0,5 promille grens: hoeveel glazen alcohol?
U hebt een etentje, een receptie of een familiefeest en u moet nadien nog met de wagen naar huis. De vraag klinkt eenvoudig: hoeveel glazen alcohol mag u drinken zonder over de wettelijke limiet te gaan? In België is het antwoord minder eenvoudig dan veel bestuurders denken. De grens van 0,5 promille komt overeen met 0,22 mg alcohol per liter uitgeademde alveolaire lucht, maar het aantal glazen dat daartoe leidt, verschilt sterk van persoon tot persoon. Wie rekent op een vaste vuistregel, onderschat het risico op een positieve ademtest, een rijverbod ter plaatse, een onmiddellijke inning of een dagvaarding voor de politierechtbank.
De 0,5 promille grens in België: wat betekent ze juridisch?
De **0,5 promille grens** is de klassieke alcoholgrens voor de meeste bestuurders in België. Juridisch wordt bij een ademonderzoek niet in promille gemeten, maar in milligram alcohol per liter uitgeademde alveolaire lucht. De vaste koppeling is duidelijk: 0,22 mg/l UAL komt overeen met 0,5 g/l bloed, 0,35 mg/l UAL met 0,8 g/l bloed, 0,50 mg/l UAL met 1,2 g/l bloed en 0,78 mg/l UAL met 1,8 g/l bloed. Wanneer men in de volksmond over “0,5 promille” spreekt, bedoelt men dus de drempel van 0,22 mg/l UAL.
Die juridische precisie is belangrijk. Een bestuurder die bij de politie een ademanalyse aflegt, krijgt doorgaans geen getal in promille te zien, maar een resultaat in mg/l UAL. Daardoor ontstaat vaak verwarring: iemand denkt “maar ik zat toch niet aan 0,5”, terwijl het proces-verbaal 0,23 mg/l vermeldt. Dat is juridisch al boven de grens. De Belgische regeling staat in de Wegverkeerswet, terwijl de gedragsregels voor het verkeer in de Wegcode zijn opgenomen. U vindt de officiële teksten via de Wegcode en de Wegverkeerswet op wegcode.be.
Voor de meeste bestuurders is rijden vanaf 0,22 mg/l UAL strafbaar op grond van art. 34, § 1 Wegverkeerswet wanneer de meting lager blijft dan 0,35 mg/l UAL. Vanaf 0,35 mg/l UAL komt art. 34, § 2 Wegverkeerswet in beeld. Dat onderscheid bepaalt niet alleen de zwaarte van de reactie, maar ook of u mogelijk voor de politierechtbank moet verschijnen. Het is dus niet zo dat “een beetje boven de grens” altijd hetzelfde gevolg heeft.
Er bestaat in België geen puntenrijbewijs en er worden dus geen punten of strafpunten op uw rijbewijs geplaatst. De gevolgen zitten in andere instrumenten: een rijverbod ter plaatse, een onmiddellijke inning, een minnelijke schikking, een bevel tot betalen, een dagvaarding, een geldboete, eventueel een verval van het recht tot sturen en in bepaalde gevallen een alcoholslot. Wie wil inschatten waar hij of zij staat, kan praktisch starten met Bereken uw boete, maar bij alcohol blijft de exacte meting altijd doorslaggevend.
Hoeveel glazen alcohol mag u drinken voor u de grens bereikt?
De vraag “hoeveel glazen mag ik drinken?” is juridisch begrijpelijk, maar biologisch gevaarlijk. Alcoholconcentratie hangt af van lichaamsgewicht, geslacht, maaginhoud, drinktempo, gezondheidstoestand, medicatie, vermoeidheid en de tijd tussen het drinken en de controle. Twee personen die exact dezelfde hoeveelheid drinken, kunnen een verschillend resultaat op de ademanalyse hebben. Zelfs bij dezelfde persoon kan de uitkomst op verschillende dagen anders zijn.
Een standaardglas wordt vaak gebruikt als praktische indicatie, maar het is geen juridische eenheid. Een glas bier, wijn of sterke drank kan in werkelijkheid veel meer alcohol bevatten dan men denkt, zeker bij speciaalbier, grote wijnglazen, cocktails of huiselijk ingeschonken glazen. De wet vraagt niet hoeveel glazen u dronk; de wet kijkt naar het gemeten resultaat. Een bestuurder die beweert dat hij “maar twee glazen” heeft gedronken, is niet beschermd wanneer de ademanalyse 0,22 mg/l UAL of meer aangeeft.
Voor veel bestuurders kan één glas al meetbaar zijn en kunnen twee glazen voldoende zijn om in de buurt van de wettelijke grens te komen. Dat is geen veilige garantie in de ene of de andere richting. Wie klein van gestalte is, weinig gegeten heeft, snel drinkt of kort na het drinken vertrekt, kan sneller boven de grens zitten. Wie ruimer gebouwd is of langer wacht, kan lager uitkomen, maar ook dat is geen vrijgeleide. De enige juridisch veilige boodschap blijft: moet u rijden, drink dan geen alcohol.
