Ga naar hoofdinhoud
    Beboet logoBeboet.be
    050 67 32 06Contact
    Terug naar Blog
    🍺 Alcohol

    Alcoholrecidive en verlenging rijverbod

    Laatst bijgewerkt op: 2026-10-27T08:19:28.229573+00:00
    Mr. Chanel Ribas Colomar24 oktober 202626 min leestijd0 weergaven
    Alcoholrecidive en verlenging rijverbod
    Google
    4.9/5 (175)
    Trustlocal
    9.7/10 (178)
    353+ tevreden klanten

    Een tweede alcoholfeit in het verkeer is zelden “gewoon nog eens dezelfde boete”. Wie binnen drie jaar opnieuw wordt veroordeeld voor een ernstig alcoholfeit, riskeert een duidelijke verlenging van het rijverbod, verplichte herstelonderzoeken en, in bepaalde gevallen, een veel zwaarder strafniveau. Voor bestuurders die hun rijbewijs nodig hebben voor werk, gezin of zelfstandige activiteit is vooral het verschil tussen een eerste alcoholfeit en recidive cruciaal: bij recidive kan het verval van het recht tot sturen niet langer worden behandeld als een detail naast de geldboete.

    Wat betekent alcoholrecidive in het Belgische verkeersrecht?

    Alcoholrecidive betekent in verkeerszaken dat een bestuurder opnieuw wordt veroordeeld nadat er al een eerdere veroordeling bestaat voor een relevant alcoholfeit. Het gaat niet om “punten” op het rijbewijs, want België kent geen puntenrijbewijs. De rechter kijkt naar eerdere veroordelingen, naar de wettelijke herhalingstermijn en naar de aard van het nieuwe feit. In de praktijk draait de discussie vaak rond de vraag of de nieuwe feiten binnen drie jaar vallen en of de vorige veroordeling al definitief was.

    Bij alcohol is het belangrijk het onderscheid te maken tussen rijden met een strafbare alcoholconcentratie en rijden in staat van dronkenschap. Een alcoholconcentratie wordt beoordeeld via adem- of bloedwaarden, bijvoorbeeld 0,22 mg/l uitgeademde alveolaire lucht, gekoppeld aan 0,5 g/l bloed, of 0,35 mg/l, gekoppeld aan 0,8 g/l bloed. Dronkenschap is iets anders: dat is een toestand die door de politie wordt vastgesteld op basis van uiterlijke tekenen, gedragingen en vaststellingen. Een hoge ademanalyse is dus niet automatisch dronkenschap.

    Het specifieke onderwerp van dit artikel is de Verlenging rijverbod door alcoholrecidive. Die verlenging volgt vooral uit art. 38, § 6 Wegverkeerswet wanneer de bestuurder binnen drie jaar opnieuw wordt veroordeeld voor onder meer art. 34, § 2 Wegverkeerswet of art. 35 Wegverkeerswet. De verlenging heeft dan niet alleen betrekking op de duur van het rijverbod, maar ook op de voorwaarden om het rijbewijs terug te krijgen.

    Voor wie net een proces-verbaal of dagvaarding ontving, is het nuttig om eerst de datum van de feiten, de gemeten waarde en de inhoud van de vorige veroordeling te kennen. Via Bereken uw boete krijgt u een eerste praktisch overzicht, maar bij alcoholrecidive blijft een juridische lezing van het dossier noodzakelijk omdat kleine verschillen grote gevolgen kunnen hebben.

    De alcoholgrenzen: van strafbare alcoholopname tot zware alcoholwaarde

    De klassieke grens voor bestuurders is 0,22 mg/l uitgeademde alveolaire lucht, gelijk aan 0,5 g/l bloed. Vanaf die grens kan er sprake zijn van een strafbare alcoholopname. De hogere grens van 0,35 mg/l, gelijk aan 0,8 g/l bloed, brengt de zaak in een zwaardere categorie. Nog hogere waarden, zoals 0,50 mg/l, gelijk aan 1,2 g/l bloed, en 0,78 mg/l, gelijk aan 1,8 g/l bloed, zijn belangrijk voor recidive, alcoholslot en rechterlijke beoordeling.

    Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor alcohol van 0,22 tot minder dan 0,35 mg/l UAL op grond van art. 34, § 1 Wegverkeerswet 250 tot 5.000 euro. Dat is een misdrijf van niveau 1: er is geen gevangenisstraf. Er is bij deze categorie ook geen verplicht verval van het recht tot sturen, al kan een dossier uiteraard andere elementen bevatten die voor de rechter relevant zijn.

    Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor alcohol vanaf 0,35 mg/l UAL of voor weigering op grond van art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro. Ook dit alcoholmisdrijf is op zichzelf niveau 1, zodat er bij een eerste toepassing van art. 34, § 2 Wegverkeerswet geen gevangenisstraf aan dat artikel gekoppeld is. Het verval van het recht tot sturen is bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet mogelijk, maar niet automatisch verplicht op grond van dat artikel alleen.

