Drugs en ongeval met gewonden: gevangenisstraf
Een verkeersongeval met gewonden is op zichzelf al ingrijpend. Wanneer de politie daarnaast een positieve speekseltest afneemt of drugsgebruik vermoedt, wordt het dossier juridisch veel zwaarder. Veel bestuurders denken dan meteen dat elke positieve drugstest automatisch tot een gevangenisstraf leidt. Dat klopt niet. Het Belgische verkeersrecht maakt sinds 1 september 2026 een scherp onderscheid tussen de loutere aanwezigheid van bepaalde drugs in het verkeer en het veroorzaken van letsel door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. Precies dat onderscheid bepaalt of de zaak beperkt blijft tot een zware verkeersboete en mogelijk rijverbod, dan wel of een gevangenisstraf in beeld komt.
Waarom dit onderwerp sinds 1 september 2026 anders moet worden bekeken
Sinds 1 september 2026 werken het nieuwe Strafwetboek en de aangepaste Wegverkeerswet met strafniveaus. Daardoor moet men bij elk verkeersdossier eerst vragen: over welk misdrijf gaat het precies? Gaat het om rijden onder invloed van drugs in de zin van art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet, dan gaat het om een niveau 1-misdrijf. Op niveau 1 staat geen gevangenisstraf. Gaat het daarentegen om integriteitsaantasting in het verkeer volgens art. 218 Sw., dan gaat het om niveau 2 en kan een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar aan de orde zijn.
Die scheiding is essentieel bij het onderwerp Drugs en ongeval met gewonden: gevangenisstraf. Een positief drugsresultaat bewijst niet automatisch dat de bestuurder strafrechtelijk verantwoordelijk is voor de verwondingen. Het parket zal moeten aantonen welke verkeersfout of welk ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid tot het letsel heeft geleid. De drugscomponent kan het dossier ernstiger maken, maar neemt het vereiste bewijs van causaliteit en schuld niet weg.
Voor bestuurders is dit onderscheid niet louter academisch. Het bepaalt de bevoegde beoordeling, de mogelijke straffen, de bewijsdiscussie, de rol van deskundigen en de strategie van de verdediging. Wie alleen focust op het positieve drugsresultaat, mist vaak de kern van het dossier: wat is precies gebeurd, welke gedraging veroorzaakte het ongeval, welke letsels zijn bewezen en welke wettelijke strafbepaling wordt werkelijk ten laste gelegd?
Ook de datum van de feiten blijft belangrijk. De bedragen die in dit artikel worden vermeld, gelden telkens voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 wanneer dat zo uitdrukkelijk in dezelfde alinea staat. Voor feiten van vóór 1 september 2026 moet de rechter rekening houden met de voor de beklaagde gunstigste wet. Bij twijfel over de juiste periode is het dus niet voldoende om enkel naar de dagvaarding te kijken; de datum van het ongeval of de vaststelling is doorslaggevend.
Drugs in het verkeer: aanwezigheid is genoeg, beïnvloeding niet vereist
Art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet bestraft de aanwezigheid van bepaalde stoffen boven de wettelijke grenswaarde. Het gaat onder meer om THC, amfetamine, MDMA, morfine of 6-acetylmorfine, cocaïne of benzoylecgonine. De aanwezigheid moet worden aangetoond door een speekselanalyse volgens art. 62ter, § 1 Wegverkeerswet of door een bloedanalyse volgens art. 63, § 2 Wegverkeerswet. Voor dit specifieke misdrijf moet het parket niet bewijzen dat de bestuurder concreet slingerde, vertraagd reageerde of zichtbaar onder invloed was.
Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor drugs in de zin van art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro. Dat is een niveau 1-misdrijf. Dat betekent: geen gevangenisstraf op dit artikel zelf. De rechter kan wel andere straffen binnen niveau 1 overwegen, zoals een werkstraf van twintig tot honderdtwintig uren of een probatiestraf van zes tot twaalf maanden, maar een gevangenisstraf hoort niet bij art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet.