Ook tijd is geen betrouwbaar schild. Alcohol wordt geleidelijk afgebroken, maar de afbraaksnelheid verschilt. Koffie, water, frisse lucht of een korte wandeling maken u niet juridisch nuchter. Ze kunnen u alerter doen voelen, maar ze veranderen de meetwaarde niet op magische wijze. Wie na een avond uit “nog even wacht” en nadien rijdt, kan nog altijd boven de 0,5 promille grens zitten.
Van glas naar ademanalyse: waarom de meting beslissend is
Bij een alcoholcontrole werkt de politie met een opeenvolging van handelingen. Eerst kan een ademtest worden afgenomen. Wanneer die aanleiding geeft tot verdere controle, volgt een ademanalyse. Het resultaat van de ademanalyse bepaalt in de praktijk of u zich in de zone van art. 34, § 1 Wegverkeerswet bevindt, of in de zwaardere zone van art. 34, § 2 Wegverkeerswet. Het is dus niet uw eigen telling van glazen die de doorslag geeft.
De drempels zijn vaste koppels. Vanaf 0,22 mg/l UAL is de grens van 0,5 g/l bloed bereikt. Vanaf 0,35 mg/l UAL gaat het om 0,8 g/l bloed. Vanaf 0,50 mg/l UAL stemt de wet dit overeen met 1,2 g/l bloed. Vanaf 0,78 mg/l UAL gaat het om 1,8 g/l bloed. Die koppels moeten correct gelezen worden, want zij bepalen onder meer de ernst van de vervolging en de mogelijke toepassing van een alcoholslot.
Dronkenschap is iets anders dan een positief alcoholgehalte. Art. 35 Wegverkeerswet gaat over een toestand die door de politie wordt vastgesteld aan de hand van concrete tekenen, zoals gedrag, spraak, evenwicht, bewustzijn, geur of rijgedrag. Dronkenschap volgt nooit automatisch uit een ademanalyse. Een hoge meting is juridisch een zaak van art. 34, § 2 Wegverkeerswet; dronkenschap is een afzonderlijke toestand met eigen gevolgen.
Die nuance is belangrijk in de verdediging. Het kan gaan over de vraag of de test correct werd uitgevoerd, of de bestuurder correct werd geïdentificeerd, of de wettelijke drempel werd bereikt, of er sprake was van duidelijke tekenen van alcoholopname, en of het proces-verbaal tijdig werd verzonden. Sinds 1 juli 2026 wordt het afschrift van het proces-verbaal volgens art. 62 Wegverkeerswet aan de geïdentificeerde overtreder, de houder van de kentekenplaat of de gebruikelijke bestuurder gezonden binnen dertig dagen vanaf de datum van de misdrijven, met een bijzondere aanvang wanneer identiteit of adres niet meteen konden worden vastgesteld. Voor Vlaamse gewestelijke regels geldt een termijn van veertien dagen vanaf de datum van vaststelling van de misdrijven. Een advocaat gaat na of die verzending tijdig gebeurde.
Wat gebeurt er bij een controle vanaf 0,22 mg/l UAL?
Sinds 1 juli 2026 geldt bij alcohol een uniforme regeling voor het rijverbod ter plaatse. Art. 60 Wegverkeerswet voorziet een rijverbod van twaalf uren vanaf de vaststelling wanneer de ademanalyse ten minste 0,22 mg/l UAL aangeeft. Hetzelfde twaalfuursverbod geldt wanneer de ademanalyse onmogelijk is terwijl de ademtest ten minste 0,35 mg/l aangeeft, en bij weigering van de ademtest of ademanalyse. Voor bepaalde professionele categorieën geldt de lagere drempel vanaf 0,09 mg/l UAL.
Dat rijverbod ter plaatse is geen rechterlijk verval van het recht tot sturen. Het is een onmiddellijke maatregel op het moment van de controle. Vóór u opnieuw mag rijden, volgt volgens art. 60, § 5 Wegverkeerswet een nieuwe ademtest of ademanalyse. Wanneer die opnieuw ten minste 0,22 mg/l UAL aangeeft, of wanneer u weigert, wordt het verbod met twaalf uren verlengd. De vroegere trapjes van drie en zes uur bestaan niet meer.
Daarnaast kan het rijbewijs onmiddellijk worden ingetrokken. In beginsel gebeurt een onmiddellijke intrekking door de procureur des Konings, maar bij alcohol kan de officier van gerechtelijke politie optreden in de gevallen van art. 60, §§ 3 en 4 Wegverkeerswet. De intrekking bij alcohol is dus al mogelijk vanaf 0,22 mg/l UAL en niet pas vanaf 0,35 mg/l UAL. De teruggave gebeurt na vijftien dagen, tenzij een verlenging wordt gevorderd en de politierechtbank daarover beslist volgens art. 55bis Wegverkeerswet.
