Ga naar hoofdinhoud
    Beboet logoBeboet.be
    050 67 32 06Contact
    Terug naar Blog
    🔄 Herhaling

    Herhaling verkeer: Gevolgen & Verzekeringsweigering

    Laatst bijgewerkt op: 2026-10-12T10:49:43.672797+00:00
    Mr. Peter-Jan De Meulenaere26 september 202624 min leestijd0 weergaven
    Herhaling verkeer: Gevolgen & Verzekeringsweigering
    Google
    4.9/5 (175)
    Trustlocal
    9.7/10 (178)
    353+ tevreden klanten

    De impact van herhaling van verkeersovertredingen in België reikt verder dan enkel zwaardere straffen. Naast de verhoogde geldboetes en langere rijverboden, staat u als bestuurder ook voor de complexe realiteit van verzekeringsweigering. Dit is een aspect dat vaak over het hoofd wordt gezien, maar dat financiële en persoonlijke gevolgen kan hebben die minstens zo ingrijpend zijn als de gerechtelijke sancties zelf. Het Belgische verkeersrecht is sinds 1 september 2026 grondig hervormd, waardoor de begrippen herhaling en de gevolgen daarvan nog scherper zijn afgelijnd. Als advocaat gespecialiseerd in verkeersrecht, is het onze taak om u door dit complexe landschap te loodsen en te adviseren over uw rechten en plichten, zeker wanneer uw dossier een herhalingsfeit betreft en uw verzekeraar de dekking in twijfel trekt.

    Deze grondige wijzigingen in de wetgeving maken het cruciaal om precies te weten waar u aan toe bent. De nieuwe regelgeving heeft afscheid genomen van verouderde begrippen. In plaats daarvan werken we nu met duidelijke strafniveaus en effectieve geldboetes, die letterlijk in de wet zijn vastgelegd. Dit artikel biedt een gedetailleerd overzicht van de juridische kaders rond herhaling, de relatie met uw verzekeringspolis en hoe u zich kunt verdedigen. We behandelen niet alleen de strafrechtelijke aspecten, maar duiken ook in de civielrechtelijke gevolgen, met een specifieke focus op de verzekeringsmaterie en de rechten van het slachtoffer.

    Wat is herhaling in het Belgische verkeersrecht?

    Herhaling, ook wel recidive genoemd, verwijst naar het opnieuw plegen van een soortgelijke verkeersovertreding binnen een bepaalde termijn nadat u reeds eerder voor eenzelfde of soortgelijk feit bent veroordeeld. De wetgever acht het herhaaldelijk overtreden van de verkeersregels als een verzwarende omstandigheid, die doorgaans leidt tot aanzienlijk zwaardere sancties dan bij een eerste overtreding. Het nieuwe Strafwetboek, van kracht sinds 1 september 2026, heeft het begrip herhaling gestroomlijnd via artikel 60 Sw., dat bepaalt dat de straf bij herhaling één niveau hoger kan worden. Dit is geen automatisme, maar een mogelijkheid die de rechter kan benutten, tenzij een specifieke bepaling in de Wegverkeerswet zelf een verdubbeling of zwaardere straf voorziet. De verdubbeling van de geldboete bij herhaling binnen drie jaar blijft bestaan voor overtredingen van de graden en snelheidsovertredingen (art. 29, § 4 Wegverkeerswet); artikel 60 Sw. is op overtredingen van de Wegverkeerswet niet van toepassing (artikel 27bis Wegverkeerswet). De focus ligt nu op de specifieke herhalingsbepalingen binnen de Wegverkeerswet zelf, of op de toepassing van artikel 60 Sw. wanneer een specifieke bepaling ontbreekt.

    De termijnen waarbinnen een overtreding als herhaling telt, variëren per type overtreding en zijn strikt vastgelegd in de wet. Zo geldt er bijvoorbeeld een termijn van drie jaar voor de herhaling van ernstige feiten zoals rijden onder invloed van alcohol of drugs. Het is cruciaal om niet enkel te kijken naar de datum van de uitspraak, maar naar de datum van de feiten. De wet die gold op het moment van de feiten is bepalend voor de toepassing van de strafmaatregelen, zeker gezien de recente wetswijzigingen. Dit betekent dat voor feiten gepleegd vóór 1 september 2026, de oudere wetgeving van toepassing kan zijn, tenzij het nieuwe Strafwetboek gunstiger is voor de beklaagde, conform artikel 2, derde lid Sw.

