---
title: "Rijverbod cumul met geldboete en cel | Beboet.be"
url: https://www.beboet.be/blog/rijverbod-geldboete-cel-cumul
description: "Wat de wet sinds 1 september 2026 bepaalt over rijverbod cumul met geldboete en cel, en wat u kunt doen. Met de straffen, de procedure en uw rechten."
lang: nl-BE
---

Ga naar hoofdinhoud

Terug naar Blog (https://www.beboet.be/blog)

🚫 Rijverbod

# Rijverbod cumul met geldboete en cel

Laatst bijgewerkt op: 2026-10-28T06:02:34.470701+00:00

Mr. Chanel Ribas Colomar 28 oktober 2026 25 min leestijd 0 weergaven

WhatsApp: https://wa.me/?text=Rijverbod%20cumul%20met%20geldboete%20en%20cel%20https%3A%2F%2Fwww.beboet.be%2Fblog%2Frijverbod-geldboete-cel-cumul
Facebook: https://www.facebook.com/sharer/sharer.php?u=https%3A%2F%2Fwww.beboet.be%2Fblog%2Frijverbod-geldboete-cel-cumul
LinkedIn: https://www.linkedin.com/sharing/share-offsite/?url=https%3A%2F%2Fwww.beboet.be%2Fblog%2Frijverbod-geldboete-cel-cumul
X: https://twitter.com/intent/tweet?url=https%3A%2F%2Fwww.beboet.be%2Fblog%2Frijverbod-geldboete-cel-cumul&text=Rijverbod%20cumul%20met%20geldboete%20en%20cel

Image: Rijverbod cumul met geldboete en cel (https://images.unsplash.com/photo-1449824913935-59a10b8d2000?w=1200&h=600&fit=crop&q=80)

Google

4.9/5 (175)
https://www.google.com/search?q=beboet+reviews

Trustlocal

9.7/10 (178)
https://www.trustlocal.be/

353+ tevreden klanten

Een veroordeling in het verkeer voelt zelden beperkt tot één enkele sanctie. Wie voor de politierechtbank verschijnt, vreest niet alleen een geldboete, maar ook een verval van het recht tot sturen, herstelonderzoeken, gerechtskosten, een bijdrage aan het Slachtofferfonds en, in bepaalde zwaardere dossiers, zelfs een gevangenisstraf. Precies daarom is het belangrijk om te weten wanneer de rechter sancties mag cumuleren, wanneer cel wettelijk uitgesloten is en wanneer een rijverbod bovenop een geldboete of gevangenisstraf komt. Sinds 1 september 2026 is het kader grondig gewijzigd: de Wegverkeerswet werd aangepast aan het nieuwe Strafwetboek, de straffen werken met strafniveaus en de bedragen moeten altijd worden bekeken volgens de datum van de feiten.

## Wat betekent cumul van rijverbod, geldboete en cel?

Met cumul bedoelt men dat verschillende rechtsgevolgen naast elkaar worden uitgesproken. In verkeerszaken kan dat bijvoorbeeld betekenen dat de rechter een geldboete oplegt, daarnaast een verval van het recht tot sturen uitspreekt en, wanneer het betrokken misdrijf een hoger strafniveau draagt, ook een gevangenisstraf kan opleggen. Het gaat dus niet om een keuze tussen één van die sancties, maar om een combinatie die de wet in bepaalde gevallen mogelijk of verplicht maakt.

Die combinatie is niet bij elk verkeersfeit dezelfde. Veel klassieke overtredingen van de Wegverkeerswet zijn niveau 1. Bij niveau 1 is er geen gevangenisstraf. De rechter kan dan wel een geldboete opleggen en, afhankelijk van het artikel, een verval van het recht tot sturen uitspreken, maar hij mag er geen celstraf aan koppelen. Dat onderscheid is essentieel bij alcohol, drugs, snelheid, gsm-gebruik, rood licht, dronkenschap en vluchtmisdrijf zonder letsel.

Het woord cel hoort pas thuis wanneer het betrokken misdrijf een strafniveau heeft dat gevangenisstraf toelaat. Niveau 2 omvat een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar, naast andere mogelijke straffen zoals elektronisch toezicht, een werkstraf van meer dan 120 tot 300 uur of een probatiestraf van meer dan 12 maanden tot 2 jaar. Artikel 27 Sw. bepaalt bovendien dat gevangenisstraf de laatst te overwegen straf is: binnen niveau 2 moet de rechter motiveren waarom een andere straf niet volstaat.