Belangrijk is ook wat géén wettelijk bewijsmiddel is voor dit misdrijf. Een haaranalyse of urineanalyse kan in een verkeersdossier feitelijke informatie opleveren, maar is voor art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet niet het wettelijk bewijsmiddel waarmee de aanwezigheid boven de grenswaarde wordt bewezen. Wie wordt vervolgd op basis van drugs in het verkeer, moet daarom laten controleren welk staal is afgenomen, op welke wijze dat gebeurde, welke analyse werd uitgevoerd en of de wettelijke keten correct werd gevolgd.
De wettelijke drugsregeling is geen nultolerantie. Er zijn verschillende grenswaarden per stadium: de speekseltest, de speekselanalyse en de bloedanalyse hebben elk hun eigen rol. Een positieve speekseltest op het terrein is dus niet hetzelfde als het definitieve analytische bewijs in het dossier. De regels staan in de Wegverkeerswet en de uitvoeringsprocedure wordt geregeld door het KB van 27 november 2015 over speekselanalyse en bloedproef. De officiële wetteksten vindt u via de Wegcode en de Wegverkeerswet op wegcode.be.
Positieve speekseltest na een ongeval met gewonden
Na een ongeval met gewonden zal de politie doorgaans zeer nauwkeurig onderzoeken of alcohol, drugs, snelheid, gsm-gebruik, voorrangsfouten of andere verkeersinbreuken een rol speelden. Bij vermoedens van drugsgebruik kan de politie de checklist en de speekseltest gebruiken volgens art. 61bis Wegverkeerswet. Een positieve speekseltest heeft onmiddellijke gevolgen voor het rijgedrag op dat moment, maar is nog niet hetzelfde als een veroordeling.
Na een positieve speekseltest volgt een rijverbod van twaalf uur op grond van art. 61ter, § 1 Wegverkeerswet. Dat rijverbod volgt dus op de positieve speekseltest of op een weigering, niet op een latere bloedanalyse. Voor de bestuurder opnieuw mag rijden, volgt een nieuwe speekseltest volgens art. 61ter, § 2 Wegverkeerswet. Dat is belangrijk: bij drugs gaat het niet om een ademtest zoals bij alcohol, maar om de eigen procedure voor drugs.
Na de positieve speekseltest volgt in principe een speekselanalyse. Een bloedproef komt pas in beeld wanneer die speekselanalyse niet kan gebeuren of wanneer noch speekseltest noch speekselanalyse mogelijk was. De bloedproef wordt afgenomen door een opgevorderde arts op vraag van de politie. Het is dus juridisch onjuist om te stellen dat de procureur in die gevallen zelf de bloedanalyse beveelt.
Voor drugs bestaat geen onmiddellijke inning. Wie wordt betrapt op art. 37bis, § 1, 1° of 5° Wegverkeerswet moet 1.386 euro in consignatie geven. Betaalt de bestuurder die consignatie niet, dan kan het voertuig worden ingehouden op grond van art. 65, § 3 Wegverkeerswet. Die consignatie is geen geldboete en ook geen onmiddellijke inning. Het is een afzonderlijke maatregel in afwachting van de verdere afhandeling.
Wanneer komt gevangenisstraf echt in beeld?
De kernvraag bij Drugs en ongeval met gewonden: gevangenisstraf is of de vervolging beperkt blijft tot art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet, dan wel of ook art. 218 Sw. wordt weerhouden. Art. 218 Sw. gaat over integriteitsaantasting in het verkeer. Die bepaling geldt bij het deelnemen aan het verkeer, niet enkel bij een klassiek ongeval, maar in de praktijk zal zij vaak worden toegepast wanneer iemand door verkeersgedrag letsel oploopt.
Art. 218 Sw. vereist een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. Dat is een zwaardere drempel dan vroeger gold voor verkeersongevallen met gewonden. Het parket moet dus meer aantonen dan alleen een onoplettendheid of een lichte fout. Het moet gaan om gedrag dat, in de concrete omstandigheden, als ernstig onvoorzichtig of ernstig onvoorzorgvuldig kan worden beoordeeld en dat in oorzakelijk verband staat met de integriteitsaantasting van het slachtoffer.