    Voor bestuurders met een rijbewijs van de categorieën C1, C, C1+E, C+E, D1, D, D1+E en D+E, en voor wie personen vervoert met een voertuig waarvoor dezelfde medische voorschriften gelden, geldt art. 34, § 3 Wegverkeerswet met een lagere drempel van 0,09 mg/l. De onmiddellijke inning kent daar eigen vaste bedragen. Die lagere grens geldt niet algemeen voor beginnende bestuurders met een rijbewijs B: België kent geen algemene verlaagde alcoholgrens voor beginnende bestuurders.

    Eerste alcoholfeit: boete, tijdelijk rijverbod ter plaatse en mogelijk verval

    Wanneer de politie een strafbare alcoholwaarde vaststelt, kan er onmiddellijk een tijdelijk rijverbod ter plaatse volgen. Sinds 1 juli 2026 geldt één uniforme duur van twaalf uren vanaf de vaststelling op grond van art. 60, § 3 Wegverkeerswet. Dat geldt onder meer bij een ademanalyse van ten minste 0,22 mg/l, bij een onmogelijke ademanalyse terwijl de ademtest ten minste 0,35 mg/l aangeeft, en bij weigering van ademtest of ademanalyse. Voor de bestuurders bedoeld in art. 34, § 3 Wegverkeerswet geldt dit al vanaf 0,09 mg/l.

    Dat rijverbod ter plaatse is niet hetzelfde als een rechterlijk verval van het recht tot sturen. Het eerste is een onmiddellijke veiligheidsmaatregel na de controle; het tweede is een straf of maatregel die door de politierechtbank wordt uitgesproken. Voor de bestuurder voelt het allebei als “niet mogen rijden”, maar juridisch zijn de gevolgen verschillend. Voor de bestuurder opnieuw mag rijden na het tijdelijke verbod, volgt een nieuwe ademtest of ademanalyse. Blijft de waarde ten minste 0,22 mg/l of weigert de bestuurder die nieuwe controle, dan wordt het rijverbod met twaalf uren verlengd. Een opzettelijke weigering van de ademtest of ademanalyse is bovendien een afzonderlijk misdrijf dat wordt bestraft volgens art. 34, § 2, 3° Wegverkeerswet.

    Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 34, § 1 Wegverkeerswet 250 tot 5.000 euro, zonder verplichte gevangenisstraf en zonder verplicht verval op basis van dat artikel. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, eveneens zonder gevangenisstraf op dat niveau 1-artikel, maar met een reëel risico op verval van het recht tot sturen afhankelijk van de concrete omstandigheden.

    Een onmiddellijke inning is iets anders dan een geldboete uitgesproken door de rechter. Voor art. 34, § 1 Wegverkeerswet bedraagt de onmiddellijke inning volgens het KB van 19 april 2014 197 euro. Bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet bedraagt de onmiddellijke inning 462 euro bij 0,35 tot minder dan 0,44 mg/l en 636 euro bij 0,44 tot minder dan 0,50 mg/l. Bij een onmiddellijke inning komt de administratieve toeslag van art. 65, § 1 Wegverkeerswet; het tarief 2026 bedraagt 10,67 euro. De betalingstermijn bij overschrijving is tien dagen vanaf de afgifte of verzending van het verklarend document.

    Wanneer wordt het rijverbod verlengd door alcoholrecidive?

    De kernregel staat in art. 38, § 6 Wegverkeerswet. Bij herhaling binnen drie jaar van onder meer art. 34, § 2 Wegverkeerswet of art. 35 Wegverkeerswet moet de rechter een verval van het recht tot sturen uitspreken van ten minste drie maanden. Bij een volgende herhaling loopt dat minimum op tot zes maanden, en daarna tot negen maanden. Deze bepaling gaat over het rijverbod en de herstelvoorwaarden, niet over de hoogte van de geldboete.

    De Verlenging rijverbod door alcoholrecidive is dus geen automatische verdubbeling van elk onderdeel van de straf. De rechter moet de juiste wettelijke basis toepassen. Voor de verlenging van het rijverbod bij alcoholrecidive is vooral art. 38, § 6 Wegverkeerswet van belang. Voor de zwaardere straffen bij herhaling van art. 34, § 2 Wegverkeerswet of art. 35 Wegverkeerswet speelt art. 36 Wegverkeerswet een afzonderlijke rol.

    Een concreet voorbeeld verduidelijkt het verschil. Een bestuurder wordt in 2024 definitief veroordeeld voor rijden met 0,41 mg/l UAL. In 2026 wordt hij opnieuw vervolgd voor 0,52 mg/l UAL. Als de wettelijke voorwaarden voor herhaling vervuld zijn, kan de politierechter niet doen alsof het om een eerste feit gaat. De bestuurder riskeert dan niet alleen een zwaardere bestraffing, maar ook een verplicht minimumverval van drie maanden met bijkomende herstelvoorwaarden.