In de praktijk betekent dit dat de eerste vraag nooit luidt: “Hoe streng is de politierechter meestal?” De eerste vraag is juridisch: welk artikel wordt vervolgd, welk strafniveau draagt dat artikel, is het verval verplicht of facultatief, en gaat het om feiten gepleegd vóór of vanaf 1 september 2026? Wie dat onderscheid niet maakt, komt snel uit bij verkeerde verwachtingen over geldboete, rijverbod en cel.

## Waarom de datum van de feiten alles bepaalt

De datum van de feiten is doorslaggevend voor de toepasselijke geldboete en voor de vraag of het nieuwe strafniveau rechtstreeks speelt. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 gelden de effectieve bedragen zoals ze vandaag in de Wegverkeerswet zijn omgezet. Voor feiten van vóór die datum moet de rechter nagaan welke wet voor de beklaagde gunstiger is, op grond van artikel 2, derde lid Sw. Dat kan in concrete dossiers een wezenlijk verschil maken.

Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor een overtreding van de eerste graad 100 tot 2.500 euro, voor een overtreding van de tweede graad 200 tot 2.500 euro, voor een overtreding van de derde graad 300 tot 5.000 euro en voor een overtreding van de vierde graad 400 tot 5.000 euro. Die bedragen mogen niet zelf worden herberekend. Het zijn de effectieve bedragen die in verkeerszaken relevant zijn voor feiten vanaf die datum.

Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor snelheidsovertredingen op grond van artikel 29, § 3 Wegverkeerswet 100 tot 5.000 euro. Snelheidsovertredingen vormen een aparte categorie en worden dus niet ingedeeld als eerste, tweede, derde of vierde graad. Bij hoge snelheidsoverschrijdingen kan het verval van het recht tot sturen verplicht worden, maar ook dan blijft het strafniveau van artikel 29 niveau 1, zodat er op basis van dat artikel geen gevangenisstraf staat.

Voor feiten van 1 februari tot en met 31 augustus 2026 golden nog de oude basisbedragen met de toen toepasselijke regeling. De straffen waren toen nog niet in strafniveaus uitgedrukt. Voor feiten tot en met 31 januari 2026 gold nog een andere periode. In een concreet dossier moet daarom altijd eerst de pleegdatum worden vastgesteld, nog vóór men boetebedragen of strafniveaus bespreekt. Een dagvaarding in oktober 2026 kan perfect gaan over feiten van vóór 1 september 2026.

## Niveau 1: geldboete en eventueel verval, maar geen cel

Een van de belangrijkste misverstanden in verkeerszaken is dat elke verschijning voor de politierechtbank automatisch een risico op gevangenisstraf zou meebrengen. Dat klopt niet. Bij niveau 1 kan de rechter geen gevangenisstraf opleggen. Hij kan wel een geldboete, een werkstraf van 20 tot 120 uur of een probatiestraf van 6 tot 12 maanden opleggen, en daarnaast een verval van het recht tot sturen wanneer de Wegverkeerswet dat toelaat of verplicht maakt.

Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor een derdegraadsovertreding zoals het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat met een scherm 300 tot 5.000 euro. Ook het negeren van een rood licht en het niet verlenen van voorrang aan een prioritair voertuig zijn derdegraadsovertredingen. Het gaat om ernstige feiten, maar artikel 29 Wegverkeerswet blijft niveau 1. Er is dus geen gevangenisstraf voor die basisveroordeling.

Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor een vierdegraadsovertreding 400 tot 5.000 euro, met verplicht verval van het recht tot sturen van ten minste acht dagen. Ook hier is het strafniveau niveau 1. Het verplichte verval maakt de sanctie zeer ingrijpend voor wie beroepsmatig rijdt, maar het verandert het strafniveau niet in niveau 2. Cel is dus niet aan de orde op basis van artikel 29 alleen.

Voor alcohol geldt hetzelfde onderscheid. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij een alcoholconcentratie van 0,22 tot 0,35 mg/l uitgeademde alveolaire lucht op grond van artikel 34, § 1 Wegverkeerswet 250 tot 5.000 euro. Er is geen verplicht verval en geen gevangenisstraf. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij alcohol vanaf 0,35 mg/l of bij weigering op grond van artikel 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro; een verval is mogelijk, maar niet verplicht, en er staat geen gevangenisstraf op dat basisartikel.