    De wetgever heeft met de recente hervormingen duidelijk gemaakt dat herhaling niet licht wordt opgevat. De zwaardere straffen zijn bedoeld om bestuurders te ontmoedigen om opnieuw in de fout te gaan en de verkeersveiligheid te waarborgen. Dit kan leiden tot gevangenisstraffen, aanzienlijk hogere geldboetes en langdurige rijverboden. Het is dan ook van het grootste belang om bij een herhalingsfeit onmiddellijk juridisch advies in te winnen. Een gespecialiseerde advocaat kan de specifieke omstandigheden van uw zaak beoordelen, nagaan welke herhalingsbepalingen van toepassing zijn en een strategie uitwerken om de mogelijke gevolgen te beperken. Het kantoor in Tongeren heeft ruime ervaring met dergelijke dossiers. U vindt meer informatie over dit onderwerp via Meer over Herhaling.

    Ernstige verkeersinbreuken en herhaling: wat zijn de gevolgen?

    De Belgische wetgever hanteert een strikte aanpak bij herhaling van ernstige verkeersinbreuken. Artikelen zoals die met betrekking tot rijden onder invloed van alcohol, drugs of vluchtmisdrijf kennen specifieke en veel zwaardere sancties wanneer ze binnen een bepaalde termijn opnieuw worden gepleegd. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026, is de impact van herhaling exponentieel toegenomen, wat een directe invloed heeft op zowel de geldboetes als de vrijheidsstraffen.

    Neem bijvoorbeeld de herhaling van rijden onder invloed van alcohol (art. 34, § 2), dronkenschap (art. 35) of drugs (art. 37bis, § 1). Wanneer u binnen drie jaar na een eerdere veroordeling voor één van deze feiten opnieuw betrapt wordt, kan de geldboete oplopen van 4.000 tot 50.000 euro, en riskeert u een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Dit valt onder strafniveau 2, wat duidt op de ernst van de overtreding. Indien u binnen drie jaar na deze tweede veroordeling opnieuw de fout ingaat, kan de rechtbank zelfs een straf van niveau 3 opleggen, wat neerkomt op een geldboete van 8.000 tot 100.000 euro en een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar. Let wel, artikel 37bis, § 2 van de Wegverkeerswet, dat specifiek de herhaling van drugs bestrafte, is bij de wet van 25 mei 2026 opgeheven met ingang van 1 september 2026. Herhaling van drugsgerelateerde feiten valt nu uitsluitend onder de algemene herhalingsregeling van artikel 36 van de Wegverkeerswet.

    Een ander voorbeeld is vluchtmisdrijf. Wordt u veroordeeld voor vluchtmisdrijf (ongeacht of er letsel was) en pleegt u dit feit opnieuw binnen een bepaalde termijn, dan riskeert u bij herhaling van vluchtmisdrijf (art. 33, § 3) een straf van niveau 3. Dit betekent een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar en een geldboete van 4.000 tot 50.000 euro. Ook rijden zonder rijbewijs (art. 30, § 1) kan, bij herhaling binnen drie jaar, leiden tot een verdubbeling van de geldboete, bovenop de gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar die reeds voor een eerste overtreding van niveau 2 geldt. De impact op uw strafblad en de maatschappij is aanzienlijk, en een grondige verdediging is hierbij onontbeerlijk.

    Rijden onder invloed van alcohol of drugs bij herhaling

    Rijden onder invloed van alcohol of drugs behoort tot de meest bestrafte verkeersovertredingen, en bij herhaling zijn de sancties bijzonder zwaar. De wetgever wil hiermee een duidelijk signaal geven dat dergelijk gedrag onacceptabel is en een ernstige bedreiging vormt voor de verkeersveiligheid. De regels zijn sinds 1 september 2026 aangescherpt en gestroomlijnd, waarbij de focus ligt op effectieve handhaving en preventie van herhaling.

    Wanneer een bestuurder opnieuw betrapt wordt op rijden onder invloed van alcohol met een ademanalyse van 0,35 mg/l UAL of meer (art. 34, § 2), op dronkenschap (art. 35), of op rijden onder invloed van drugs (art. 37bis, § 1) binnen drie jaar na een eerdere veroordeling voor één van deze feiten, dan treedt artikel 36, eerste lid, van de Wegverkeerswet in werking. Dit artikel voorziet, voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026, in een aanzienlijk hogere geldboete van 4.000 tot 50.000 euro en een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Dit is een straf van niveau 2. Het is een belangrijke uitzondering op de algemene regel dat de alcohol- en drugsartikelen op niveau 1 (geen gevangenisstraf) staan. Bij een nieuwe herhaling binnen drie jaar na deze tweede veroordeling kan zelfs een straf van niveau 3 worden opgelegd (art. 36, tweede lid): een geldboete van 8.000 tot 100.000 euro en een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar. Deze bedragen gelden voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026.

