderzoek, een psychologisch onderzoek en een specifieke opleiding bepaald door de Koning. Een weekendbeperking van het effectief verval op grond van art. 38, § 2bis Wegverkeerswet kan niet worden gecombineerd met herstelvoorwaarden of met een alcoholslot. Als het verstekvonnis hierover iets oplegt, moet snel worden nagegaan of het juridisch correct en praktisch uitvoerbaar is.

    Hoe verloopt verzet in de praktijk?

    Verzet wordt niet ingesteld door enkel een brief te sturen naar de rechtbank. Het is een formeel rechtsmiddel. De precieze vorm en de stukken moeten correct worden behandeld, want een procedurefout kan maken dat de rechter het verzet niet inhoudelijk onderzoekt. Daarom is het belangrijk om vanaf de betekening niet te wachten tot de laatste dag.

    De eerste stap is het verzamelen van alle documenten: dagvaarding, proces-verbaal, eventuele onmiddellijke inning, minnelijke schikking, bevel tot betalen, verstekvonnis, betekening door de gerechtsdeurwaarder en alle briefwisseling. Daarna wordt onderzocht of de termijn van vijftien dagen loopt, wanneer hij eindigt en of er bijzondere omstandigheden zijn. Vervolgens wordt het verzet ingesteld en wordt de nieuwe zitting voorbereid.

    Op de nieuwe zitting komt het dossier opnieuw aan bod. De beklaagde of zijn advocaat kan verweren voeren over de feiten, de kwalificatie, de bewijswaarde, de strafmaat en het rijverbod. Ook persoonlijke stukken kunnen relevant zijn: arbeidsovereenkomst, attest van werkgever, medische documenten, gezinssituatie, verzekeringsdocumenten of bewijs van gevolgde begeleiding. Zulke stukken vervangen geen juridisch verweer, maar kunnen de rechter helpen om de concrete impact correct in te schatten.

    Bij Beboet.be kan een advocaat het dossier kort nakijken en contact met u opnemen om te bespreken of en hoe wij u kunnen bijstaan. Het kantoor Antwerpen behandelt verkeersdossiers voor bestuurders die geconfronteerd worden met een verstekvonnis, een rijverbod of een dagvaarding voor de politierechtbank. Gebruik ook Bereken uw boete om een eerste zicht te krijgen op mogelijke bedragen, zonder dat dit de beoordeling van het vonnis vervangt.

    Verstek na onmiddellijke inning, minnelijke schikking of bevel tot betalen

    Veel bestuurders begrijpen niet waarom ze voor de politierechtbank verschijnen nadat ze eerder een brief kregen. Dat komt omdat de verkeersprocedure meerdere fasen kent. De onmiddellijke inning is een voorstel van de politie. Bij betaling met overschrijving geldt een termijn van tien dagen vanaf de afgifte of verzending van het verklarend document. De onmiddellijke inning is geen rechterlijke geldboete en er komt geen eigen verhogingsfactor bovenop.

    De minnelijke schikking komt van het parket. De procureur bepaalt een betalingstermijn van ten minste vijftien dagen en ten hoogste drie maanden. Een betaalde minnelijke schikking is geen veroordeling en geen erkenning van schuld. Tegenover een eventueel slachtoffer geldt de betaling wel als onweerlegbaar vermoeden van fout op grond van art. 216bis, § 4 Sv. Wordt niet betaald of acht het parket een schikking niet passend, dan kan dagvaarding volgen.

    Een bevel tot betalen in verkeerszaken heeft opnieuw eigen regels. Betaling moet binnen dertig dagen na ontvangst gebeuren. Beroep bij de politierechtbank gebeurt binnen dertig dagen bij verzoekschrift. Bij niet-invordering binnen drie jaar kan een schorsing van het recht tot sturen van acht dagen, vijftien dagen of één maand volgen op grond van art. 65/1 Wegverkeerswet. Dat is een andere procedure dan verzet tegen een verstekvonnis.

    Een verstekvonnis kan dus het gevolg zijn van een keten waarin eerdere brieven niet, te laat of verkeerd werden behandeld. De verdediging moet dan niet alleen naar het vonnis kijken, maar ook naar wat voorafging. Werd de overtreder correct geïdentificeerd? Werd een afschrift van het proces-verbaal verzonden binnen de toepasselijke termijn? Werd de dagvaarding regelmatig betekend? Dat zijn vragen die bij verzet praktisch relevant kunnen zijn.

    Kosten, gerechtskosten en rechtsbijstandsverzekering

    Een rechterlijke veroordeling brengt meer mee dan het bedrag van de geldboete. Er zijn gerechtskosten, de administratieve toeslag bij veroordeling op grond van art. 162ter Sv., en in de daarvoor voorziene gevallen de bijdrage aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers. Sinds 1 september 2026 bedraagt die bijdrage 250 euro. Die bijdrage is geen straf en maakt geen deel uit van de gerechtskosten, maar komt ernaast.