    De driejaarstermijn moet zorgvuldig worden nagegaan. De wet verwijst bij herhaling in verkeerszaken vaak naar de datum van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan. Een advocaat onderzoekt daarom de vorige beslissing, de datum waarop zij definitief werd, het nieuwe proces-verbaal en de juiste kwalificatie. Een verkeerde lezing kan het verschil maken tussen een facultatief verval en een verplicht minimumverval.

    Art. 36 Wegverkeerswet: zwaardere straf bij ernstige alcoholherhaling

    Art. 36 Wegverkeerswet bevat de zwaardere sanctie bij herhaling van bepaalde ernstige verkeersmisdrijven. Voor alcohol gaat het onder meer om herhaling van art. 34, § 2 Wegverkeerswet en art. 35 Wegverkeerswet binnen drie jaar. Deze bepaling is bijzonder belangrijk omdat zij een ander strafniveau opent dan het niveau dat geldt bij een eerste alcoholfeit.

    Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij herhaling van art. 34, § 2 Wegverkeerswet, art. 35 Wegverkeerswet of art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet binnen drie jaar op grond van art. 36, eerste lid Wegverkeerswet 4.000 tot 50.000 euro, met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Dat is niveau 2. Binnen niveau 2 bepaalt art. 27 Sw. dat gevangenisstraf de laatst te overwegen straf is; de rechter moet motiveren waarom een andere straf niet volstaat wanneer hij voor gevangenisstraf kiest.

    Bij een nieuwe herhaling binnen drie jaar na de tweede veroordeling kan een straf van niveau 3 worden opgelegd. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete in die situatie op grond van art. 36, tweede lid Wegverkeerswet 8.000 tot 100.000 euro, met een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar. Dat is uitzonderlijk zwaar in verkeerszaken en toont waarom recidive niet mag worden onderschat.

    Deze boetevorken moeten altijd worden gekoppeld aan de datum van de feiten. Het bedrag van de geldboete hangt niet af van de datum van de dagvaarding, maar van de datum waarop de feiten werden gepleegd. Voor feiten van vóór 1 september 2026 gelden overgangsregels en past de rechter de voor de beklaagde gunstigste wet toe volgens art. 2, derde lid Sw. Wie vandaag, op 24 oktober 2026, voor oudere feiten wordt gedagvaard, moet dus niet automatisch met de nieuwe bedragen worden beoordeeld zonder die tijdstoets.

    Dronkenschap is geen hoge alcoholmeting

    Art. 35 Wegverkeerswet bestraft het rijden in staat van dronkenschap. Dat is een toestand, geen getal. De politie kan dronkenschap vaststellen aan de hand van bijvoorbeeld waggelende gang, onsamenhangende spraak, verward gedrag, alcoholgeur, coördinatieproblemen of andere concrete waarnemingen. Een bestuurder kan dus een alcoholwaarde hebben zonder dat dronkenschap bewezen is, en omgekeerd kan dronkenschap worden besproken op basis van gedragsvaststellingen.

    Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor dronkenschap op grond van art. 35 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro. Art. 35 Wegverkeerswet is niveau 1 en kent geen gevangenisstraf. Het verschil met art. 34, § 2 Wegverkeerswet zit vooral in het verplichte verval: bij dronkenschap moet de rechter een verval van het recht tot sturen opleggen van een maand tot vijf jaar of voorgoed.

    Bij recidive wordt dronkenschap extra zwaar. Wanneer art. 35 Wegverkeerswet binnen de wettelijke herhalingstermijn opnieuw aan de orde is, komt art. 38, § 6 Wegverkeerswet in beeld voor het verplichte minimumverval en de herstelonderzoeken. Tegelijk kan art. 36 Wegverkeerswet de straf naar niveau 2 tillen. Daardoor kan hetzelfde feitenpatroon voor een recidivist veel ingrijpender zijn dan voor iemand zonder eerdere veroordeling.

    Een voorbeeld: een bestuurder wordt eerst veroordeeld wegens dronkenschap na een nachtelijke controle. Anderhalf jaar later volgt een nieuwe veroordeling wegens rijden met een waarde vanaf 0,35 mg/l. Afhankelijk van de kwalificatie en de vorige veroordeling kan de rechter de zaak behandelen als relevante alcoholrecidive. De verdediging zal dan nagaan of de eerste beslissing definitief was, of de driejaarstermijn correct is berekend en of de vaststellingen van dronkenschap voldoende concreet zijn.

    Verplichte herstelvoorwaarden: vier proeven en mogelijke bijkomende opleiding

    Bij art. 38, § 6 Wegverkeerswet blijft het niet bij een langer rijverbod. De rechter moet bij de opgesomde herhalingsgevallen ook de vier klassieke examens en onderzoeken opleggen: het theoretisch examen, het praktisch examen, het geneeskundig onderzoek en het psychologisch onderzoek. Die voorwaarden bepalen wanneer de bestuurder na het verval opnieuw mag rijden. Het is dus perfect mogelijk dat het rijverbod op papier eindigt, maar dat de bestuurder praktisch nog niet opnieuw mag rijden omdat niet alle voorwaarden vervuld zijn.