Ook dronkenschap en drugs worden vaak verkeerd ingeschat. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor dronkenschap op grond van artikel 35 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, met verplicht verval van een maand tot vijf jaar of voorgoed, maar zonder gevangenisstraf. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor drugs op grond van artikel 37bis, § 1 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, zonder gevangenisstraf en zonder verplicht verval in het basisartikel. Drugs vereisen geen bewijs van concrete beïnvloeding; de aanwezigheid boven de wettelijke grenswaarde wordt aangetoond via speekselanalyse of, in de gevallen waarin dat wettelijk kan, via bloedanalyse.

## Wanneer komt gevangenisstraf wél in beeld?

Gevangenisstraf komt in verkeerszaken in beeld wanneer het misdrijf niveau 2, niveau 3 of niveau 4 draagt, of wanneer een bijzondere herhalingsregeling het dossier naar een hoger niveau tilt. Niveau 2 betekent een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Het is niet omdat gevangenisstraf wettelijk mogelijk is dat zij automatisch wordt opgelegd: artikel 27 Sw. verplicht de rechter om gevangenisstraf als laatste optie te beschouwen en te motiveren waarom andere straffen niet volstaan.

Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor rijden zonder rijbewijs op grond van artikel 30, § 1 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Dat is een niveau 2-misdrijf. Hetzelfde strafniveau geldt voor rijden na een onmiddellijke intrekking op grond van artikel 30, § 3 Wegverkeerswet, waarbij bovendien een verplicht verval geldt van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang.

Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor sturen tijdens een eerder uitgesproken verval op grond van artikel 48, § 1 Wegverkeerswet 5.000 tot 20.000 euro, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een verplicht verval van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed. Dit is een van de meest duidelijke voorbeelden van cumul: de bestuurder overtreedt niet alleen een verkeersregel, maar negeert een rechterlijk opgelegd verbod om te sturen.

Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor rijden zonder het opgelegde alcoholslot op grond van artikel 37/1, § 4 Wegverkeerswet 5.000 tot 20.000 euro. Dat artikel draagt niveau 2. In alcoholslotdossiers speelt bovendien vaak de vraag of het oorspronkelijke alcoholslot correct werd betekend, welke voertuigen onder de verplichting vielen en of de bestuurder effectief een voertuig bestuurde waarvoor het alcoholslot verplicht was.

Vluchtmisdrijf toont het onderscheid nog scherper. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor vluchtmisdrijf zonder letsel op grond van artikel 33, § 1 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro; dit is niveau 1 en kent geen gevangenisstraf. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor vluchtmisdrijf met gewonden op grond van artikel 33, § 2, eerste lid Wegverkeerswet 4.000 tot 50.000 euro, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en verplicht verval van ten minste drie maanden. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor vluchtmisdrijf met dode op grond van artikel 33, § 2, tweede lid Wegverkeerswet 4.000 tot 50.000 euro, met gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar en verplicht verval van ten minste drie maanden.

## Herhaling: wanneer wordt de cumul zwaarder?

Herhaling is een van de belangrijkste redenen waarom een dossier dat op het eerste gezicht “alleen” over alcohol, drugs of een verkeersinbreuk gaat, plots veel zwaarder wordt. Niet elke herhaling werkt hetzelfde. Sommige bepalingen hebben hun eigen regeling in de Wegverkeerswet. Artikel 60 Sw. over herhaling is niet van toepassing op de Wegverkeerswet door artikel 27bis Wegverkeerswet. Daarom moet men altijd nagaan welke specifieke herhalingsbepaling in het verkeersrecht van toepassing is.

Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij herhaling van artikel 34, § 2, artikel 35 of artikel 37bis, § 1 Wegverkeerswet binnen drie jaar op grond van artikel 36, eerste lid Wegverkeerswet 4.000 tot 50.000 euro, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar. Dit is niveau 2. Hier ontstaat dus wél een wettelijke mogelijkheid tot cel, terwijl de basisartikelen alcohol vanaf 0,35 mg/l, dronkenschap en drugs afzonderlijk niveau 1 zijn en geen gevangenisstraf kennen.

Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 kan bij een nieuwe herhaling binnen drie jaar na de tweede veroordeling op grond van artikel 36, tweede lid Wegverkeerswet een straf van niveau 3 worden opgelegd; de geldboete bedraagt dan 8.000 tot 100.000 euro en de gevangenisstraf meer dan drie tot vijf jaar. Die stap is uitzonderlijk zwaar en maakt duidelijk waarom de exacte datum waarop eerdere veroordelingen definitief werden, even belangrijk kan zijn als de datum van de nieuwe feiten.