    Daarnaast kan het vonnis praktische kosten veroorzaken: verlies van mobiliteit, tijdelijke organisatie van vervoer, examens of onderzoeken voor herstel in het recht tot sturen, en mogelijke gevolgen voor het werk. Wie bij verstek veroordeeld werd, ziet soms pas bij betekening hoe zwaar de optelsom is. Verzet kan dan de enige gelegenheid zijn om die gevolgen nog te bespreken vóór de zaak definitief wordt.

    De rechtsbijstandsverzekering in verkeerszaken betaalt meestal het ereloon van de advocaat. Die waarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of in de familiale polis. Bij een procedure kiest de cliënt zelf zijn advocaat op grond van art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. De tussenkomst hangt wel af van de polisvoorwaarden, de waarborggrenzen en eventuele uitsluitingen. Wie niet over zo’n dekking beschikt, kan ook nagaan of wettelijke tweedelijnsbijstand mogelijk is via Gratis advocaat, als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.

    Het is nuttig om meteen na betekening uw verzekeraar te verwittigen en de polis rechtsbijstand op te vragen. Wacht daarmee niet tot na de verzetstermijn. De verzekeraar beslist niet welke verdediging inhoudelijk wordt gevoerd, maar kan wel tussenkomen in de kosten volgens de polis. De vrije keuze van advocaat blijft bij een gerechtelijke procedure een belangrijk recht.

    Veelgemaakte fouten na een verstekvonnis

    De eerste fout is denken dat een verstekvonnis vanzelf verdwijnt omdat u niet aanwezig was. Dat is niet zo. Een regelmatig gewezen verstekvonnis heeft rechtsgevolgen. Wie niets doet, loopt het risico dat het vonnis definitief wordt en dat de uitvoering verdergaat. De termijn van vijftien dagen voor verzet moet daarom onmiddellijk worden gecontroleerd.

    De tweede fout is enkel focussen op de geldboete en niet op het rijbewijs. Een boete kan zwaar zijn, maar een verval van het recht tot sturen kan voor sommige bestuurders nog ingrijpender zijn. Zeker bij beroepsmatige verplaatsingen, zorg voor kinderen of medische afspraken is het rijbewijs vaak essentieel. De rechter kan alleen rekening houden met elementen die correct worden aangebracht.

    De derde fout is bedragen of regels uit oudere informatie overnemen. Sinds 1 september 2026 is het verkeersstrafrecht gewijzigd in samenhang met het nieuwe Strafwetboek. Men mag niet automatisch oude begrippen of oude bedragen toepassen. Bij elk dossier moet de datum van de feiten worden bekeken en moet worden onderzocht of de juiste wet en strafniveaus zijn gebruikt.

    De vierde fout is wachten op “meer duidelijkheid”. In werkelijkheid komt die duidelijkheid vaak pas door het dossier actief op te vragen en te analyseren. Een verstekvonnis bevat soms niet alle onderliggende stukken. Het proces-verbaal, de betekening, de dagvaarding en de historiek van eerdere beslissingen zijn nodig om te weten of verzet zinvol en ontvankelijk is.

    Bijzondere aandachtspunten: herhaling, ongevallen en strafniveaus

    Herhaling kan de gevolgen van een verkeersdossier aanzienlijk verzwaren. Voor art. 29, § 1 Wegverkeerswet en snelheid op grond van art. 29, § 3 Wegverkeerswet blijft gelden dat bij herhaling binnen drie jaar, te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, de geldboete wordt verdubbeld. Art. 38, § 6 Wegverkeerswet gaat dan weer over verplicht verval en herstelvoorwaarden bij herhaling van bepaalde limitatief opgesomde misdrijven, niet over de hoogte van de geldboete.

    Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij herhaling van art. 34, § 2, art. 35 of art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet binnen drie jaar op grond van art. 36 Wegverkeerswet 4.000 tot 50.000 euro, niveau 2, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Bij een nieuwe herhaling binnen drie jaar na de tweede veroordeling kan een straf van niveau 3 worden opgelegd, met een geldboete van 8.000 tot 100.000 euro en gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar. Dat is een belangrijke uitzondering op het uitgangspunt dat de basisartikelen over alcohol en drugs niveau 1 zijn.

    Bij verkeersongevallen gelden daarnaast bepalingen uit het nieuwe Strafwetboek wanneer de feiten gepleegd zijn vanaf 1 september 2026. Doding in het verkeer valt onder art. 107 Sw., niveau 3, en integriteitsaantasting in het verkeer onder art. 218 Sw., niveau 2. Beide vereisen een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid en gelden bij het deelnemen aan het verkeer, niet alleen bij een ongeval. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 107 Sw. 250 tot 12.500 euro en bij art. 218 Sw. 250 tot 6.250 euro.

    Art. 107/1 Sw. is een zelfstandige strafbaarstelling voor verzwaarde doding in het verkeer, niveau 4. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 107/1 Sw. 250 tot 20.000 euro, met gevangenisstraf van meer dan vijf tot tien jaar. Wanneer een bestuurder iemand doodt terwijl hij bijvoorbeeld een mobiel elektronisch apparaat met een scherm vasthoudt of manipuleert, door het rode licht rijdt, meer dan 40 km/u te snel rijdt, of meer dan 30 km/u binnen de bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, gaat het om die verzwaarde doding in het verkeer. Bij letsel is art. 218/1 Sw. een verzwarende factor binnen art. 218 Sw., geen zelfstandig misdrijf.