In de praktijk betekent dit dat zelfs een meting net boven de wettelijke grens onmiddellijke mobiliteitsproblemen kan veroorzaken. Wie de wagen nodig heeft voor werk, kinderopvang of mantelzorg, voelt de gevolgen vaak al vóór er een rechter aan te pas komt. Dat maakt het verstandig om niet alleen naar het uiteindelijke boetebedrag te kijken, maar ook naar de tijdelijke maatregelen op de avond van de controle.
Onmiddellijke inning: bedragen bij alcohol in 2026
Een onmiddellijke inning is een voorstel van de politie op grond van art. 65 Wegverkeerswet. Het is geen rechterlijke geldboete en er wordt geen bijkomende factor op toegepast. Voor feiten vanaf 1 juli 2026 bedraagt de onmiddellijke inning bij art. 34, § 1 Wegverkeerswet, dus bij 0,22 tot minder dan 0,35 mg/l UAL, 197 euro. Telkens wanneer een onmiddellijke inning wordt vermeld, moet ook de administratieve toeslag worden onderscheiden: voor 2026 bedraagt de toeslag bij de onmiddellijke inning 10,67 euro.
Bij een hogere meting kan nog steeds een onmiddellijke inning mogelijk zijn binnen bepaalde grenzen. Voor feiten vanaf 1 juli 2026 bedraagt de onmiddellijke inning bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet 462 euro bij 0,35 tot minder dan 0,44 mg/l UAL en 636 euro bij 0,44 tot minder dan 0,50 mg/l UAL. Ook daar komt de administratieve toeslag bij de onmiddellijke inning van 10,67 euro voor 2026 afzonderlijk naast het inningsbedrag. Vanaf hogere of complexere situaties kan het dossier sneller richting parket of rechtbank gaan.
Voor de bestuurders op wie art. 34, § 3 Wegverkeerswet van toepassing is, gelden strengere alcoholwaarden. Die bijzondere regeling is niet gekoppeld aan het feit dat iemand pas een rijbewijs B heeft. Zij viseert vooral bestuurders van zwaardere voertuigcategorieën en personenvervoer onder dezelfde medische geschiktheidsregels, zoals C1, C, C1+E, C+E, D1, D, D1+E en D+E. Voor feiten vanaf 1 juli 2026 bedraagt de onmiddellijke inning bij art. 34, § 3 Wegverkeerswet 116 euro bij 0,09 tot minder dan 0,22 mg/l en 197 euro bij 0,22 tot minder dan 0,35 mg/l, telkens met de administratieve toeslag bij de onmiddellijke inning van 10,67 euro voor 2026.
Let op: de onmiddellijke inning is niet hetzelfde als een minnelijke schikking. De onmiddellijke inning komt van de politie. De minnelijke schikking komt van het parket op grond van art. 216bis Sv. Een minnelijke schikking is geen veroordeling en geen erkenning van schuld. Tegenover een eventueel slachtoffer geldt de betaling wel als onweerlegbaar vermoeden van fout. De betalingstermijn voor een onmiddellijke inning via overschrijving bedraagt tien dagen vanaf de afgifte of verzending van het verklarend document volgens het KB van 19 april 2014.
Politierechtbank: welke geldboete riskeert u boven de grens?
Wanneer het dossier voor de politierechtbank komt, gelden niet de bedragen van de onmiddellijke inning, maar de wettelijke geldboetevorken. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij alcohol van 0,22 tot minder dan 0,35 mg/l UAL op grond van art. 34, § 1 Wegverkeerswet 250 tot 5.000 euro. Dit is een straf van niveau 1. Op dit artikel staat geen gevangenisstraf en er is geen verplicht verval van het recht tot sturen.
Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij alcohol vanaf 0,35 mg/l UAL of bij weigering op grond van art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro. Ook dit artikel behoort tot niveau 1. Er staat geen gevangenisstraf op deze eerste alcoholinbreuk als zodanig. De rechter kan wel een verval van het recht tot sturen uitspreken, maar dat verval is bij art. 34, § 2 niet automatisch verplicht door die bepaling zelf.
Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij dronkenschap op grond van art. 35 Wegverkeerswet eveneens 2.000 tot 20.000 euro. Art. 35 is niveau 1 en kent geen gevangenisstraf. Het grote verschil met art. 34, § 2 is het verval: bij dronkenschap is een verval van het recht tot sturen verplicht, voor een duur van een maand tot vijf jaar of voorgoed. Dronkenschap is dus juridisch zwaarder voor het rijbewijs, ook al is de geldboetevork gelijk.