    Art. 38, § 3 Wegverkeerswet kent daarnaast vijf mogelijke herstelvoorwaarden: het theoretisch examen, het praktisch examen, het geneeskundig onderzoek, het psychologisch onderzoek en een specifieke opleiding bepaald door de Koning. Buiten de gevallen waarin art. 38, § 6 Wegverkeerswet of art. 38, § 2 Wegverkeerswet de voorwaarden van rechtswege verplicht maakt, kan de rechter die voorwaarden opleggen op basis van art. 38, § 3 Wegverkeerswet.

    Voor bestuurders is dit vaak het meest onderschatte gevolg van de Verlenging rijverbod door alcoholrecidive. De kalenderduur van het verval is maar één deel van de realiteit. Een bestuurder die drie maanden verval krijgt, maar daarna nog moet slagen voor examens en onderzoeken, moet rekening houden met organisatie, planning en medische of psychologische beoordeling. Dat kan professionele gevolgen hebben, zeker voor wie in ploegen werkt, zelfstandig is of dagelijks klanten bezoekt.

    Een weekendrijverbod kan in bepaalde gevallen aantrekkelijk lijken, omdat art. 38, § 2bis Wegverkeerswet toelaat dat het effectief verval wordt beperkt tot vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en tot feestdagen. Die beperking is echter uitgesloten wanneer de rechter een alcoholslot oplegt of wanneer hij het herstel afhankelijk maakt van examens, onderzoeken of een opleiding. Bij alcoholrecidive met verplichte herstelvoorwaarden is een combinatie met een weekendrijverbod dus niet mogelijk.

    Alcoholslot bij alcoholrecidive: verplicht of facultatief?

    Het alcoholslot is een afzonderlijk instrument naast boete en rijverbod. Bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet is het alcoholslot verplicht vanaf 0,78 mg/l UAL of 1,8 g/l bloed, tenzij de rechter uitdrukkelijk motiveert waarom hij het niet oplegt. Dat is geen automatisme zonder rechterlijke beoordeling, maar wel een sterke wettelijke regel met motiveringsplicht wanneer de rechter ervan afwijkt.

    Bij art. 35 Wegverkeerswet in geval van dronkenschap en bij art. 36 Wegverkeerswet kan de rechter op grond van art. 37/1, § 1, eerste lid Wegverkeerswet een alcoholslot opleggen voor één tot drie jaar of levenslang. Dat blijft dus een beoordeling in het concrete dossier, behalve in de bijzondere herhalingssituatie waarin art. 37/1, § 1, derde lid Wegverkeerswet het alcoholslot verplicht maakt.

    Die uitzondering is belangrijk. Bij herhaling op grond van art. 36 Wegverkeerswet van art. 34, § 2 Wegverkeerswet met telkens ten minste 0,50 mg/l UAL of 1,2 g/l bloed is het alcoholslot verplicht volgens art. 37/1, § 1, derde lid Wegverkeerswet. In zo’n dossier gaat het dus niet alleen over de duur van het rijverbod, maar ook over de praktische mogelijkheid om later nog te rijden met een voertuig dat aan de opgelegde voorwaarden voldoet.

    Rijden zonder het opgelegde alcoholslot is een zwaar afzonderlijk probleem. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de sanctie voor rijden zonder het opgelegde alcoholslot op grond van art. 37/1, § 4 Wegverkeerswet 5.000 tot 20.000 euro; het gaat om niveau 2. Een bestuurder die een alcoholslot opgelegd kreeg, moet de modaliteiten dus strikt naleven en mag niet uitwijken naar een voertuig zonder dat systeem wanneer het vonnis dat verbiedt.

    Onmiddellijke intrekking en verlenging vóór de uitspraak

    Los van het latere vonnis kan het rijbewijs onmiddellijk worden ingetrokken. In beginsel wordt de onmiddellijke intrekking bevolen door de procureur des Konings op grond van art. 55 Wegverkeerswet. Bij alcohol kan de officier van gerechtelijke politie in afwijking daarvan optreden in de gevallen van art. 60, § 3 Wegverkeerswet. Belangrijk: intrekking bij alcohol is mogelijk vanaf 0,22 mg/l, niet pas vanaf 0,35 mg/l.

    Art. 56 Wegverkeerswet regelt de teruggave na vijftien dagen, tenzij de politierechtbank de intrekking heeft verlengd. Een verlenging met ten hoogste drie maanden gebeurt niet eenzijdig door het parket. De procureur vordert een beschikking voor de politierechtbank, die binnen vijftien dagen in openbare terechtzitting uitspraak doet op grond van art. 55bis Wegverkeerswet. De bestuurder krijgt dus een rechterlijke beoordeling van die verlenging.