Art. 218 Sw. is niveau 2. Dat betekent dat een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar wettelijk mogelijk is. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 218 Sw. 250 tot 6.250 euro. Die geldboete kan zowel als hoofdstraf als bijkomende straf worden opgelegd volgens art. 52, § 1 Sw. Binnen niveau 2 moet de rechter op grond van art. 27 Sw. de gevangenisstraf als laatst te overwegen straf behandelen en motiveren waarom een andere straf niet volstaat.
Dat laatste is zeer belangrijk voor de verdediging. Niveau 2 opent de deur naar gevangenisstraf, maar maakt ze niet automatisch. De rechter kan ook kijken naar elektronisch toezicht, een werkstraf van meer dan honderdtwintig tot driehonderd uren of een probatiestraf van meer dan twaalf maanden tot twee jaar. De concrete straf hangt af van het letsel, de ernst van de fout, het strafverleden, de houding na het ongeval, de schadeafwikkeling en de bewijspositie.
Verzwaarde factoren bij letsel: drugsachtige toestand, gsm, rood licht en snelheid
Art. 218/1 Sw. draagt het opschrift verzwarende factoren. Het is geen zelfstandig misdrijf, maar speelt binnen art. 218 Sw. een rol bij de keuze en de zwaarte van de straf. Bij letsel kan onder meer relevant zijn of de bestuurder door substanties in een soortgelijke staat verkeerde als dronkenschap. Gaat het om letsel, dan is die toestand een verzwarende factor volgens art. 218/1, 6° Sw.
Dat moet nauwkeurig worden onderscheiden van de loutere aanwezigheid van drugs boven een grenswaarde. Art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet vereist geen concrete beïnvloeding. De verzwarende factor rond een soortgelijke staat als dronkenschap kijkt daarentegen naar een toestand die verder gaat dan een technisch positief resultaat. In een ernstig ongevalsdossier zal de verdediging dus nagaan of de vaststellingen van de politie, getuigenverklaringen, medische gegevens en analysecijfers werkelijk die toestand ondersteunen.
Ook andere gedragingen kunnen zwaar doorwegen. Art. 218/1 Sw. vermeldt onder meer situaties die verband houden met een overtreding van de vierde graad, door het rode licht rijden, een mobiel elektronisch apparaat met een scherm vasthouden of manipuleren, of meer dan 40 km/u te snel rijden, dan wel meer dan 30 km/u binnen de bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, woonerf of erf. Rood licht negeren is een derdegraadsovertreding. Een mobiel elektronisch apparaat met een scherm vasthouden is eveneens een derdegraadsovertreding.
Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor een derdegraadsovertreding volgens art. 29, § 1, tweede lid Wegverkeerswet 300 tot 5.000 euro. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor een vierdegraadsovertreding volgens art. 29, § 1, eerste lid Wegverkeerswet 400 tot 5.000 euro, met verplicht verval van het recht tot sturen van ten minste acht dagen. Die overtredingen kunnen naast de beoordeling van art. 218 Sw. relevant zijn, maar moeten juridisch correct van elkaar worden onderscheiden.
Doding versus letsel: waar ligt het verschil?
Dit artikel gaat over een ongeval met gewonden. Toch is het nuttig het verschil met een dodelijk ongeval kort te begrijpen, omdat de strafniveaus sterk verschillen. Bij doding in het verkeer geldt art. 107 Sw., wanneer de voorwaarden van die bepaling vervuld zijn. Ook art. 107 Sw. vereist een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid en geldt bij het deelnemen aan het verkeer, niet uitsluitend bij een ongeval in enge zin.
Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 107 Sw. 250 tot 12.500 euro. Art. 107 Sw. is niveau 3. Wanneer de feiten echter onder art. 107/1 Sw. vallen, gaat het om een afzonderlijk misdrijf van verzwaarde doding in het verkeer op niveau 4. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 107/1 Sw. 250 tot 20.000 euro.