Naast de geldboete kunnen bij een rechterlijke veroordeling ook bijkomende bedragen verschuldigd zijn. De bijdrage aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers bedraagt sinds 1 september 2026 250 euro. Daarnaast zijn er gerechtskosten en de administratieve toeslag bij een rechterlijke veroordeling op grond van art. 162ter Sv.; het tarief 2026 bedraagt 30,56 euro. Die bedragen zijn geen onderdeel van de geldboete zelf, maar ze verhogen wel het totaal dat de veroordeelde uiteindelijk moet betalen.
Datum van de feiten: waarom 2026 extra gevoelig is
Het bedrag van een geldboete hangt af van de datum van de feiten, niet van de datum waarop de dagvaarding in de bus valt. Dat is in 2026 bijzonder belangrijk omdat er meerdere periodes bestaan. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 worden de effectieve bedragen gehanteerd zoals zij nu in de verkeerswetgeving zijn omgezet. Daarom moet bij elke boetevork steeds de datum van de feiten worden bekeken.
Voor feiten van vóór 1 september 2026 past de rechter de voor de beklaagde gunstigste wet toe. Dat volgt uit art. 2, derde lid Sw. Dat kan in concrete dossiers belangrijk zijn, zeker wanneer feiten plaatsvonden vóór de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek en de omzetting van de Wegverkeerswet. Wie vandaag, op 13 oktober 2026, een dagvaarding ontvangt voor een controle uit augustus 2026, mag dus niet automatisch de huidige regeling op zijn dossier plakken zonder de datum van de feiten te controleren.
Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 34, § 1 Wegverkeerswet 250 tot 5.000 euro, bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro en bij art. 35 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro. Die bedragen moeten letterlijk worden gebruikt voor die periode. Voor oudere feiten gelden andere overgangsregels en moet men vermijden om oude basisbedragen en huidige effectieve bedragen door elkaar te halen.
Ook de onmiddellijke inning volgt haar eigen systeem. De inningsbedragen zijn vaste sommen uit het KB van 19 april 2014 en bewegen niet mee met de regels over geldboeten voor de politierechtbank. Voor feiten tot en met 30 juni 2026 golden lagere inningsbedragen dan vanaf 1 juli 2026. Een bestuurder moet daarom drie vragen onderscheiden: wanneer zijn de feiten gepleegd, gaat het om een onmiddellijke inning of een rechterlijke geldboete, en welk alcoholartikel is precies van toepassing?
Verval van het recht tot sturen en herstelvoorwaarden
Een verval van het recht tot sturen is de rechterlijke beslissing waardoor u gedurende een bepaalde periode niet mag rijden. Bij alcohol is het verschil tussen art. 34 en art. 35 Wegverkeerswet cruciaal. Bij art. 34, § 1 is er geen verplicht verval. Bij art. 34, § 2 is een verval mogelijk, maar niet automatisch verplicht door die bepaling zelf. Bij art. 35, dronkenschap, is het verval verplicht voor een maand tot vijf jaar of voorgoed.
Wanneer de rechter een facultatief verval uitspreekt op grond van art. 38, § 1 Wegverkeerswet, bedraagt dat verval ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar. Er bestaat geen verval van nul dagen. De ondergrens van een maand geldt specifiek bij dronkenschap op grond van art. 35. Bij een gewoon alcoholdossier moet dus precies worden bekeken welke bepaling de rechter toepast en of het verval verplicht of facultatief is.
Herstelvoorwaarden zijn een afzonderlijk onderwerp. Art. 38, § 3 Wegverkeerswet kent vijf mogelijke herstelvoorwaarden: een theoretisch examen, een praktisch examen, een geneeskundig onderzoek, een psychologisch onderzoek en een specifieke opleiding bepaald door de Koning. Die voorwaarden zijn niet bij elke eerste alcoholveroordeling automatisch verplicht. Zij zijn van rechtswege verplicht in de gevallen waarin de wet dat uitdrukkelijk oplegt, onder meer bij bepaalde herhalingen volgens art. 38, § 6 Wegverkeerswet, en kunnen daarbuiten door de rechter worden opgelegd.
Een weekendrijverbod kan in sommige gevallen worden uitgesproken. Art. 38, § 2bis Wegverkeerswet laat toe dat het effectief verval wordt beperkt tot vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en tot feestdagen. Dat is uitgesloten wanneer de rechter een alcoholslot oplegt of het herstel afhankelijk maakt van examens, onderzoeken of een opleiding. Wie hoopt op een weekendformule, moet dus nagaan of het dossier zich daarvoor juridisch leent.
Alcoholslot: wanneer wordt dat verplicht of mogelijk?
Het alcoholslot is een van de meest ingrijpende maatregelen in alcoholzaken. Het verhindert dat een voertuig kan starten zonder voorafgaande ademtest via het toestel. De maatregel is niet in elk alcoholdossier automatisch verplicht, maar bepaalde drempels maken hem bijzonder belangrijk. Bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet is het alcoholslot verplicht vanaf 0,78 mg/l UAL of 1,8 g/l bloed, met een motiveringsplicht wanneer de rechter het niet oplegt.