    Die voorafgaande intrekking moet worden onderscheiden van de latere Verlenging rijverbod door alcoholrecidive in het eindvonnis. De onmiddellijke intrekking speelt in de periode kort na de vaststelling. Het rechterlijk verval volgt bij de veroordeling. In de praktijk kunnen beide elkaar opvolgen, waardoor de bestuurder lange tijd onzeker blijft over mobiliteit, werkplanning en familiale organisatie.

    Een voorbeeld: iemand wordt op zaterdag gecontroleerd met 0,62 mg/l en had twee jaar eerder al een veroordeling voor art. 34, § 2 Wegverkeerswet. Het rijbewijs kan onmiddellijk worden ingetrokken. Daarna kan de politierechtbank zich uitspreken over een verlenging van die intrekking. Later volgt de strafzaak zelf, waarin art. 38, § 6 Wegverkeerswet en art. 36 Wegverkeerswet een rol kunnen spelen. Dat zijn verschillende stappen met verschillende juridische vragen.

    Datum van de feiten: waarom 2026 zo belangrijk is

    Sinds 1 september 2026 is het nieuwe Strafwetboek in werking en is de Wegverkeerswet omgezet naar de nieuwe strafniveaus. Daarom moet elk dossier beginnen met de datum van de feiten. De datum van de zitting of de dagvaarding is niet beslissend voor de toepasselijke geldboetevork. Bij verkeersdossiers die rond 2026 lopen, kan één maand verschil juridisch zeer belangrijk zijn.

    Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, bij art. 35 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, en bij herhaling op grond van art. 36, eerste lid Wegverkeerswet 4.000 tot 50.000 euro. Voor feiten van 1 februari tot en met 31 augustus 2026 golden nog oude basisbedragen met een andere opdeciemenperiode en waren de straffen nog niet in strafniveaus ingedeeld. Voor feiten tot en met 31 januari 2026 gold nog een eerdere opdeciemenperiode.

    Voor feiten van vóór 1 september 2026 past de rechter de voor de beklaagde gunstigste wet toe volgens art. 2, derde lid Sw. Dat betekent niet dat de bestuurder automatisch de laagste uitkomst krijgt zonder debat. Het betekent wel dat de rechter en de verdediging moeten vergelijken welke wet in het concrete geval gunstiger is. Bij alcoholrecidive kan die vergelijking gaan over boete, strafniveau, rijverbod, herstelvoorwaarden en bijkomende modaliteiten.

    Ook de bijdrage aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers en de gerechtskosten moeten correct worden onderscheiden van de geldboete. Sinds 1 september 2026 bedraagt de bijdrage aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers 250 euro. Bij een rechterlijke veroordeling komt daarnaast een administratieve toeslag op grond van art. 162ter Sv.; het tarief 2026 bedraagt 30,56 euro. Dat is iets anders dan de toeslag bij een onmiddellijke inning of bij een bevel tot betalen.

    Procedure: proces-verbaal, minnelijke schikking, bevel tot betalen en dagvaarding

    Na de controle wordt een proces-verbaal opgesteld. Sinds 1 juli 2026 wordt het afschrift aan de geïdentificeerde overtreder, de houder van de kentekenplaat of de gebruikelijke bestuurder gezonden binnen dertig dagen, te rekenen van de datum van de misdrijven, voor federale regels. Als identiteit of adres niet meteen kunnen worden vastgesteld, begint die termijn pas te lopen zodra dat wel kan. Bij Vlaamse gewestelijke regels geldt een termijn van veertien dagen vanaf de datum van vaststelling van de misdrijven.

    De advocaat gaat na of het afschrift tijdig werd verzonden, of de identiteit correct werd vastgesteld, welke alcoholtest of ademanalyse is vermeld en of het dossier de vorige veroordeling correct gebruikt. Art. 62 Wegverkeerswet bepaalt dat processen-verbaal bewijskracht hebben zolang het tegendeel is bewezen. Over de concrete gevolgen van een laattijdig afschrift moet het dossier zelf worden onderzocht zonder algemene beloftes of automatische conclusies.

    Een onmiddellijke inning komt van de politie op grond van art. 65 Wegverkeerswet. Een minnelijke schikking komt van het parket op grond van art. 216bis Sv. Dat zijn twee verschillende figuren. Een minnelijke schikking is geen erkenning van schuld en geen veroordeling; tegenover een eventueel slachtoffer geldt de betaling wel als onweerlegbaar vermoeden van fout. Bij alcoholrecidive is een eenvoudige afhandeling vaak minder waarschijnlijk omdat de voorgeschiedenis en de rijgeschiktheid centraal staan.

    Bij een bevel tot betalen in verkeerszaken geldt betaling binnen dertig dagen na ontvangst. Beroep bij de politierechtbank gebeurt binnen dertig dagen bij verzoekschrift. Bij niet-invordering binnen drie jaar kan een schorsing van het recht tot sturen volgen van acht dagen, vijftien dagen of één maand. Wordt u gedagvaard, dan gelden andere termijnen: verzet bedraagt vijftien dagen en hoger beroep dertig dagen. Het openbaar ministerie krijgt tien bijkomende dagen, maar enkel wanneer de beklaagde of de burgerrechtelijk aansprakelijke partij eerst zelf beroep instelde.