Wanneer een bestuurder in het verkeer een slachtoffer doodt en tegelijk een van de wettelijk opgesomde zware omstandigheden aanwezig is, wordt het dossier beoordeeld onder art. 107/1 Sw. Dat kan onder meer gaan om het vasthouden of manipuleren van een gsm of ander scherm, door het rode licht rijden, meer dan 40 km/u te snel rijden, meer dan 30 km/u te snel rijden binnen de bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, een vierdegraadsovertreding begaan, zonder vereist rijbewijs rijden, rijden in staat van dronkenschap of in een soortgelijke toestand door substanties, of rijden zonder het opgelegde alcoholslot. Bij letsel blijft de analyse anders: dan kijkt men naar art. 218 Sw. en, indien toepasselijk, naar de verzwarende factoren van art. 218/1 Sw.
Dat verschil maakt dat een dossier met gewonden niet automatisch volgens dezelfde logica wordt beoordeeld als een dossier met een overleden slachtoffer. De bewijsdrempel van art. 218 Sw., het soort letsel en de link tussen het verkeersgedrag en de schade blijven centraal. Toch zal de aanwezigheid van drugs of een drugsachtige toestand in de feitenanalyse vaak zwaar wegen, zeker wanneer het rijgedrag duidelijk gevaarlijk was.
Herhaling bij drugs: wanneer wordt het niveau 2?
Een eerste vervolging voor drugs in het verkeer onder art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet is niveau 1 en kent geen gevangenisstraf. Dat verandert wanneer de bestuurder binnen drie jaar opnieuw wordt veroordeeld in de herhalingsregeling van art. 36 Wegverkeerswet. Herhaling van art. 34, § 2, art. 35 of art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet binnen drie jaar wordt zwaarder gestraft.
Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij herhaling van art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet binnen drie jaar volgens art. 36, eerste lid Wegverkeerswet 4.000 tot 50.000 euro, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Dit is niveau 2. Bij een nieuwe herhaling binnen drie jaar na de tweede veroordeling kan een straf van niveau 3 worden opgelegd; voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete dan 8.000 tot 100.000 euro en gaat het om een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar.
Die herhalingsregeling loopt sinds 1 september 2026 uitsluitend via art. 36 Wegverkeerswet voor drugs. Een oud automatisme waarbij men zou spreken over een afzonderlijke vroegere herhalingsbepaling voor drugs is vandaag misleidend. De juiste vraag is of er binnen de wettelijk relevante periode een vorige veroordeling bestaat die de herhaling draagt, en welke feiten precies onder die regeling vallen.
Daarnaast kan art. 38, § 6 Wegverkeerswet belangrijk worden. Bij herhaling binnen drie jaar van onder meer art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet is een verval van het recht tot sturen van ten minste drie maanden verplicht, samen met de vier examens en onderzoeken. Bij een volgende herhaling bedraagt het verplicht verval minstens zes maanden, daarna minstens negen maanden. Art. 38, § 6 Wegverkeerswet gaat over het rijverbod en de herstelvoorwaarden, niet over de hoogte van de geldboete.
Rijverbod, onmiddellijke intrekking en herstelvoorwaarden
Bij een drugscontrole na een ongeval met gewonden krijgt de bestuurder vaak eerst een rijverbod ter plaatse van twaalf uur volgens art. 61ter, § 1 Wegverkeerswet. Dat is een onmiddellijke maatregel na de positieve speekseltest of weigering. Zij is tijdelijk en belet niet dat later een rechterlijk verval van het recht tot sturen wordt uitgesproken. Het ene is dus geen vervanging van het andere.
Daarnaast kan de procureur des Konings in beginsel de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs bevelen. Bij drugs kan die intrekking in afwijking daarvan door de officier van gerechtelijke politie worden bevolen in de gevallen van art. 61ter, § 1 Wegverkeerswet. De teruggave gebeurt na vijftien dagen volgens art. 56 Wegverkeerswet, tenzij de intrekking wordt verlengd. Een verlenging met ten hoogste drie maanden gebeurt niet door het parket alleen: de procureur vordert een beschikking voor de politierechtbank, die binnen vijftien dagen in openbare terechtzitting uitspraak doet volgens art. 55bis Wegverkeerswet.