Bij dronkenschap op grond van art. 35 Wegverkeerswet en bij herhaling op grond van art. 36 Wegverkeerswet kan de rechter een alcoholslot opleggen voor één tot drie jaar of levenslang. Dat is in die gevallen in beginsel facultatief. Er bestaat echter een belangrijke uitzondering: bij herhaling van art. 34, § 2 Wegverkeerswet met telkens ten minste 0,50 mg/l UAL of 1,2 g/l bloed is het alcoholslot verplicht. Die drempels moeten correct worden gelezen; 0,50 mg/l UAL stemt overeen met 1,2 g/l bloed.
Rijden zonder het opgelegde alcoholslot is een afzonderlijk ernstig probleem. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor rijden zonder het opgelegde alcoholslot op grond van art. 37/1, § 4 Wegverkeerswet 5.000 tot 20.000 euro. Dat is niveau 2. Niveau 2 kan een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar omvatten, maar art. 27 Sw. bepaalt dat de gevangenisstraf de laatst te overwegen straf is en dat de rechter binnen niveau 2 moet motiveren waarom een andere straf niet volstaat.
Voor bestuurders die professioneel afhankelijk zijn van hun rijbewijs, kan een alcoholslot praktisch complex zijn. Niet elk voertuig is zomaar beschikbaar, werkgever en verzekeraar kunnen betrokken raken, en de naleving moet strikt gebeuren. Wie een alcoholslot opgelegd krijgt, moet dus niet alleen naar de duur kijken, maar ook naar de praktische uitvoering en de gevolgen van elke overtreding tijdens die periode.
Herhaling: wanneer alcohol veel zwaarder wordt bestraft
Alcoholherhaling is een van de situaties waarin de strafrechtelijke gevolgen snel zwaarder worden. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 geldt dat herhaling van art. 34, § 2 Wegverkeerswet, art. 35 Wegverkeerswet of art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet binnen drie jaar op grond van art. 36, eerste lid Wegverkeerswet wordt bestraft met een geldboete van 4.000 tot 50.000 euro en een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Dat is niveau 2.
Die gevangenisstraf staat dus niet op de eerste toepassing van art. 34, § 2 of art. 35 als niveau 1-misdrijf, maar wel op de herhalingsregeling van art. 36 Wegverkeerswet. Dat onderscheid is essentieel. Wie een eerste alcoholzaak heeft, mag niet onnodig worden afgeschrikt met een gevangenisstraf die de wet daar niet koppelt aan niveau 1. Wie daarentegen in herhaling valt, moet wél rekening houden met de duidelijke verzwaring door art. 36.
Bij een nieuwe herhaling binnen drie jaar na de tweede veroordeling kan een straf van niveau 3 worden opgelegd. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 gaat het dan om een geldboete van 8.000 tot 100.000 euro en een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar. Dat is uitzonderlijk zwaar en toont waarom alcoholrecidive niet mag worden behandeld als een gewone administratieve verkeersboete.
Ook art. 38, § 6 Wegverkeerswet kan in herhalingssituaties een grote rol spelen. Bij herhaling binnen drie jaar van onder meer art. 34, § 2, art. 35 en art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet is een verval van ten minste drie maanden verplicht, samen met de vier examens en onderzoeken. Bij een volgende herhaling wordt dat zes maanden en daarna negen maanden. Art. 38, § 6 gaat over het rijbewijs en de herstelvoorwaarden, niet over de hoogte van de geldboete.
Professionele bestuurders en de lagere alcoholgrens
De alcoholgrens van 0,09 mg/l UAL wordt vaak verkeerd begrepen. Ze is niet bedoeld als aparte norm voor wie pas met een gewone personenwagen rijdt. Ze hangt samen met bepaalde rijbewijscategorieën voor zwaardere voertuigen en personenvervoer, zoals C1, C, C1+E, C+E, D1, D, D1+E en D+E, en met bestuurders die onder dezelfde medische voorschriften vallen. Dat betekent dat een vrachtwagenchauffeur, buschauffeur of gelijkgestelde bestuurder sneller in overtreding kan zijn dan een gewone bestuurder met rijbewijs B.
Voor feiten vanaf 1 juli 2026 bedraagt de onmiddellijke inning bij art. 34, § 3 Wegverkeerswet 116 euro bij 0,09 tot minder dan 0,22 mg/l UAL en 197 euro bij 0,22 tot minder dan 0,35 mg/l UAL, telkens met de administratieve toeslag bij de onmiddellijke inning van 10,67 euro voor 2026. Ook hier gaat het om vaste inningsbedragen, niet om rechterlijke geldboeten.
Wanneer het dossier voor de politierechtbank komt, moet de precieze bepaling worden bekeken. De sanctielogica blijft gekoppeld aan de Wegverkeerswet en aan de gemeten waarde. Wie beroepsmatig rijdt, moet bovendien rekening houden met arbeidsrechtelijke, verzekeringsrechtelijke en contractuele gevolgen. Een positieve alcoholcontrole tijdens het werk kan bijvoorbeeld aanleiding geven tot discussie met de werkgever of met de verzekeraar, los van de verkeersrechtelijke sanctie.