    Verdedigingspunten bij alcoholrecidive

    Een verdediging bij alcoholrecidive begint niet met een standaardverhaal, maar met controle van de bouwstenen. Welke waarde werd gemeten? Ging het om art. 34, § 1 Wegverkeerswet of art. 34, § 2 Wegverkeerswet? Is dronkenschap afzonderlijk ten laste gelegd op grond van art. 35 Wegverkeerswet? Welke vorige veroordeling wordt ingeroepen? Is die veroordeling definitief en valt het nieuwe feit binnen de relevante termijn?

    Daarna volgt de controle van de procedure. Bij alcoholzaken zijn de ademtest, ademanalyse, eventuele weigering, kennisgevingen, onmiddellijke intrekking en processen-verbaal belangrijk. Bij twijfel over medische oorzaken of bijzondere omstandigheden moet men zeer concreet blijven. Niet elke verklaring is juridisch relevant, maar sommige elementen kunnen wel helpen om de feiten correct te kaderen of om een passende strafmodaliteit te vragen.

    De verdediging kan ook gericht zijn op de gevolgen. Een bestuurder die zijn rijbewijs nodig heeft voor werk, mantelzorg of medische verplaatsingen, moet dat niet vaag beweren maar documenteren. De rechter blijft gebonden aan verplichte minima bij art. 38, § 6 Wegverkeerswet, maar binnen de wettelijke grenzen kunnen concrete omstandigheden wel belangrijk zijn. Dat geldt ook voor de vraag of een werkstraf, probatiestraf of andere straf binnen het juiste niveau passend is.

    Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 kan een niveau 1-misdrijf worden bestraft met een geldboete, een werkstraf van 20 tot 120 uur of een probatiestraf van 6 tot 12 maanden, zonder gevangenisstraf. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 kan een niveau 2-situatie zoals art. 36, eerste lid Wegverkeerswet naast de geldboete van 4.000 tot 50.000 euro ook leiden tot een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar, elektronisch toezicht, een werkstraf van meer dan 120 tot 300 uur of een probatiestraf van meer dan 12 maanden tot 2 jaar. Art. 27 Sw. maakt duidelijk dat gevangenisstraf de laatst te overwegen straf is.

    Rechtsbijstand, verzekering en keuze van advocaat

    Veel bestuurders weten niet dat hun rechtsbijstandsverzekering in verkeerszaken meestal het ereloon van de advocaat betaalt. Die waarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of in de familiale polis. Bij een procedure kiest de cliënt zelf zijn advocaat op grond van art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. De tussenkomst hangt wel af van de polisvoorwaarden, de waarborggrenzen en de concrete dekking.

    Dat recht op vrije keuze is belangrijk bij alcoholrecidive. Een verzekeraar mag praktische informatie vragen en de polisvoorwaarden toepassen, maar de keuze van de advocaat in een gerechtelijke procedure behoort aan de verzekerde toe. Wie een dagvaarding voor de politierechtbank ontvangt, doet er dus goed aan zijn polis of makelaar te raadplegen en de waarborg rechtsbijstand te laten controleren. Dat is iets anders dan beweren dat verdediging altijd kosteloos is.

    Beboet.be werkt met verkeersadvocaten en heeft onder meer een kantoor in Gent. Wie wil nagaan of hij via rechtsbijstand, pro deo of een andere dekking geholpen kan worden, vindt basisinformatie via Gratis advocaat. We nemen contact met u op om te bespreken of en hoe wij u kunnen bijstaan. Voor algemene informatie over de alcoholregels vindt u ook de themapagina Meer over Alcohol.

    Bij complexe recidivedossiers is het verstandig om niet alleen naar de boete te kijken. Het rijverbod, de examens, het alcoholslot, de onmiddellijke intrekking, de verzekeringsdekking en het strafniveau kunnen samen een veel zwaarder totaalbeeld vormen dan één bedrag op een brief. Daarom moet het volledige dossier worden gelezen vóór er beslissingen worden genomen over betaling, verzet, hoger beroep of persoonlijke verschijning.

    Bronnen en wettelijke basis

    De belangrijkste regels staan in de Wegverkeerswet, de Wegcode en het Strafwetboek. De huidige Wegcode is het KB van 1 december 1975; de vervanging ervan is voorzien op 1 juni 2027. Voor alcoholrecidive zijn vooral art. 34, art. 35, art. 36, art. 37/1, art. 38, art. 55, art. 55bis, art. 56, art. 60, art. 62, art. 65 en art. 65/1 Wegverkeerswet relevant. Voor strafniveaus en alternatieve straffen spelen onder meer art. 27, art. 36, art. 44 en art. 45 Sw. een rol.