Een rechterlijk verval van het recht tot sturen kan afzonderlijk worden opgelegd. Een facultatief verval bedraagt volgens art. 38, § 1, laatste lid Wegverkeerswet altijd ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar, tenzij een bijzondere bepaling een ander regime toelaat of oplegt. Bij samenloop met art. 218 Sw. kunnen herstelvoorwaarden relevant worden. Art. 38, § 2 Wegverkeerswet maakt de vier examens en onderzoeken van rechtswege verplicht bij samenloop met art. 107, art. 107/1 of art. 218 Sw.
Art. 38, § 3 Wegverkeerswet kent vijf herstelvoorwaarden: theoretisch examen, praktisch examen, geneeskundig onderzoek, psychologisch onderzoek en een specifieke opleiding bepaald door de Koning. Een weekendbeperking van het effectief verval kan volgens art. 38, § 2bis Wegverkeerswet in bepaalde gevallen, maar niet wanneer de rechter herstelvoorwaarden oplegt of een alcoholslot oplegt. Een weekendrijverbod kan dus niet worden gecombineerd met examens, onderzoeken of de specifieke opleiding als herstelvoorwaarde.
Vluchtmisdrijf, weigering en andere feiten naast drugs
Na een ongeval met gewonden kan het dossier meer bevatten dan drugs alleen. Wie de plaats verlaat terwijl hij weet dat hij betrokken was bij een ongeval, riskeert vervolging voor vluchtmisdrijf. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor vluchtmisdrijf met gewonden volgens art. 33, § 2, eerste lid Wegverkeerswet 4.000 tot 50.000 euro, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een verplicht verval van het recht tot sturen van ten minste drie maanden.
Dat is een ander misdrijf dan rijden onder invloed van drugs. Vluchtmisdrijf met gewonden is niveau 2. Het verplichte verval volgt uit art. 33, § 2 Wegverkeerswet zelf en bedraagt ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang. Het is dus niet juist om die specifieke verplichting toe te schrijven aan art. 38, § 1 Wegverkeerswet. Bij vluchtmisdrijf zonder letsel geldt een ander regime: voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete volgens art. 33, § 1 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, en dat niveau 1-misdrijf kent geen gevangenisstraf.
Ook weigering is een afzonderlijk aandachtspunt. Weigering van de speekseltest, speekselanalyse of bloedproef zonder wettige reden is een zelfstandig misdrijf volgens art. 37bis, § 1, 5° Wegverkeerswet. De vervolging steunt dan op die eigen wettelijke bepaling en niet op een juridische fictie dat de test positief zou zijn geweest. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor die weigering onder art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, zonder gevangenisstraf op dat niveau 1-misdrijf.
Soms speelt ook rijden zonder rijbewijs of rijden tijdens een verval. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor rijden zonder rijbewijs volgens art. 30, § 1 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor sturen tijdens verval volgens art. 48, § 1 Wegverkeerswet 5.000 tot 20.000 euro, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en verplicht verval van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed.
Bewijs in een dossier met gewonden: wat moet worden nagekeken?
Bij een dossier over Drugs en ongeval met gewonden: gevangenisstraf begint de verdediging niet bij de strafmaat, maar bij het bewijs. Is er een geldige speekseltest? Werd nadien correct een speekselanalyse uitgevoerd? Indien een bloedproef werd afgenomen, blijkt uit het dossier waarom de speekselanalyse niet kon gebeuren? Werd de bloedproef afgenomen door een opgevorderde arts op vraag van de politie? Zijn de grenswaarden en de analysemethode duidelijk vermeld?
Vervolgens moet het ongevalsmechanisme worden onderzocht. Een positieve drugsanalyse is niet hetzelfde als het bewijs dat de bestuurder het ongeval veroorzaakte. Er kunnen vragen rijzen over voorrang, snelheid van de andere weggebruiker, zichtbaarheid, weersomstandigheden, technische toestand van voertuigen, verlichting, signalisatie, remsporen, camerabeelden en getuigen. Zeker bij integriteitsaantasting in het verkeer volgens art. 218 Sw. moet de link tussen het ernstige gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid en het letsel concreet worden aangetoond.