    Naast de geldboetes en gevangenisstraffen zijn er ook specifieke maatregelen rond het alcoholslot. Hoewel het alcoholslot bij een eerste overtreding van art. 34, § 2, vanaf 0,78 mg/l UAL (of 1,8 g/l bloed) verplicht is (tenzij de rechter gemotiveerd anders beslist), wordt het bij herhaling (art. 36) van artikel 34, § 2, met telkens ten minste 0,50 mg/l UAL (of 1,2 g/l bloed) zelfs een absolute verplichting voor één tot drie jaar of levenslang (art. 37/1, § 1, derde lid). Dit toont de vastberadenheid van de wetgever om herhaaldelijk rijden onder invloed aan te pakken. Bij drugs is er geen onmiddellijke inning mogelijk; de bestuurder moet 1.386 euro in consignatie geven (KB 19 april 2014, art. 17, § 1). Weigert hij dit, dan kan het voertuig zelfs worden ingehouden. Het is een misvatting dat er bij drugs een nultolerantie geldt; er zijn wel strikte grenswaarden per substantie die de wet bepaalt (art. 61bis, § 2, 2°; art. 62ter, § 1; art. 63, § 2 WVW).

    Rijden zonder rijbewijs of tijdens een verval: herhalingsscenario's

    Rijden zonder geldig rijbewijs of tijdens een periode van verval van het recht tot sturen zijn ernstige overtredingen die de verkeersveiligheid direct in gevaar brengen en bovendien blijk geven van een disrespect voor de gerechtelijke beslissingen. Deze feiten worden zwaar bestraft, en bij herhaling worden de sancties nog verder verzwaard, wat de noodzaak van juridische bijstand benadrukt.

    Voor feiten van rijden zonder rijbewijs (art. 30, § 1 van de Wegverkeerswet) geldt voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 een straf van niveau 2, met een geldboete van 2.000 tot 20.000 euro en een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Indien deze overtreding binnen drie jaar wordt herhaald, voorziet artikel 30, § 4, van de Wegverkeerswet expliciet in een verdubbeling van de geldboete, bovenop de reeds aanzienlijke gevangenisstraf. Rijden na een onmiddellijke intrekking (art. 30, § 3) kent dezelfde straffen, maar bovendien ook een verplicht verval van het recht tot sturen van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of zelfs levenslang. Dit toont aan dat de wetgever geen tolerantie heeft voor bestuurders die de essentiële voorwaarde van een geldig rijbewijs negeren.

    Nog ernstiger zijn de gevolgen bij het sturen tijdens een periode van verval van het recht tot sturen (art. 48, § 1 van de Wegverkeerswet). Dit is reeds een overtreding van niveau 2, bestraft met een geldboete van 5.000 tot 20.000 euro en een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Bovendien is er een verplicht verval van het recht tot sturen van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed. Bij herhaling van dit misdrijf binnen drie jaar (art. 48, § 2) wordt de straf nog verder opgetrokken naar niveau 3, met een geldboete van 10.000 tot 40.000 euro en een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar. De rechtbank zal hier zeer zwaar tegen optreden, aangezien het direct ingaat tegen een eerdere rechterlijke beslissing. Het belang van een sterke verdediging kan hier niet genoeg benadrukt worden. Deze bedragen gelden voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026.

    Verzekeringsweigering bij herhaling: een financiële strop

    De gevolgen van herhaling beperken zich niet tot de strafrechtelijke sfeer; ze kunnen ook een diepgaande impact hebben op uw verzekeringspolis. Verzekeringsmaatschappijen zijn immers niet verplicht om de risico’s van een onverantwoordelijke bestuurder onbeperkt te dekken. Dit kan leiden tot een zogenaamde regresvordering, of in extremere gevallen, tot een weigering van de verzekeraar om de polis te verlengen of om überhaupt nog dekking te bieden.