Herhaling speelt ook bij overtredingen van artikel 29. Bij herhaling binnen drie jaar van een overtreding van artikel 29, § 1 of § 3 Wegverkeerswet wordt de geldboete verdubbeld volgens de regeling die in de Wegverkeerswet zelf is behouden. Dit gaat over de hoogte van de geldboete, niet automatisch over cel. Daarnaast bestaat artikel 38, § 6 Wegverkeerswet, dat bij herhaling binnen drie jaar van een limitatieve lijst van misdrijven een verplicht verval van minstens drie maanden met de vier examens en onderzoeken oplegt. Dat artikel gaat over het verval en de herstelvoorwaarden, niet over de hoogte van de geldboete.

Voor rijden tijdens verval ligt het nog strenger. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 kan bij herhaling binnen drie jaar van artikel 48 Wegverkeerswet op grond van artikel 48, § 2 Wegverkeerswet een straf van niveau 3 worden opgelegd; de geldboete bedraagt dan 10.000 tot 40.000 euro en de gevangenisstraf meer dan drie tot vijf jaar. Voor feiten vanaf 1 november 2026 moet de rechter bovendien het voertuig verbeurd verklaren wanneer het eigendom is van de bestuurder, tenzij hij uitdrukkelijk motiveert waarom niet.

## Hoe lang kan het verval van het recht tot sturen duren?

Het verval van het recht tot sturen is een rechterlijke straf die losstaat van de geldboete. Een facultatief verval bedraagt op grond van artikel 38, § 1, laatste lid Wegverkeerswet altijd ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar. Er bestaat geen verval van nul dagen. Een ondergrens van één maand geldt niet algemeen, maar wel bij dronkenschap, omdat artikel 35 Wegverkeerswet zelf een verplicht verval van een maand tot vijf jaar of voorgoed bepaalt.

Bij snelheid is de formulering belangrijk. Artikel 29, § 3, derde lid Wegverkeerswet bepaalt dat bij meer dan 40 km/u te snel, of meer dan 30 km/u binnen de bebouwde kom, een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf, het verval wordt opgelegd. Als de rechter het niet uitspreekt, moet hij dat motiveren. Bij meer dan 30 tot en met 40 km/u te snel, of meer dan 20 tot en met 30 km/u binnen die zones, is er een facultatief verval op grond van artikel 38, § 1, 3°bis Wegverkeerswet.

Voor beginnende bestuurders is artikel 38, § 5 Wegverkeerswet bijzonder belangrijk. Wanneer de rechter veroordeelt wegens een overtreding met een motorvoertuig die tot een verval kan leiden en de bestuurder sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B, moet de rechter het verval uitspreken en minstens een theoretisch of praktisch examen opleggen. Overtredingen van de tweede graad vallen hierbuiten. Bij snelheid speelt deze regel pas wanneer de overschrijding groot genoeg is om een verval mogelijk te maken.

De rechter kan herstelvoorwaarden opleggen op grond van artikel 38, § 3 Wegverkeerswet. Die wet kent vijf mogelijke herstelvoorwaarden: een theoretisch examen, een praktisch examen, een geneeskundig onderzoek, een psychologisch onderzoek en een specifieke opleiding bepaald door de Koning. De vier examens en onderzoeken zijn van rechtswege verplicht bij artikel 38, § 6 Wegverkeerswet en bij samenloop met artikel 107, 107/1 of 218 Sw. Buiten die gevallen kan de rechter ze opleggen, maar zijn ze niet automatisch verplicht bij een eerste veroordeling.

## Weekendrijverbod, werk en praktische gevolgen

Een rijverbod treft vaak meer dan alleen de verplaatsing naar het werk. Ouders moeten kinderen naar school brengen, zelfstandigen moeten klanten bezoeken, werknemers rijden met een dienstvoertuig en sommige bestuurders wonen op plaatsen waar openbaar vervoer geen realistisch alternatief is. De rechter kan met die omstandigheden rekening houden bij de strafmaat, maar de wet bevat geen algemeen recht om toch te mogen rijden voor werk.

Artikel 38, § 2bis Wegverkeerswet laat toe dat het effectieve verval wordt beperkt tot vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en tot feestdagen. Dat wordt in de praktijk vaak een weekendrijverbod genoemd. Die mogelijkheid is echter uitgesloten wanneer de rechter een alcoholslot oplegt of het herstel afhankelijk maakt van examens, onderzoeken of een opleiding. Een weekendregeling kan dus niet worden gecombineerd met herstelvoorwaarden.