Het proces-verbaal speelt daarbij een centrale rol. Sinds 1 juli 2026 wordt het afschrift van het proces-verbaal aan de geïdentificeerde overtreder, de houder van de kentekenplaat of de gebruikelijke bestuurder gezonden binnen dertig dagen te rekenen van de datum van de misdrijven. Kunnen identiteit of adres niet meteen worden vastgesteld, dan begint die termijn pas te lopen zodra dat wel kan. Voor Vlaamse gewestelijke regels bestaat een termijn van veertien dagen, te rekenen van de datum van vaststelling van de misdrijven. Een advocaat gaat na of het afschrift tijdig werd verzonden.
Ook de letsels zelf verdienen aandacht. Art. 218 Sw. gaat over integriteitsaantasting, maar de concrete medische stukken bepalen mee hoe ernstig de zaak wordt ingeschat. Een kneuzing, een breuk, een arbeidsongeschiktheid, blijvende letsels of psychische schade kunnen elk een andere impact hebben op de strafmaat en op de burgerlijke schadevergoeding. Bij letselschade wordt vaak gewerkt met de Indicatieve Tabel, die niet bindend is.
Schadevergoeding en verzekering na een drugsgerelateerd ongeval
Een ongeval met gewonden heeft altijd een strafrechtelijke en een burgerlijke dimensie. Strafrechtelijk gaat het om de vraag welke misdrijven bewezen zijn en welke straf passend is. Burgerlijk gaat het om de schade van het slachtoffer: medische kosten, tijdelijke en blijvende ongeschiktheid, inkomstenverlies, morele schade, hulp van derden, verplaatsingskosten en andere posten die uit het ongeval voortvloeien.
Voor aansprakelijkheid en schadevergoeding wordt vandaag verwezen naar het Burgerlijk Wetboek, onder meer art. 6.5 BW en art. 6.6 BW voor foutaansprakelijkheid. Bij letselschade is compensatoire interest een waardeschuld; art. 5.241 BW bepaalt dat die interest verschuldigd is vanaf het ontstaan van de schade. De precieze schadebegroting vergt medische stukken, expertise en een grondige analyse van het causaal verband.
De WAM-verzekeraar van het voertuig speelt meestal een belangrijke rol in de vergoeding van slachtoffers. Dat betekent niet dat drugsgebruik zonder gevolgen blijft voor de bestuurder. Afhankelijk van de polis en de omstandigheden kan de verzekeraar bepaalde discussies voeren. Het strafdossier en het burgerlijk dossier beïnvloeden elkaar dus, maar vallen niet samen: een minnelijke schikking is geen veroordeling en geen erkenning van schuld, al heeft betaling tegenover een eventueel slachtoffer het wettelijke gevolg van een onweerlegbaar vermoeden van fout volgens art. 216bis, § 4 Sv.
Wie als bestuurder wordt vervolgd, kijkt best ook naar zijn rechtsbijstandsverzekering. In verkeerszaken betaalt die verzekering meestal het ereloon van de advocaat. Die waarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of in de familiale polis. Bij een procedure kiest de cliënt zelf zijn advocaat op grond van art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. De tussenkomst hangt wel af van de polisvoorwaarden. U kunt ook nagaan of u in aanmerking komt voor Gratis advocaat of uw polis laten controleren op de bestaande waarborg.
Procedure voor de politierechtbank en mogelijke uitkomsten
Een drugsdossier met gewonden komt vaak voor de politierechtbank wanneer het verkeersaspect centraal staat. De dagvaarding vermeldt welke feiten ten laste worden gelegd: drugs in het verkeer, integriteitsaantasting in het verkeer, een voorrangsfout, snelheid, vluchtmisdrijf, rijden zonder rijbewijs of andere bepalingen. De exacte omschrijving is doorslaggevend, want de rechter mag niet zomaar elk feit beoordelen alsof het automatisch bewezen is.
Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor drugs volgens art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, zonder gevangenisstraf op dat niveau 1-misdrijf. Als art. 218 Sw. bewezen wordt, is niveau 2 van toepassing en bedraagt de geldboete voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 250 tot 6.250 euro, met een wettelijk mogelijke gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. De rechter moet bij niveau 2 rekening houden met art. 27 Sw., waardoor gevangenisstraf de laatst te overwegen straf is.
De uitkomst kan sterk verschillen. De rechter kan vrijspreken voor één onderdeel en veroordelen voor een ander. Zo kan een bestuurder bijvoorbeeld worden veroordeeld voor art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet, maar niet voor art. 218 Sw. wanneer het ernstige gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid of het oorzakelijk verband met het letsel niet bewezen is. Omgekeerd kan gevaarlijk rijgedrag met letsel ook zwaar doorwegen wanneer de drugscomponent procedureel betwist wordt maar andere feiten wel bewezen zijn.
Bij een rechterlijke veroordeling komen naast de straf ook bijkomende posten aan bod. De bijdrage aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers bedraagt 250 euro. Daarnaast zijn er gerechtskosten en de administratieve toeslag bij een rechterlijke veroordeling volgens art. 162ter Sv., waarvan het tarief 2026 30,56 euro bedraagt. Die toeslag is te onderscheiden van de toeslag bij een onmiddellijke inning en van de toeslag bij een bevel tot betalen.
Praktische stappen onmiddellijk na het ongeval
Na een ongeval met gewonden is de eerste prioriteit uiteraard hulp verlenen en de veiligheid verzekeren. Verwittig de hulpdiensten indien nodig, blijf ter plaatse en werk mee aan de vaststellingen. Vertrekken kan het dossier veranderen in een vluchtmisdrijf met gewonden, met veel zwaardere gevolgen. Noteer gegevens van getuigen, maak indien mogelijk foto’s van de positie van voertuigen, signalisatie, schade en zichtbaarheid, maar hinder de hulpverlening niet.
Leg verklaringen zorgvuldig af. Een eerste verklaring vlak na een ongeval gebeurt vaak onder stress, pijn, paniek of verwarring. U hebt het recht om correct te verklaren, maar u moet niet speculeren over snelheid, afstand, reactietijd of drugsimpact wanneer u dat niet zeker weet. Onjuiste of te ruime verklaringen kunnen later zwaar wegen. Een advocaat kan helpen om het onderscheid te maken tussen feitelijke vaststellingen en juridische conclusies.
Bewaar alle documenten: proces-verbaalnummer, rijbewijsdocumenten, verzekeringsgegevens, medische attesten, oproepingen, brieven van het parket, uitnodigingen tot verhoor, consignatiebewijzen en eventuele berichten van de verzekeraar. Gebruik de online tool Bereken uw boete om een eerste zicht te krijgen op de verkeersrechtelijke inzet, maar besef dat een ongeval met gewonden altijd een individuele analyse vereist.
Wie meer algemene informatie zoekt over drugscontroles en de verkeersrechtelijke gevolgen, vindt een thematische uitleg via Meer over Drugs. Voor een persoonlijke aanpak is vooral de combinatie van documenten belangrijk: de drugstest, de analyse, het ongevalsschema, de medische stukken van het slachtoffer en de exacte tenlastelegging. Ons kantoor in Leuven behandelt dergelijke verkeersdossiers met aandacht voor zowel de strafrechtelijke als de verzekeringsrechtelijke gevolgen.
Veelgemaakte misverstanden over drugs en gewonden
Een eerste misverstand is dat drugs in het verkeer altijd tot gevangenisstraf leidt. Dat is niet juist. Art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet is niveau 1 en kent geen gevangenisstraf. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete wel 2.000 tot 20.000 euro, en de rechter kan ook een verval van het recht tot sturen overwegen, maar de gevangenisstraf komt pas via andere bepalingen in beeld.