    Een van de meest voorkomende situaties van verzekeringsweigering, of beter gezegd, een regresvordering door de verzekeraar, doet zich voor bij rijden onder invloed van alcohol of drugs. De Wet betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen (WAM-wet) verplicht verzekeraars weliswaar om de schade van derden te vergoeden, maar biedt de verzekeraar in bepaalde gevallen de mogelijkheid om het uitgekeerde bedrag terug te vorderen van de aansprakelijke bestuurder. De gevallen waarin de verzekeraar verhaal kan nemen, staan in artikel 46, § 2 van de modelovereenkomst, de bijlage bij het koninklijk besluit van 16 april 2018 tot vaststelling van de voorwaarden van de verzekeringsovereenkomsten tot dekking van de verplichte aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen (bijlage vervangen bij koninklijk besluit van 5 februari 2019). Die bepaling noemt onder meer het rijden in staat van dronkenschap en het rijden onder invloed van drugs, medicijnen of hallucinogene stoffen waardoor de verzekerde niet meer over de controle van zijn daden beschikt. Let op het onderscheid: een alcoholintoxicatie boven de wettelijke limiet is op zichzelf geen grond uit de modelovereenkomst, daarvoor is een uitdrukkelijk beding in de polis nodig. De verzekeraar moet bovendien het oorzakelijk verband tussen die grove schuld en het schadegeval bewijzen. Bij herhaling van dergelijke feiten zal een verzekeraar nog sneller geneigd zijn om zijn regresrecht uit te oefenen, wat kan leiden tot torenhoge kosten die u zelf dient te dragen. Denk hierbij aan de kosten voor lichamelijke schade, materiële schade aan het voertuig van de tegenpartij, en in het ergste geval, levenslange rentes voor zwaargewonden. Dit kan de financiële draagkracht van een individu volledig overstijgen.

    Bovendien kan een patroon van herhaalde verkeersovertredingen, zelfs als er geen direct ongeval mee gepaard gaat, leiden tot een opzegging van uw BA-autoverzekering door de verzekeraar. Hoewel de verzekeraar de wettelijke verplichting heeft om u te dekken, kan hij bij een verhoogd risicoprofiel, veroorzaakt door herhaling van overtredingen, besluiten om de polis te beëindigen. Het vinden van een nieuwe verzekeraar wordt dan een uiterst moeilijke en dure aangelegenheid, vaak enkel mogelijk via het Tariferingsbureau, dat speciale, duurdere polissen aanbiedt voor bestuurders met een verhoogd risico. Het is van cruciaal belang om de polisvoorwaarden nauwkeurig te lezen en u bewust te zijn van de clausules die betrekking hebben op alcohol, drugs en herhaling. Een advocaat kan u helpen deze voorwaarden te interpreteren en uw rechten te verdedigen. Bereken uw boete om een inschatting te krijgen van de financiële impact van overtredingen.

    De rol van de politierechter bij herhaling

    De politierechter speelt een cruciale rol in het beoordelen van verkeersovertredingen, en in het bijzonder bij herhalingsfeiten. Zijn of haar uitspraken hebben een directe en vaak ingrijpende impact op de bestrafte bestuurder, zowel op juridisch als op persoonlijk vlak. Het is de taak van de politierechter om, binnen de wettelijke kaders, een passende straf te bepalen die rekening houdt met de ernst van de overtreding, de persoonlijke omstandigheden van de beklaagde en het principe van herhaling.

    Bij herhalingsfeiten zal de politierechter de hogere strafvorken toepassen die de Wegverkeerswet en het Strafwetboek voorzien. Dit betekent dat de minimumstraffen aanzienlijk hoger liggen en dat de rechter minder ruimte heeft voor clementie. Artikel 27 Sw. bepaalt weliswaar dat de gevangenisstraf de laatst te overwegen straf is en dat binnen niveau 2 de rechter moet motiveren waarom een andere straf niet volstaat, maar bij herhaling zal de motivering voor een zwaardere straf eenvoudiger te formuleren zijn. De rechter zal ook rekening houden met het verleden van de bestuurder en de frequentie waarmee eerdere overtredingen werden begaan. De rechter kan ook verplichte examens en onderzoeken opleggen, zoals het theoretisch of praktisch examen, een geneeskundig onderzoek of een psychologisch onderzoek, of zelfs een specifieke opleiding bepaald door de Koning (art. 38, § 3 Wegverkeerswet). Bij herhaling binnen drie jaar van een limitatieve lijst van misdrijven, waaronder artikel 22 WAM (rijden zonder verzekering), is een verplicht verval van ten minste drie maanden met de vier examens en onderzoeken zelfs van toepassing (art. 38, § 6 Wegverkeerswet). Overtredingen van de tweede en derde graad vallen hier niet onder. Dit toont aan dat de focus niet enkel ligt op bestraffing, maar ook op gedragsverandering en re-integratie in het verkeer.