Wie een beroepsmatige nood aan mobiliteit heeft, moet dat concreet onderbouwen. Een algemene verklaring dat men “de wagen nodig heeft” volstaat meestal niet om juridisch overtuigend te zijn. Relevante stukken kunnen arbeidsovereenkomsten, werkroosters, zelfstandige opdrachten, attestering van verplaatsingen of medische en familiale omstandigheden zijn. De rechter beoordeelt vervolgens of die elementen de duur, modaliteiten of herstelvoorwaarden van het verval kunnen beïnvloeden.

Toch zijn er grenzen. Bij vierdegraadsovertredingen is een verval van ten minste acht dagen verplicht. Bij dronkenschap is het verval verplicht voor minstens één maand. Bij rijden na onmiddellijke intrekking of rijden tijdens verval gelden zware verplichte vervallen. Praktische hinder kan de rechter helpen om proportioneel te straffen, maar maakt een wettelijk verplicht verval niet onmogelijk.

## Alcohol, drugs en het alcoholslot

Alcohol en drugs leveren vaak dossiers op waarin een bestuurder geconfronteerd wordt met een onmiddellijke maatregel, een latere dagvaarding en mogelijk ook een rechterlijke sanctie. Sinds 1 juli 2026 geldt bij alcohol een uniform rijverbod ter plaatse van twaalf uur vanaf de vaststelling in de gevallen van artikel 60 Wegverkeerswet. Dat geldt bij een ademanalyse van ten minste 0,22 mg/l, bij een onmogelijke ademanalyse terwijl de ademtest ten minste 0,35 mg/l aangeeft, en bij weigering van ademtest of ademanalyse. Voor bestuurders van de categorieën bedoeld in artikel 34, § 3 Wegverkeerswet geldt de lagere drempel vanaf 0,09 mg/l.

Bij drugs geldt een afzonderlijk twaalfuursverbod op grond van artikel 61ter, § 1 Wegverkeerswet na een positieve speekseltest of bij weigering. Daarna volgt een speekselanalyse. Een bloedproef volgt enkel wanneer een speekselanalyse niet kan gebeuren of wanneer de wettelijke voorwaarden daarvoor vervuld zijn. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor artikel 37bis, § 1 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro; er is geen gevangenisstraf op dit basisartikel en drugs kennen geen onmiddellijke inning. Bij artikel 37bis, § 1, 1° of 5° moet de bestuurder 1.386 euro in consignatie geven; bij niet-betaling kan het voertuig worden ingehouden.

Het alcoholslot vormt een aparte sanctie. Bij artikel 34, § 2 Wegverkeerswet is het alcoholslot verplicht vanaf 0,78 mg/l uitgeademde alveolaire lucht of 1,8 g/l bloed, tenzij de rechter motiveert waarom hij het niet oplegt. Voor dronkenschap op grond van artikel 35 Wegverkeerswet kan de rechter een alcoholslot opleggen voor één tot drie jaar of levenslang. Ook bij herhaling via artikel 36 Wegverkeerswet is het alcoholslot in beginsel een mogelijkheid, maar er is een belangrijke uitzondering: wanneer de herhaling bestaat uit feiten van artikel 34, § 2 Wegverkeerswet en de bestuurder telkens minstens 0,50 mg/l uitgeademde alveolaire lucht of 1,2 g/l bloed had, moet het alcoholslot worden opgelegd.

De officiële wetteksten kunnen worden geraadpleegd via de Wegcode en de Wegverkeerswet op wegcode.be (https://www.wegcode.be/). In concrete alcohol- en drugdossiers is het belangrijk om niet alleen naar het meetresultaat te kijken, maar ook naar het proces-verbaal, de gebruikte test, de juiste volgorde van test en analyse, de kennisgevingen en de vraag of een onmiddellijke intrekking correct werd bevolen.

## Onmiddellijke intrekking en rijverbod ter plaatse zijn niet hetzelfde

Een rijverbod ter plaatse en een onmiddellijke intrekking worden vaak door elkaar gehaald, maar juridisch zijn het verschillende maatregelen. Het rijverbod ter plaatse bij alcohol of drugs duurt in beginsel twaalf uur. Het is een onmiddellijke veiligheidsmaatregel die verhindert dat de bestuurder kort na de vaststelling opnieuw rijdt. Voor alcohol moet vóór het opnieuw rijden een nieuwe ademtest of ademanalyse volgen; voor drugs volgt vóór het opnieuw rijden een nieuwe speekseltest.