Voor ondernemingen met een wagenpark is preventie vaak belangrijker dan discussie achteraf. Een duidelijk alcoholbeleid, heldere instructies voor werknemers en een procedure voor alternatieve verplaatsing kunnen veel problemen voorkomen. Toch blijft de strafrechtelijke verantwoordelijkheid in eerste instantie bij de bestuurder die beslist om te rijden.
Verzekering, ongeval en aansprakelijkheid na alcoholgebruik
Een alcoholcontrole zonder ongeval is al ernstig, maar de gevolgen kunnen zwaarder worden wanneer er een verkeersongeval gebeurt. De verzekeraar van het voertuig zal tegenover slachtoffers in beginsel moeten tussenkomen volgens de regels van de verplichte motorrijtuigenverzekering, maar kan nadien in bepaalde omstandigheden een regresvordering onderzoeken. Dat betekent dat de verzekeraar betaalde bedragen geheel of gedeeltelijk kan proberen terug te vorderen van de bestuurder.
Bij lichamelijke schade gelden bovendien de regels van het burgerlijk aansprakelijkheidsrecht. Sinds 1 januari 2025 worden de oude bepalingen over foutaansprakelijkheid niet meer kaal geciteerd; in het huidige Burgerlijk Wetboek vindt men de relevante regels onder meer in art. 6.5 BW en art. 6.6 BW. De schadebegroting gebeurt in de praktijk vaak met verwijzing naar de Indicatieve Tabel, die niet bindend is. Bij letselschade kan ook interest een rol spelen, met onder meer art. 5.241 BW voor compensatoire interest bij een waardeschuld.
Strafrechtelijk kan alcohol in een ongevalsdossier zwaar doorwegen. Sinds 1 september 2026 gelden in het nieuwe Strafwetboek onder meer art. 107 Sw. voor doding in het verkeer en art. 218 Sw. voor integriteitsaantasting in het verkeer. Die bepalingen gelden bij het deelnemen aan het verkeer, niet enkel bij een klassiek ongeval, en vereisen een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 107 Sw. 250 tot 12.500 euro en bij art. 218 Sw. 250 tot 6.250 euro; daarnaast horen die bepalingen bij respectievelijk niveau 3 en niveau 2.
Wanneer een bestuurder iemand doodt terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert of door substanties in een soortgelijke staat verkeert, kan art. 107/1 Sw. in beeld komen als verzwaarde doding in het verkeer. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 107/1 Sw. 250 tot 20.000 euro en gaat het om niveau 4, met een gevangenisstraf van meer dan vijf tot tien jaar. Bij letsel is de toestand van dronkenschap of een soortgelijke staat een verzwarende factor binnen art. 218/1 Sw. Dit zijn uitzonderlijk ernstige dossiers waarin gespecialiseerde bijstand noodzakelijk is.
Procedure: van proces-verbaal tot bevel tot betalen of dagvaarding
Na een positieve alcoholcontrole wordt een proces-verbaal opgesteld. Art. 62 Wegverkeerswet bepaalt dat processen-verbaal bewijskracht hebben zolang het tegendeel is bewezen. Het afschrift moet volgens de federale regels sinds 1 juli 2026 worden verzonden binnen dertig dagen vanaf de datum van de misdrijven, behalve wanneer identiteit of adres niet meteen konden worden vastgesteld. Voor Vlaamse gewestelijke regels geldt een termijn van veertien dagen vanaf de datum van vaststelling. Een advocaat controleert onder meer of de juiste termijn werd gerespecteerd.
Als de politie een onmiddellijke inning voorstelt, bedraagt de betalingstermijn via overschrijving tien dagen vanaf de afgifte of verzending van het verklarend document. Betaalt u niet, dan kan het dossier verder gaan. Het parket kan een minnelijke schikking voorstellen. De procureur bepaalt daarvoor een termijn van ten minste vijftien dagen en ten hoogste drie maanden. Een minnelijke schikking is niet hetzelfde als een veroordeling.
Een andere stap is het bevel tot betalen in verkeerszaken op grond van art. 65/1 Wegverkeerswet. Daarbij moet betaling gebeuren binnen dertig dagen na ontvangst. Beroep bij de politierechtbank kan binnen dertig dagen bij verzoekschrift. Bij niet-invordering binnen drie jaar kan een schorsing van het recht tot sturen volgen voor acht dagen, vijftien dagen of één maand. Aan een bevel tot betalen hangt bovendien een administratieve toeslag van 30,56 euro voor 2026, bovenop de geldsom verhoogd met 35 procent.