    De politierechter zal in zijn oordeel ook de mogelijke gevolgen voor de verzekering meenemen, al is dit indirect. Een zware veroordeling voor herhaling kan immers aanleiding geven tot de problemen met de verzekeraar, zoals hierboven besproken. Het is van cruciaal belang om een advocaat te hebben die de politierechter kan informeren over uw persoonlijke situatie, eventuele verzachtende omstandigheden en de impact van een veroordeling op uw leven. Een goede voorbereiding en een doordachte verdediging kunnen het verschil maken tussen een zware en een minder zware sanctie, en eventueel de weg vrijmaken voor een soepeler traject met de verzekeraar. Een gespecialiseerde advocaat kan u hierbij begeleiden, zoals ons kantoor in Tongeren dagelijks doet. Over de aanpak van herhaling door de politierechter, kunt u meer lezen via Politierechter herhaling: typische strafmaat.

    De rol van uw rechtsbijstandsverzekering bij herhaling

    In de complexe en vaak stressvolle situatie van een verkeersovertreding met herhaling, is het essentieel om te weten dat u niet alleen staat. Uw rechtsbijstandsverzekering kan in veel gevallen een cruciale rol spelen in het dekken van de kosten van juridische bijstand, inclusief het ereloon van uw advocaat. Het is een misvatting dat deze verzekering enkel van pas komt bij ongevallen; ook bij strafzaken die voortvloeien uit verkeersovertredingen, biedt ze vaak dekking.

    De meeste bestuurders zijn reeds gedekt via hun BA-autoverzekering of familiale polis, die vaak een clausule voor rechtsbijstand bevat. Het is van groot belang om uw polisvoorwaarden na te kijken en bij twijfel contact op te nemen met uw verzekeraar. Conform artikel 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, heeft u als cliënt bovendien het recht om uw eigen advocaat te kiezen. Dit betekent dat u niet verplicht bent om een advocaat te aanvaarden die door de verzekeraar wordt voorgesteld, maar dat u een gespecialiseerde advocaat kunt inschakelen die uw belangen optimaal behartigt, zeker in delicate herhalingsdossiers. De tussenkomst van de rechtsbijstandsverzekering is uiteraard afhankelijk van de specifieke polisvoorwaarden, dus het is altijd raadzaam om dit vroegtijdig te controleren.

    De kosten van een gerechtelijke procedure kunnen hoog oplopen, zeker wanneer het om complexe herhalingsfeiten gaat. Het ereloon van een advocaat, de gerechtskosten en eventuele expertisekosten kunnen een aanzienlijke financiële last vormen. Dankzij uw rechtsbijstandsverzekering hoeft u zich hierdoor in principe geen zorgen te maken en kunt u zich volledig richten op uw verdediging. Dit recht op vrije keuze van advocaat en de dekking van de kosten via uw rechtsbijstandsverzekering is een belangrijk recht dat u als burger heeft en dat u zeker moet benutten. Het stelt u in staat om te kiezen voor de best mogelijke juridische verdediging, wat in zaken van herhaling van verkeersovertredingen van onschatbare waarde kan zijn. Een advocaat kan u bijstaan bij het indienen van uw declaratie bij de verzekeraar en u begeleiden gedurende het hele proces. Meer informatie vindt u op Gratis advocaat.

    Preventie en alternatieve straffen bij herhaling

    Naast de bestraffing hecht het Belgische verkeersrecht ook belang aan preventie en de mogelijkheid van alternatieve straffen, vooral bij herhalingsfeiten. Het doel is niet alleen om te sanctioneren, maar ook om gedragsverandering te bewerkstelligen en de verkeersveiligheid op lange termijn te verbeteren. De rechter heeft hierbij een zekere discretionaire bevoegdheid, binnen de wettelijke grenzen, om een straf op maat uit te spreken.

    Een van de alternatieven voor een gevangenisstraf is de werkstraf. Voor feiten van niveau 1 bedraagt de werkstraf 20 tot 120 uur, en voor feiten van niveau 2, zoals veel herhalingsfeiten, bedraagt deze meer dan 120 tot 300 uur (art. 45, § 2 Sw.). De politierechter kan een werkstraf opleggen in plaats van een gevangenisstraf, vooral wanneer hij van oordeel is dat dit een meer effectieve manier is om de beklaagde tot inkeer te brengen en een positieve bijdrage aan de maatschappij te laten leveren. Een andere optie is de probatiestraf (art. 44 Sw.), waarbij de beklaagde gedurende een bepaalde periode onder toezicht wordt geplaatst en aan bepaalde voorwaarden moet voldoen, zoals het volgen van een cursus over verkeersveiligheid of het regelmatig overleggen met een probatieassistent. Voor niveau 1 duurt deze 6 tot 12 maanden, en voor niveau 2 meer dan 12 maanden tot 2 jaar.