De onmiddellijke intrekking van het rijbewijs is zwaarder. Zij wordt in beginsel bevolen door de procureur des Konings, of door de procureur-generaal wanneer de feiten tot het hof van beroep behoren. In bepaalde gevallen kan de officier van gerechtelijke politie de intrekking bevelen, onder meer bij alcohol, drugs en snelheden boven de wettelijke drempels. Bij alcohol is de intrekking al mogelijk vanaf de gevallen van artikel 60, §§ 3 en 4 Wegverkeerswet, dus niet pas vanaf 0,35 mg/l.

Artikel 56 Wegverkeerswet bepaalt dat het rijbewijs na vijftien dagen wordt teruggegeven, tenzij de politierechtbank de intrekking heeft verlengd. Een verlenging met ten hoogste drie maanden gebeurt niet door het parket zelf: de procureur vordert een beschikking voor de politierechtbank, die binnen vijftien dagen in openbare terechtzitting uitspraak doet op grond van artikel 55bis Wegverkeerswet. Dat onderscheid is belangrijk voor de verdediging, omdat een onmiddellijke intrekking later niet automatisch gelijkstaat aan het definitieve verval dat de rechter kan opleggen.

Wie tijdens een onmiddellijke intrekking rijdt, maakt het dossier veel zwaarder. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete voor rijden na onmiddellijke intrekking op grond van artikel 30, § 3 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en verplicht verval van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of levenslang. Dat is dus geen administratief detail, maar een niveau 2-verkeersmisdrijf.

## Cumul bij verkeersongevallen met letsel of overlijden

Wanneer een verkeersfeit leidt tot letsel of overlijden, kan naast de Wegverkeerswet ook het nieuwe Strafwetboek in beeld komen. Doding in het verkeer wordt sinds 1 september 2026 geregeld door artikel 107 Sw. en draagt niveau 3. Integriteitsaantasting in het verkeer wordt geregeld door artikel 218 Sw. en draagt niveau 2. Beide bepalingen vereisen een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid en gelden bij het deelnemen aan het verkeer, niet enkel bij een klassiek ongeval.

Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij doding in het verkeer op grond van artikel 107 Sw. 250 tot 12.500 euro. Bij integriteitsaantasting in het verkeer op grond van artikel 218 Sw. bedraagt de geldboete voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 250 tot 6.250 euro. Die geldboete kan zowel hoofdstraf als bijkomende straf zijn. Bij samenloop met artikel 107, 107/1 of 218 Sw. gelden bovendien bijzondere regels voor het verval en de herstelonderzoeken.

Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij verzwaarde doding in het verkeer op grond van artikel 107/1 Sw. 250 tot 20.000 euro, met niveau 4 en gevangenisstraf van meer dan vijf tot tien jaar. Artikel 107/1 Sw. is een zelfstandige strafbaarstelling. Een bestuurder die iemand doodt terwijl hij bijvoorbeeld een mobiel elektronisch apparaat met een scherm vasthoudt of manipuleert, door rood licht rijdt, meer dan 40 km/u te snel rijdt, een vierdegraadsovertreding begaat, zonder vereist rijbewijs rijdt, in staat van dronkenschap of een soortgelijke staat rijdt, of zonder opgelegd alcoholslot rijdt, valt onder die verzwaarde bepaling.

Bij letsel werkt het anders. Artikel 218/1 Sw. draagt het opschrift “Verzwarende factoren” en is geen zelfstandig misdrijf. Het weegt binnen artikel 218 Sw. bij de keuze en zwaarte van de straf. Voor verkeersongevallen van vóór 1 september 2026 gelden nog de oude bepalingen: onopzettelijke doding door een verkeersongeval viel onder artikel 419, tweede lid oud Sw., en onopzettelijke slagen of verwondingen door een verkeersongeval onder artikel 420, tweede lid oud Sw. In dossiers met oudere feiten moet die overgang zorgvuldig worden onderzocht.

## Procedure, proces-verbaal, betaling en beroep

Na een vaststelling volgt meestal een proces-verbaal. Sinds 1 juli 2026 wordt het afschrift aan de geïdentificeerde overtreder, de houder van de kentekenplaat of de gebruikelijke bestuurder gezonden binnen dertig dagen, te rekenen van de datum van de misdrijven. Wanneer identiteit of adres niet meteen kunnen worden vastgesteld, begint die termijn pas te lopen zodra dat wel kan. Voor Vlaamse gewestelijke regels geldt een termijn van veertien dagen, te rekenen van de datum van vaststelling. Een advocaat gaat na of het afschrift tijdig werd verzonden.