Wanneer het dossier wordt gedagvaard, beslist de politierechtbank. Verzet tegen een verstekbeslissing moet binnen vijftien dagen. Hoger beroep bedraagt dertig dagen; het openbaar ministerie krijgt tien bijkomende dagen, maar alleen wanneer de beklaagde of de burgerrechtelijk aansprakelijke partij eerst zelf beroep instelde. De verjaring van de strafvordering voor de Wegverkeerswet en haar uitvoeringsbesluiten bedraagt drie jaar vanaf de dag waarop de overtreding is begaan.
Verweer: wat kan een advocaat controleren?
Een verdediging in een alcoholzaak begint niet bij de vraag “hoeveel glazen waren het?”, maar bij het dossier. De advocaat controleert welke meting precies werd uitgevoerd, of de juiste drempel werd toegepast, of de procedure rond de ademtest en ademanalyse correct is verlopen, of de identificatie klopt, of het proces-verbaal tijdig werd verzonden en of de voorgestelde kwalificatie overeenstemt met de vaststellingen. Bij dronkenschap wordt ook nagegaan welke concrete tekenen de politie noteerde.
Daarnaast is de persoonlijke situatie relevant voor de strafmaat. De politierechter kan rekening houden met het blanco of niet-blanco verkeersverleden, de omstandigheden van de controle, de noodzaak van het rijbewijs, werk, gezin, medische factoren, bereidheid tot begeleiding en financiële draagkracht. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 34, § 1 Wegverkeerswet 250 tot 5.000 euro en bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, zodat argumentatie over draagkracht en proportionaliteit in veel dossiers praktisch relevant is.
Ook het verschil tussen alcoholintoxicatie en dronkenschap moet worden bewaakt. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 35 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, maar het verplichte verval van een maand tot vijf jaar of voorgoed maakt de kwalificatie bijzonder belangrijk. Als er alleen een meetresultaat is zonder voldoende concrete tekenen van dronkenschap, kan dat in de beoordeling van het dossier een kernpunt zijn.
Beboet.be behandelt verkeersdossiers vanuit onder meer het kantoor Antwerpen. Wie twijfelt over een onmiddellijke inning, een dagvaarding of een rijverbod, doet er goed aan de documenten tijdig te verzamelen: proces-verbaal, analyseformulier, rijbewijsgegevens, verzekeringspolis, eerdere vonnissen en briefwisseling van politie, parket of rechtbank. Via Meer over Alcohol vindt u bijkomende informatie over alcohol in het verkeer.
Rechtsbijstandsverzekering: wie betaalt de advocaat?
In verkeerszaken betaalt de rechtsbijstandsverzekering meestal het ereloon van de advocaat. Die waarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of in de familiale polis. Bij een procedure kiest de cliënt zelf zijn advocaat op grond van art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. De tussenkomst hangt wel altijd af van de polisvoorwaarden, de waarborggrenzen en eventuele uitsluitingen.
Dat recht op vrije keuze is belangrijk. U hoeft niet noodzakelijk de advocaat te nemen die door de verzekeraar wordt voorgesteld. U mag zelf een advocaat kiezen die vertrouwd is met verkeersrecht, alcoholcontroles en procedures voor de politierechtbank. De verzekeraar kan wel vragen om documenten te bezorgen en kan de dekking toetsen aan de polis. Een kosteloze controle van de rechtsbijstandspolis is iets anders dan gratis juridisch advies over de volledige zaak.
Wanneer u geen bruikbare rechtsbijstandsverzekering hebt, kan in bepaalde omstandigheden kosteloze rechtsbijstand of pro deo relevant zijn als wettelijk systeem. Dat hangt af van de voorwaarden die daarvoor gelden. Meer informatie over de mogelijke tussenkomst van een advocaat en de wettelijke systemen vindt u via Gratis advocaat, zonder dat dit een resultaat of dekking in uw concrete dossier garandeert.
Het is verstandig om uw polis niet pas te zoeken op de dag van de zitting. Verzekeraars vragen vaak een kopie van de dagvaarding, het proces-verbaal, het rijbewijs en soms informatie over eerdere feiten. Hoe vollediger het dossier, hoe beter kan worden nagegaan of de waarborg speelt en of de verzekeraar het ereloon binnen de polisvoorwaarden ten laste neemt.
Praktische voorbeelden: waarom “twee glazen” geen veilige regel is
Neem een bestuurder die tijdens een receptie twee grote glazen wijn drinkt en twintig minuten later vertrekt. Hij voelt zich niet dronken, rijdt correct en wordt preventief gecontroleerd. De ademanalyse geeft 0,23 mg/l UAL aan. Juridisch is dat boven de grens van 0,22 mg/l UAL. Voor feiten vanaf 1 juli 2026 kan de onmiddellijke inning bij art. 34, § 1 Wegverkeerswet 197 euro bedragen, met daarnaast de administratieve toeslag bij de onmiddellijke inning van 10,67 euro voor 2026, en er volgt een rijverbod ter plaatse van twaalf uren.