    Verder kan de rechter, zoals eerder vermeld, bij een verval van het recht tot sturen specifieke herstelvoorwaarden opleggen conform artikel 38, § 3 van de Wegverkeerswet. Dit kunnen theoretische of praktische examens zijn, maar ook geneeskundige of psychologische onderzoeken, of een specifieke opleiding bepaald door de Koning. Deze maatregelen zijn bedoeld om de bestuurder bewust te maken van zijn gedrag en hem de nodige vaardigheden en inzichten bij te brengen om herhaling in de toekomst te voorkomen. Het is belangrijk op te merken dat het effectief verval kan worden beperkt tot weekenden (vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en feestdagen), maar dit is uitgesloten wanneer de rechter een alcoholslot oplegt of het herstel afhankelijk maakt van examens, onderzoeken of een opleiding (art. 38, § 2bis Wegverkeerswet). Een advocaat kan u helpen om deze mogelijkheden te verkennen en te pleiten voor de meest geschikte aanpak in uw specifieke geval, met de nadruk op een constructieve oplossing die zowel de maatschappij als de beklaagde ten goede komt. Dit alles met inachtneming van de wettelijke kaders die sinds 1 september 2026 van kracht zijn.

    De procedure en uw rechten bij een herhalingsfeit

    Wanneer u wordt geconfronteerd met een herhalingsfeit in het verkeer, is het essentieel om de procedure te kennen en te weten welke rechten u heeft. De juridische weg kan complex zijn, en zonder de juiste begeleiding kunt u gemakkelijk verdwalen in de verschillende stappen en termijnen. Het vroegtijdig inschakelen van een gespecialiseerde advocaat is daarom van cruciaal belang.

    De procedure begint vaak met een proces-verbaal. Sinds 1 juli 2026 wordt een afschrift van dit proces-verbaal aan de geïdentificeerde overtreder binnen dertig dagen vanaf de datum van de misdrijven toegezonden (art. 62 Wegverkeerswet). Niet binnen veertien dagen, en niet vanaf de vaststelling. Uw advocaat zal nauwlettend controleren of deze termijn correct is nageleefd. Na de vaststelling van de overtreding en de opmaak van het proces-verbaal, zal het openbaar ministerie beslissen over de verdere stappen. Dit kan een minnelijke schikking zijn, maar bij herhaling en ernstige feiten is de kans groot dat u gedagvaard wordt voor de politierechtbank. Een minnelijke schikking is overigens geen erkenning van schuld en geen veroordeling; enkel tegenover een slachtoffer geldt de betaling als onweerlegbaar vermoeden van fout (art. 216bis, § 4 Sv.).

    Voor de politierechtbank heeft u het recht om zich te laten bijstaan door een advocaat. Uw advocaat zal het dossier grondig bestuderen, eventuele procedurefouten aan het licht brengen en een sterke verdediging voorbereiden. Dit omvat het pleiten voor verzachtende omstandigheden, het betwisten van de feiten indien mogelijk, of het bepleiten van een alternatieve straf zoals een werkstraf of probatiestraf in plaats van een gevangenisstraf of een zeer hoge geldboete. Het is van groot belang om eerlijk en open te zijn tegenover uw advocaat, zodat hij of zij de best mogelijke strategie kan bepalen. Ook al lijken de bewijzen overweldigend, er zijn altijd mogelijkheden om uw zaak zo gunstig mogelijk voor te stellen. Na een uitspraak door de politierechtbank heeft u in de meeste gevallen het recht om hoger beroep aan te tekenen binnen dertig dagen, wat uw advocaat voor u kan regelen. Ook hier zijn er specifieke regels en termijnen die nauwgezet moeten worden gevolgd.

    Recente wetswijzigingen en de impact op herhaling (vanaf 1 september 2026)

    De Belgische wetgeving inzake verkeersrecht heeft een ingrijpende transformatie ondergaan met de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026 en de omzetting van de Wegverkeerswet door de wet van 25 mei 2026. Deze hervormingen hebben een directe en aanzienlijke impact op de behandeling van herhalingsfeiten, waardoor het cruciaal is om op de hoogte te zijn van de nieuwe juridische kaders. De driedeling misdaad/wanbedrijf/overtreding, de correctionalisering en begrippen zoals "opsluiting" en "hechtenis" zijn komen te vervallen en vervangen door een systeem van acht strafniveaus.