Niet elk dossier gaat onmiddellijk naar de rechter. De onmiddellijke inning komt van de politie op grond van artikel 65 Wegverkeerswet. Dat is geen geldboete en er komt geen bijkomende berekening op. Voor feiten vanaf 1 juli 2026 bedraagt de onmiddellijke inning bijvoorbeeld 64 euro voor eerste graad en overige overtredingen, 128 euro voor tweede graad, 191 euro voor derde graad en 520 euro voor vierde graad, al is inning bij vierde graad meestal uitgesloten. Bij een onmiddellijke inning hoort ook de administratieve toeslag van artikel 65, § 1 Wegverkeerswet; het tarief 2026 bedraagt 10,67 euro.

Bij snelheid bedraagt de onmiddellijke inning voor feiten vanaf 1 juli 2026 58 euro voor de eerste 10 km/u boven de limiet, met daarna 12 euro per bijkomende km/u binnen de bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf en erf, en 7 euro per bijkomende km/u elders. Betaling per overschrijving moet gebeuren binnen tien dagen vanaf de afgifte of verzending van het verklarend document. Een minnelijke schikking komt daarentegen van het parket op grond van artikel 216bis Sv.; zij is geen erkenning van schuld en geen veroordeling, al heeft de betaling tegenover een eventueel slachtoffer een bijzonder wettelijk gevolg.

Wanneer een bevel tot betalen wordt uitgevaardigd in verkeerszaken, geldt betaling binnen dertig dagen na ontvangst. Beroep bij de politierechtbank moet binnen dertig dagen bij verzoekschrift worden ingesteld. Verzet tegen een verstekvonnis moet binnen vijftien dagen. Hoger beroep moet binnen dertig dagen; het openbaar ministerie krijgt tien bijkomende dagen wanneer de beklaagde of de burgerrechtelijk aansprakelijke partij eerst zelf beroep instelde. Aan een rechterlijke veroordeling hangen naast de straf ook gerechtskosten, de bijdrage van 250 euro aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers en de administratieve toeslag van artikel 162ter Sv.; het tarief 2026 bedraagt 30,56 euro.

## Verdediging: wat kan een advocaat concreet onderzoeken?

De verdediging begint niet bij een pleidooi over persoonlijke omstandigheden, maar bij de juridische kwalificatie. Gaat het om artikel 29 Wegverkeerswet, artikel 34, § 2 Wegverkeerswet, artikel 35 Wegverkeerswet, artikel 37bis, § 1 Wegverkeerswet, artikel 30 Wegverkeerswet of artikel 48 Wegverkeerswet? Die kwalificatie bepaalt of gevangenisstraf wettelijk uitgesloten is, mogelijk is of zelfs in een hoger strafniveau valt. Daarna volgt de vraag of het verval verplicht, facultatief of modaliseerbaar is.

Ook de bewijsvoering verdient aandacht. Bij drugs is een haar- of urineanalyse geen wettelijk bewijsmiddel voor artikel 37bis, § 1 Wegverkeerswet. Bij alcohol moet worden nagegaan welke test of analyse werd afgenomen en of de juiste drempels werden toegepast. Bij dronkenschap gaat het om een door de politie vastgestelde toestand, niet om een automatisch gevolg van een hoge ademanalyse. Bij snelheid moeten de vaststelling, de gebruikte apparatuur en de processtukken zorgvuldig worden nagekeken. De meettolerantie bij meettoestellen gaat over de toegelaten afwijking van het toestel zelf; zij wijzigt de maximumsnelheid van het verkeersbord of de Wegcode niet.

Persoonlijke omstandigheden blijven belangrijk voor de strafmaat. De rechter kan rekening houden met beroepsmobiliteit, familiale lasten, medische omstandigheden, eerdere veroordelingen, herstel van schade, houding na de feiten en de concrete verkeersgevaarlijkheid. Dat betekent niet dat een resultaat kan worden beloofd. Het betekent wel dat een dossier beter wordt verdedigd wanneer de rechter correcte stukken krijgt en wanneer de gevraagde modaliteiten juridisch mogelijk zijn.