    Een officiële vertrekbron voor de teksten is de Wegcode en de Wegverkeerswet op wegcode.be. Voor gecoördineerde wetgeving kan ook de gecoördineerde wetgeving op Justel worden geraadpleegd. In een concreet dossier blijft de datum van de feiten doorslaggevend, omdat de wetswijzigingen in 2026 het onderscheid tussen oudere en nieuwere feiten scherp hebben gemaakt.

    De verjaring van de strafvordering voor de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten bedraagt drie jaar vanaf de dag waarop de overtreding is begaan op grond van art. 68 Wegverkeerswet. Voor misdrijven uit het Strafwetboek gelden andere termijnen, maar bij zuivere alcoholrecidive onder de Wegverkeerswet is vooral die verkeersrechtelijke verjaringstermijn van belang. Sinds 28 april 2024 bestaat de stuiting niet meer; de verjaring loopt niet meer vanaf de dag van de aanhangigmaking bij het vonnisgerecht, terwijl schorsing blijft bestaan.

    Bij verkeersongevallen met letsel of overlijden komen andere bepalingen in beeld. Doding in het verkeer valt sinds 1 september 2026 onder art. 107 Sw. en integriteitsaantasting in het verkeer onder art. 218 Sw.; beide gelden bij het deelnemen aan het verkeer, niet enkel bij een ongeval. Bij bepaalde verzwaarde situaties, zoals rijden in staat van dronkenschap of een soortgelijke toestand bij doding in het verkeer, kan art. 107/1 Sw. spelen. Dat gaat verder dan het onderwerp van dit artikel, maar het toont dat alcohol in het verkeer verschillende juridische lagen kan hebben.

    Praktische voorbeelden van verlengd rijverbod

    Stel dat een bestuurder op 10 oktober 2026 wordt gecontroleerd met 0,36 mg/l UAL en dat hij twee jaar eerder definitief werd veroordeeld voor art. 34, § 2 Wegverkeerswet. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet op zichzelf 2.000 tot 20.000 euro. Door de eerdere veroordeling moet echter worden onderzocht of art. 36 Wegverkeerswet en art. 38, § 6 Wegverkeerswet van toepassing zijn.

    Als de voorwaarden van herhaling vervuld zijn, bedraagt de geldboete voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 op grond van art. 36, eerste lid Wegverkeerswet 4.000 tot 50.000 euro, met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar als niveau 2-straf. Daarnaast moet de rechter bij art. 38, § 6 Wegverkeerswet een verval van minstens drie maanden opleggen met de vier examens en onderzoeken. De bestuurder staat dus niet enkel voor een hogere geldsom, maar voor een volledig rijbewijsprobleem.

    Een tweede voorbeeld: een bestuurder wordt vervolgd voor dronkenschap, terwijl zijn vorige veroordeling een alcoholwaarde vanaf 0,35 mg/l betrof. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 35 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, zonder gevangenisstraf op dat niveau 1-artikel, maar met verplicht verval van een maand tot vijf jaar of voorgoed. Bij relevante herhaling kan art. 38, § 6 Wegverkeerswet het minimumverval optrekken en herstelvoorwaarden verplicht maken.

    Een derde voorbeeld: een bestuurder heeft twee eerdere relevante veroordelingen en pleegt opnieuw een ernstig alcoholfeit binnen drie jaar na de tweede veroordeling. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 kan art. 36, tweede lid Wegverkeerswet een niveau 3-straf mogelijk maken met een geldboete van 8.000 tot 100.000 euro en een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar. De rechter beoordeelt de concrete situatie, maar het risico is juridisch van een andere orde dan bij een eerste alcoholcontrole.

    Wat u beter niet doet na een nieuwe alcoholcontrole

    Betaal niet blind zonder te begrijpen wat u betaalt. Een onmiddellijke inning is geen rechterlijke veroordeling, maar bij alcoholrecidive kan het dossier alsnog ruimer worden behandeld afhankelijk van de omstandigheden. Een minnelijke schikking is evenmin hetzelfde als een veroordeling, maar kan wel burgerrechtelijke gevolgen hebben tegenover een slachtoffer. Lees daarom altijd of het document afkomstig is van de politie, het parket of de rechtbank.

    Rijd niet tijdens een tijdelijk rijverbod, onmiddellijke intrekking of rechterlijk verval. Sturen tijdens verval is een afzonderlijk zwaar misdrijf. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de sanctie voor sturen tijdens verval op grond van art. 48, § 1 Wegverkeerswet 5.000 tot 20.000 euro, met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met een verplicht verval van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed. Bij herhaling binnen drie jaar kan de rechter een niveau 3-straf opleggen.

    Verwar ook geen medische argumenten met automatische vrijspraak. Sommige medische omstandigheden kunnen relevant zijn voor de interpretatie van vaststellingen, maar zij moeten concreet, gedocumenteerd en juridisch bruikbaar zijn. Bij dronkenschap gaat het bijvoorbeeld om de vastgestelde toestand; bij alcoholconcentratie gaat het om de gemeten waarde en de correcte toepassing van de testprocedure.