    De verdubbeling van de geldboete bij herhaling van overtredingen van de graden en snelheidsovertredingen (art. 29, § 4 Wegverkeerswet) blijft bestaan; artikel 60 Sw. is op overtredingen van de Wegverkeerswet niet van toepassing (artikel 27bis Wegverkeerswet). Herhaling werkt nu primair via artikel 60 Sw., dat de mogelijkheid biedt om de straf één niveau hoger te plaatsen, maar dit is geen automatisme. Dit betekent dat de rechter per geval moet beoordelen of een zwaardere straf, conform een hoger strafniveau, gerechtvaardigd is, tenzij een specifiek artikel in de Wegverkeerswet reeds een verdubbeling of zwaardere straf voorziet. Een voorbeeld hiervan is artikel 34, § 1, tweede lid, dat expliciet een verdubbeling van de geldboete bij herhaling bepaalt.

    Daarnaast zijn de specifieke bedragen voor geldboetes voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 vastgesteld op nominale bedragen waarop 2,5 opdeciemen komen, resulterend in een factor van 1,25. Het is van essentieel belang om te weten dat de bedragen die in dit artikel worden genoemd, de effectieve bedragen zijn voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026. Voor feiten van vóór deze datum gelden andere factoren. Zo gold tot en met 31 januari 2026 een factor 8 op het basisbedrag, en van 1 februari tot en met 31 augustus 2026 een factor 10. De wet die gold op de datum van de feiten is bepalend, met de toepassing van de voor de beklaagde gunstigste wet (art. 2, derde lid Sw.). Een ander belangrijk punt is dat herhaling van drugsgerelateerde feiten (art. 37bis, § 1) nu uitsluitend via artikel 36 van de Wegverkeerswet loopt, aangezien artikel 37bis, § 2 van de Wegverkeerswet bij de wet van 25 mei 2026 is opgeheven. Dit alles maakt het complexer en vereist specialistische kennis om de juiste wetgeving toe te passen en de cliënt correct te adviseren.

    De impact van artikel 38, § 6 WVW op herhalingsgevallen

    Artikel 38, § 6 van de Wegverkeerswet is een cruciaal artikel dat specifiek de gevolgen van herhaling van een select aantal zware verkeersovertredingen binnen een termijn van drie jaar regelt. Het is een bepaling die de politierechter dwingt om naast de reguliere straffen, ook een verplicht verval van het recht tot sturen op te leggen, aangevuld met een pakket aan herstelvoorwaarden. Dit artikel onderstreept de intentie van de wetgever om recidiverende overtreders van de weg te halen en hen te dwingen tot gedragsverandering.

    De limitatieve lijst van misdrijven waarop artikel 38, § 6 van toepassing is, omvat onder andere overtredingen zoals rijden zonder verzekering (art. 22 WAM-wet), herhaling van vierdegraadsovertredingen (art. 29, § 1, eerste lid), het rijden onder invloed van alcohol (art. 34, § 2) of drugs (art. 37bis, § 1), dronkenschap (art. 35), vluchtmisdrijf (art. 33, §§ 1 en 2) en rijden tijdens een verval van het recht tot sturen (art. 48). Wanneer een bestuurder één van deze feiten binnen drie jaar herhaalt, wordt een verplicht verval van het recht tot sturen van ten minste drie maanden opgelegd. Daarbij komen ook verplicht de vier examens en onderzoeken die in artikel 38, § 3 zijn opgenomen: het theoretisch examen, het praktisch examen, een geneeskundig onderzoek en een psychologisch onderzoek. Bij een volgende herhaling wordt het verval nog verder opgetrokken naar zes maanden, en daarna naar negen maanden. Het is belangrijk op te merken dat overtredingen van de tweede en derde graad niet onder dit artikel vallen, tenzij ze behoren tot de andere specifieke misdrijven op de lijst. Artikel 38, § 6 gaat overigens nooit over de hoogte van de geldboete; het regelt uitsluitend de duur van het verval en de bijbehorende herstelvoorwaarden.

    De gevolgen van artikel 38, § 6 zijn verreikend, aangezien het verplichte verval van het recht tot sturen en de bijbehorende examens en onderzoeken een aanzienlijke impact hebben op de mobiliteit en het dagelijks leven van de beklaagde. Het niet naleven van deze voorwaarden leidt tot verdere problemen met het rijbewijs. Dit alles benadrukt het belang van een gedegen juridische verdediging om de zwaarste gevolgen te vermijden of te verzachten. Een advocaat kan de specifieke omstandigheden van uw zaak analyseren en pleiten voor de minst ingrijpende toepassing van deze bepalingen, rekening houdend met de recente wijzigingen in de wetgeving die sinds 1 september 2026 van kracht zijn. De bedragen en termijnen die hier genoemd worden, zijn actueel voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026.