    Checklist: wat doet u binnen de vijftien dagen?

    Noteer eerst de datum van betekening. Neem niet aan dat de datum waarop u de brief opent de juiste datum is. Kijk naar het exploot van de gerechtsdeurwaarder en bewaar alle stukken. Zonder betekening kan men de termijn niet correct beoordelen, maar met een betekening die al enkele dagen oud is, kan de resterende tijd zeer beperkt zijn.

    Verzamel vervolgens het volledige dossier. Dat betekent: het verstekvonnis, de dagvaarding, processen-verbaal, eventuele brieven over een onmiddellijke inning, een minnelijke schikking of een bevel tot betalen, uw rijbewijsgegevens, verzekeringspolis rechtsbijstand en documenten die uw persoonlijke situatie aantonen. Bij snelheid, alcohol of drugs zijn ook de technische of procedurele stukken belangrijk.

    Laat daarna nagaan of verzet ontvankelijk is en welke argumenten op de nieuwe zitting kunnen worden gevoerd. Soms ligt de nadruk op de bewijsvoering. Soms is vooral de strafmaat of het rijverbod het probleem. Soms gaat het om een verkeerde toepassing van herhaling, een onjuiste datumperiode of een misverstand over wie reed. De juiste strategie hangt af van het dossier.

    Betaal niet blind wanneer u tegelijk verzet overweegt. Betaling kan in sommige situaties procedurele of praktische gevolgen hebben. Dat betekent niet dat u nooit mag betalen, maar wel dat betaling geen automatische oplossing is. Zeker bij een rijverbod, herstelvoorwaarden of herhaling moet eerst worden bekeken wat het vonnis precies inhoudt.

    Lees ook

  1. [Verkeersboete niet betaald: beslag vermijden](/blog/verkeersboete-niet-betaald-beslag)
  2. [Boetebedragen 2026: de datum van de feiten beslist](/blog/welke-boete-geldt-datum-van-de-feiten)
  3. [Rijverbod: Hoger Beroep Procedure Uitgebreid Uiteengezet](/blog/rijverbod-hoger-beroep-procedure)
  4. Conclusie: verzet is een korte maar belangrijke kans

    Een verstekvonnis in verkeerszaken moet ernstig worden genomen. De termijn van vijftien dagen voor verzet is kort, en de gevolgen van niets doen kunnen groot zijn. Het gaat niet alleen om een bedrag op papier, maar mogelijk ook om een verval van het recht tot sturen, herstelvoorwaarden, gerechtskosten, een administratieve toeslag en gevolgen voor werk of gezin.

    De belangrijkste stap is het controleren van de betekening. Vanaf dat moment moet worden nagegaan of verzet nog tijdig kan worden ingesteld. Daarna volgt de inhoudelijke analyse: datum van de feiten, toepasselijke wet, strafniveau, bewijs, eventuele herhaling, rijverbod en persoonlijke omstandigheden. Zeker sinds de wijzigingen van 2026 is het onverstandig om voort te gaan op oude informatie of algemene veronderstellingen.

    Wie geconfronteerd wordt met een Verkeersboete die intussen een verstekvonnis is geworden, heeft dus geen tijd te verliezen. Verzamel alle documenten, controleer uw rechtsbijstandsverzekering en laat het dossier juridisch nakijken. We nemen contact met u op om te bespreken of en hoe wij u kunnen bijstaan, met respect voor de korte verzetstermijn en de concrete noden van uw dossier.

    Veelgestelde vragen

    Uw autoverzekering betaalt meestal uw advocaat

    • De rechtsbijstandswaarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of de familiale polis, vaak zonder dat zij het beseffen.
    • Anders dan in de meeste andere rechtstakken is dat in verkeerszaken eerder regel dan uitzondering.
    • Loopt er een procedure, dan kiest u zélf uw advocaat: uw verzekeraar mag u er geen opleggen (art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen).
    • Wij dienen de aanvraag in bij uw verzekeraar en rekenen rechtstreeks met hem af. Komt uw polis tussen, dan betaalt u zelf niets.

    Of uw polis tussenkomt, hangt af van uw voorwaarden — denk aan een waarborgplafond, een wachttijd of een uitsluiting. Wij kijken uw polis gratis na en zeggen u eerlijk waar u aan toe bent vóór er iets opstart.

    Laat uw polis nakijken

    Hulp nodig?

    Bij verkeerszaken betaalt de rechtsbijstand in uw autoverzekering meestal het ereloon van uw advocaat — en u kiest zelf wie u verdedigt.

    Lees onze volledige gids over verkeersboete

    Gerelateerde artikelen

    Verkeersboete

    Loonbeslag na een verkeersboete voorkomen

    16 okt 2026 · 24 min

    Verkeersboete

    Geldboete verlagen door financiële draagkracht: uw rechten

    7 sep 2026 · 8 min

    Verkeersboete

    Boetebedragen 2026: de datum van de feiten beslist

    7 sep 2026 · 8 min

    Andere overtredingen