Een tweede misverstand is dat een positieve speekseltest hetzelfde is als een veroordeling. De speekseltest heeft onmiddellijke gevolgen, zoals het rijverbod van twaalf uur, maar het definitieve bewijs voor art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet volgt uit een speekselanalyse of, wanneer die niet kan gebeuren, een bloedanalyse. Het dossier moet dus technisch worden nagekeken voordat conclusies worden getrokken.
Een derde misverstand is dat het slachtoffer automatisch volledig gelijk krijgt wanneer de andere bestuurder positief test. Een positief drugsresultaat kan zeer zwaar wegen, maar de burgerlijke aansprakelijkheid en de strafrechtelijke integriteitsaantasting vereisen nog altijd onderzoek naar fout, schade en oorzakelijk verband. Zeker bij complexe aanrijdingen kan de aansprakelijkheid genuanceerd zijn.
Een vierde misverstand is dat België met een puntenrijbewijs werkt. Dat is niet zo. België kent geen puntenrijbewijs. De gevolgen voor het rijbewijs verlopen via rijverboden, onmiddellijke intrekking, verval van het recht tot sturen, herstelvoorwaarden en eventueel vaststelling van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid volgens art. 42 Wegverkeerswet.
Lees ook
Conclusie: gevangenisstraf is mogelijk, maar niet automatisch
Drugs en ongeval met gewonden: gevangenisstraf is een juridisch precieze vraag. Wie enkel positief test op drugs, valt onder art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet. Dat is niveau 1 en kent geen gevangenisstraf. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor dat misdrijf 2.000 tot 20.000 euro. De zaak wordt pas een dossier waarin gevangenisstraf echt in beeld komt wanneer er bijvoorbeeld sprake is van integriteitsaantasting in het verkeer volgens art. 218 Sw., herhaling volgens art. 36 Wegverkeerswet, vluchtmisdrijf met gewonden of een ander niveau 2-misdrijf.
Bij art. 218 Sw. moet het parket een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid bewijzen, én een oorzakelijk verband met de verwondingen. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 218 Sw. 250 tot 6.250 euro en is niveau 2 van toepassing. Een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar is dan wettelijk mogelijk, maar art. 27 Sw. verplicht de rechter om gevangenisstraf als laatst te overwegen straf te behandelen. Dat opent ruimte voor een inhoudelijke verdediging over bewijs, causaliteit, strafmaat en alternatieven.
Laat daarom elk onderdeel van het dossier controleren: de speekseltest, de speekselanalyse of bloedanalyse, de reden van een eventuele bloedproef, het ongevalsschema, de getuigen, de letsels, de dagvaarding, de herhalingsvoorwaarden en de mogelijke rijverboden. Een advocaat kijkt uw dossier kort na en neemt contact met u op om te bespreken of en hoe wij u kunnen bijstaan. Controleer ook uw rechtsbijstandsverzekering: in verkeerszaken draagt die vaak de kosten van uw verdediging, met vrije keuze van advocaat bij een procedure, afhankelijk van de polisvoorwaarden.
Veelgestelde vragen
Uw autoverzekering betaalt meestal uw advocaat
- De rechtsbijstandswaarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of de familiale polis, vaak zonder dat zij het beseffen.
- Anders dan in de meeste andere rechtstakken is dat in verkeerszaken eerder regel dan uitzondering.
- Loopt er een procedure, dan kiest u zélf uw advocaat: uw verzekeraar mag u er geen opleggen (art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen).
- Wij dienen de aanvraag in bij uw verzekeraar en rekenen rechtstreeks met hem af. Komt uw polis tussen, dan betaalt u zelf niets.
Of uw polis tussenkomt, hangt af van uw voorwaarden — denk aan een waarborgplafond, een wachttijd of een uitsluiting. Wij kijken uw polis gratis na en zeggen u eerlijk waar u aan toe bent vóór er iets opstart.
Laat uw polis nakijkenHulp nodig?
Bij verkeerszaken betaalt de rechtsbijstand in uw autoverzekering meestal het ereloon van uw advocaat — en u kiest zelf wie u verdedigt.
Wettelijke bronnen
Lees onze volledige gids over drugs