    Lees ook

    * Herhaling verkeersovertredingen: gewone vs versnelde proc...

    * Recidive alcohol binnen 3 jaar: dubbele straf

    * Verkeersboete: Cumul boete en rijverbod administratief

    Conclusie: Navigeren door de complexiteit van herhaling en verzekeringsweigering

    De gevolgen van herhaling van verkeersovertredingen in België zijn, zeker na de recente wetswijzigingen van 1 september 2026, bijzonder ingrijpend en complex. Niet alleen riskeert u significant zwaardere straffen, zoals hogere geldboetes en langere gevangenisstraffen, maar ook de kans op verzekeringsweigering of een regresvordering neemt aanzienlijk toe. Deze financiële en persoonlijke consequenties kunnen uw leven drastisch beïnvloeden en benadrukken het absolute belang van een deskundige juridische verdediging.

    De wetgever heeft met de vernieuwde regelgeving, waaronder het nieuwe Strafwetboek en de aangepaste Wegverkeerswet, een duidelijke boodschap de wereld ingestuurd: herhaling van ernstige overtredingen wordt niet licht opgevat. De introductie van strafniveaus en de specifieke herhalingsbepalingen, zoals artikel 36 en artikel 38, § 6 van de Wegverkeerswet, zorgen voor een stringenter kader. Het is daarbij essentieel om te onthouden dat de relevante wetgeving afhankelijk is van de datum van de feiten, en dat de bedragen die in dit artikel zijn genoemd, gelden voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026. Een onjuiste interpretatie van deze regels kan leiden tot onnodig zware sancties.

    Een gespecialiseerde advocaat kan u bijstaan in elke fase van het proces, van het controleren van het proces-verbaal en het opstellen van een verdedigingsstrategie voor de politierechtbank, tot het adviseren over de implicaties voor uw verzekering. Wij kunnen u helpen de complexiteit van de wet te doorgronden, uw rechten te verdedigen en de best mogelijke uitkomst voor uw specifieke situatie te bereiken. Vergeet niet dat uw rechtsbijstandsverzekering in verkeerszaken meestal het ereloon van de advocaat betaalt, en dat u, conform artikel 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, de vrije keuze heeft om uw advocaat zelf te kiezen. Hoewel de tussenkomst afhangt van de polisvoorwaarden, is dit een recht dat u niet mag laten liggen.

    Neem geen onnodige risico’s bij herhalingsfeiten. De gevolgen zijn te groot om het aan het toeval over te laten. Contacteer ons vandaag nog voor deskundig advies. Het kantoor in Tongeren is gespecialiseerd in verkeersrecht en staat klaar om u te helpen bij uw juridische uitdagingen.

    Veelgestelde vragen

    Uw autoverzekering betaalt meestal uw advocaat

    • De rechtsbijstandswaarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of de familiale polis, vaak zonder dat zij het beseffen.
    • Anders dan in de meeste andere rechtstakken is dat in verkeerszaken eerder regel dan uitzondering.
    • Loopt er een procedure, dan kiest u zélf uw advocaat: uw verzekeraar mag u er geen opleggen (art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen).
    • Wij dienen de aanvraag in bij uw verzekeraar en rekenen rechtstreeks met hem af. Komt uw polis tussen, dan betaalt u zelf niets.

    Of uw polis tussenkomt, hangt af van uw voorwaarden — denk aan een waarborgplafond, een wachttijd of een uitsluiting. Wij kijken uw polis gratis na en zeggen u eerlijk waar u aan toe bent vóór er iets opstart.

    Laat uw polis nakijken

    Hulp nodig?

    Bij verkeerszaken betaalt de rechtsbijstand in uw autoverzekering meestal het ereloon van uw advocaat — en u kiest zelf wie u verdedigt.

    Lees onze volledige gids over herhaling

    Gerelateerde artikelen

    Herhaling

    Herhaling alcohol 2026 verzwaarde straffen

    8 okt 2026 · 24 min

    Herhaling

    Herhaling GSM-gebruik: geen art. 60 Sw.

    7 okt 2026 · 28 min

    Herhaling

    Herhaling Minderjarige Bestuurders: Impact Politierechter

    25 sep 2026 · 20 min

    Andere overtredingen