Neem een andere bestuurder die op restaurant aperitief, wijn en digestief combineert. De meting bedraagt 0,39 mg/l UAL. Dan gaat het niet meer om art. 34, § 1 maar om art. 34, § 2 Wegverkeerswet. Voor feiten vanaf 1 juli 2026 bedraagt de onmiddellijke inning in de schijf 0,35 tot minder dan 0,44 mg/l UAL 462 euro, met daarnaast de administratieve toeslag bij de onmiddellijke inning van 10,67 euro voor 2026. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de rechterlijke geldboete bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro wanneer het dossier voor de politierechtbank komt.
Neem ten slotte een bestuurder die slingerend rijdt, moeilijk uit de wagen stapt, onsamenhangend spreekt en tegelijk een hoge alcoholmeting heeft. De politie kan dan naast de alcoholintoxicatie ook dronkenschap vaststellen. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 35 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, zonder gevangenisstraf omdat het niveau 1 is, maar met verplicht verval van het recht tot sturen van een maand tot vijf jaar of voorgoed.
Deze voorbeelden tonen waarom het antwoord op de vraag naar het aantal glazen misleidend is. Niet het aantal consumpties, maar de meting en de vaststellingen bepalen de juridische gevolgen. De veiligste keuze is vooraf organiseren: een Bob, taxi, openbaar vervoer, overnachting of niet drinken. Wie toch drinkt en rijdt, neemt een risico dat niet alleen financieel maar ook professioneel en persoonlijk zwaar kan uitvallen.
Lees ook
Voor verwante thema’s binnen alcohol en verkeersrecht kunt u verder lezen in deze artikels:
Conclusie: hoeveel glazen mag u drinken?
De korte conclusie is dat er geen juridisch veilig aantal glazen bestaat. De **0,5 promille grens** komt overeen met 0,22 mg/l UAL, maar het aantal glazen dat tot die waarde leidt, verschilt per persoon, per moment en per situatie. Wat voor de ene bestuurder onder de grens blijft, kan voor een andere bestuurder al strafbaar zijn. De wet kijkt niet naar uw inschatting of naar het aantal consumpties, maar naar de gemeten waarde en de vaststellingen van de politie.
Bij 0,22 tot minder dan 0,35 mg/l UAL zit u in art. 34, § 1 Wegverkeerswet. Voor feiten vanaf 1 juli 2026 bedraagt de onmiddellijke inning 197 euro, met de administratieve toeslag bij de onmiddellijke inning van 10,67 euro voor 2026. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor de politierechtbank 250 tot 5.000 euro. Vanaf 0,35 mg/l UAL wordt het dossier zwaarder: voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro. Bij dronkenschap bedraagt de geldboete voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 eveneens 2.000 tot 20.000 euro, maar is het verval van het recht tot sturen verplicht.
Hou ook rekening met het rijverbod ter plaatse van twaalf uren vanaf de vaststelling, de mogelijke onmiddellijke intrekking van het rijbewijs, de bijdrage van 250 euro aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers bij een veroordeling, de gerechtskosten en de administratieve toeslag bij een rechterlijke veroordeling. Bij herhaling kan art. 36 Wegverkeerswet de zaak naar niveau 2 tillen, met voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 een geldboete van 4.000 tot 50.000 euro en een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.
Moet u rijden, drink dan niet. Bent u toch gecontroleerd, betaal of betwist niet blind. Verzamel alle documenten, noteer de omstandigheden en laat nagaan welke bepaling precies wordt toegepast, welke datum van de feiten relevant is, of het proces-verbaal tijdig werd verzonden en of uw rechtsbijstandsverzekering tussenkomt. Een advocaat kijkt uw dossier kort na en neemt contact met u op om te bespreken of en hoe wij u kunnen bijstaan.
Veelgestelde vragen
Uw autoverzekering betaalt meestal uw advocaat
- De rechtsbijstandswaarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of de familiale polis, vaak zonder dat zij het beseffen.
- Anders dan in de meeste andere rechtstakken is dat in verkeerszaken eerder regel dan uitzondering.
- Loopt er een procedure, dan kiest u zélf uw advocaat: uw verzekeraar mag u er geen opleggen (art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen).
- Wij dienen de aanvraag in bij uw verzekeraar en rekenen rechtstreeks met hem af. Komt uw polis tussen, dan betaalt u zelf niets.
Of uw polis tussenkomt, hangt af van uw voorwaarden — denk aan een waarborgplafond, een wachttijd of een uitsluiting. Wij kijken uw polis gratis na en zeggen u eerlijk waar u aan toe bent vóór er iets opstart.
Laat uw polis nakijkenHulp nodig?
Bij verkeerszaken betaalt de rechtsbijstand in uw autoverzekering meestal het ereloon van uw advocaat — en u kiest zelf wie u verdedigt.
Wettelijke bronnen
Lees onze volledige gids over alcohol