    Tot slot: wacht niet tot de zitting om documenten te verzamelen. Werkgeversattesten, uurroosters, medische stukken, verzekeringsinformatie, bewijs van familiale zorg, eerdere vonnissen en correspondentie met de verzekeraar kunnen belangrijk zijn. De rechter beslist binnen wettelijke grenzen, maar een goed opgebouwd dossier geeft een correcter beeld van de persoon achter de feiten.

    Lees ook

    Wie dieper wil ingaan op alcoholrecidive kan verder lezen in Herhaling alcohol 2026 verzwaarde straffen. Dat artikel bespreekt de zwaardere bestraffing bij herhaling en sluit nauw aan bij de vraag wanneer een alcoholfeit juridisch als recidive wordt behandeld.

    Voor bestuurders die de grenswaarden beter willen begrijpen, is 0,5 promille grens: hoeveel glazen alcohol? nuttig. Let wel: het aantal glazen is nooit een veilige juridische maatstaf, omdat alcoholopname verschilt per persoon, tijdstip, voeding, lichaamsbouw en dranksterkte.

    Wanneer de verzekering na alcoholgebruik financiële gevolgen probeert door te rekenen, biedt Regresvordering na alcohol: verzekering en aansprakelijkheid extra context. Dat is vooral relevant wanneer alcoholrecidive samengaat met een ongeval of schade aan derden.

    Conclusie: alcoholrecidive gaat vooral over uw rijbewijs

    De belangrijkste les is dat alcoholrecidive veel meer is dan een tweede boete. Bij een eerste alcoholfeit vanaf 0,35 mg/l kan de geldboete al zwaar zijn, maar bij herhaling binnen drie jaar komen art. 36 Wegverkeerswet en art. 38, § 6 Wegverkeerswet in beeld. Daardoor kunnen de geldboete, het strafniveau, het minimumrijverbod en de herstelvoorwaarden aanzienlijk verzwaren.

    Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, bij art. 35 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, en bij herhaling op grond van art. 36, eerste lid Wegverkeerswet 4.000 tot 50.000 euro. Bij die herhaling hoort niveau 2 met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar als mogelijke straf, terwijl art. 27 Sw. bepaalt dat gevangenisstraf de laatst te overwegen straf is. Bij een nieuwe herhaling binnen drie jaar na de tweede veroordeling kan art. 36, tweede lid Wegverkeerswet nog zwaarder wegen.

    De Verlenging rijverbod door alcoholrecidive volgt in veel dossiers uit art. 38, § 6 Wegverkeerswet: minstens drie maanden verval bij de eerste relevante herhaling, minstens zes maanden bij de volgende herhaling en minstens negen maanden daarna, telkens met de vier examens en onderzoeken wanneer de wettelijke voorwaarden vervuld zijn. Dat maakt de praktische impact op werk, gezin en mobiliteit vaak groter dan de geldboete zelf.

    Ontving u een proces-verbaal, onmiddellijke intrekking, voorstel tot minnelijke schikking of dagvaarding na een nieuw alcoholfeit? Verzamel de documenten, noteer de datum van de feiten en bezorg ook eerdere vonnissen of betalingsstukken. Een advocaat kijkt uw dossier kort na en neemt contact met u op om te bespreken of en hoe wij u kunnen bijstaan. Zo kan tijdig worden nagegaan of de herhaling correct wordt ingeroepen, welke wet in de tijd van toepassing is en welke verdediging zinvol is binnen de wettelijke grenzen.

    Veelgestelde vragen

    Uw autoverzekering betaalt meestal uw advocaat

    • De rechtsbijstandswaarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of de familiale polis, vaak zonder dat zij het beseffen.
    • Anders dan in de meeste andere rechtstakken is dat in verkeerszaken eerder regel dan uitzondering.
    • Loopt er een procedure, dan kiest u zélf uw advocaat: uw verzekeraar mag u er geen opleggen (art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen).
    • Wij dienen de aanvraag in bij uw verzekeraar en rekenen rechtstreeks met hem af. Komt uw polis tussen, dan betaalt u zelf niets.

    Of uw polis tussenkomt, hangt af van uw voorwaarden — denk aan een waarborgplafond, een wachttijd of een uitsluiting. Wij kijken uw polis gratis na en zeggen u eerlijk waar u aan toe bent vóór er iets opstart.

    Laat uw polis nakijken

    Hulp nodig?

    Bij verkeerszaken betaalt de rechtsbijstand in uw autoverzekering meestal het ereloon van uw advocaat — en u kiest zelf wie u verdedigt.

    Lees onze volledige gids over alcohol

    Gerelateerde artikelen

    Alcohol

    Alcoholmeting in ziekenhuis na ongeval

    21 okt 2026 · 22 min

    Alcohol

    0,5 promille grens: hoeveel glazen alcohol?

    13 okt 2026 · 28 min

    Alcohol

    Alcohol en mouthwash bij ademtest

    4 okt 2026 · 23 min

    Andere overtredingen