Wie wil inschatten welke geldboete of procedurestap mogelijk speelt, kan starten met Bereken uw boete (https://www.beboet.be/bereken-boete). Voor algemene uitleg over het verval van het recht tot sturen vindt u meer informatie via Meer over Rijverbod (https://www.beboet.be/rijverbod). Onze advocaten, onder meer via het kantoor in Tongeren, bekijken vervolgens of en hoe zij u kunnen bijstaan in het concrete dossier, rekening houdend met de dagvaarding, het proces-verbaal en de datum van de feiten.

## Kosten van verdediging en rechtsbijstandsverzekering

Een verkeersprocedure brengt kosten mee, maar veel bestuurders vergeten dat zij mogelijk al verzekerd zijn voor juridische bijstand. De rechtsbijstandsverzekering in verkeerszaken betaalt meestal het ereloon van de advocaat. Die waarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of in de familiale polis. Bij een procedure kiest de cliënt zelf zijn advocaat op grond van artikel 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. De tussenkomst hangt wel af van de polisvoorwaarden, de waarborggrenzen en eventuele uitsluitingen.

Het is daarom nuttig om uw polis of verzekeringsattest tijdig te controleren. De rechtsbijstandsverzekeraar mag niet zomaar opleggen welke advocaat uw dossier behandelt zodra er een gerechtelijke procedure loopt. De vrije keuze is een wettelijk recht. Dat betekent niet dat elk dossier zonder kost voor de cliënt verloopt, maar wel dat de verzekering vaak een belangrijk deel van de verdediging kan financieren binnen de contractuele voorwaarden.

Wie niet over een rechtsbijstandsverzekering beschikt, kan in bepaalde gevallen nagaan of hij in aanmerking komt voor juridische tweedelijnsbijstand. Informatie daarover vindt u via Gratis advocaat (https://www.beboet.be/gratis-bijstand). Dat is een wettelijk systeem met voorwaarden, geen belofte dat elk verkeersdossier zonder kosten wordt behandeld. Een correcte inschatting van de financiering voorkomt dat iemand uit vrees voor kosten geen verweer voert terwijl er juridisch wel belangrijke punten te onderzoeken zijn.

Ook voor verzekerde bestuurders blijft communicatie belangrijk. Bezorg de dagvaarding, het proces-verbaal, eerdere vonnissen, bewijs van betaling of consignatie, verzekeringsgegevens en alle documenten over werk of gezin zo volledig mogelijk. De advocaat kan dan nagaan welke sancties wettelijk mogelijk zijn, of de juiste datumregeling werd toegepast, of de kwalificatie klopt en of een beperking van het verval of een andere straf juridisch verdedigbaar is.

## Lees ook

- [Alcoholrecidive en verlenging rijverbod](/blog/alcoholrecidive-verlenging-rijverbod-gevolgen)
- [Rijverbod: hoger beroep procedure](/blog/rijverbod-hoger-beroep-procedure)
- [Mildste strafwet bij feiten van vóór 1 september 2026](/blog/mildste-strafwet-feiten-voor-1-september-2026)

## Conclusie: laat de cumul juridisch juist ontleden

Een veroordeling in verkeerszaken kan uit meerdere lagen bestaan: een geldboete, een verval van het recht tot sturen, herstelvoorwaarden, een alcoholslot, gerechtskosten, een bijdrage aan het Slachtofferfonds en in niveau 2 of hoger ook een gevangenisstraf. Maar die cumul is nooit willekeurig. Zij hangt af van het exacte artikel, het strafniveau, de datum van de feiten, eerdere veroordelingen en de vraag of het verval wettelijk verplicht of facultatief is.

Het belangrijkste onderscheid blijft dat niveau 1 geen gevangenisstraf kent. Artikel 29 Wegverkeerswet, vluchtmisdrijf zonder letsel op grond van artikel 33, § 1 Wegverkeerswet, alcohol op grond van artikel 34 Wegverkeerswet, dronkenschap op grond van artikel 35 Wegverkeerswet en drugs op grond van artikel 37bis, § 1 Wegverkeerswet mogen niet automatisch worden voorgesteld alsof er cel op staat. Cel komt pas in beeld bij onder meer rijden zonder rijbewijs, rijden na onmiddellijke intrekking, rijden tijdens verval, bepaalde gevallen van vluchtmisdrijf met slachtoffers, herhaling van alcohol, dronkenschap of drugs via artikel 36 Wegverkeerswet, en ernstige verkeersfeiten onder het nieuwe Strafwetboek.

Wie wordt gedagvaard, wacht best niet tot de zitting om het dossier te begrijpen. Controleer de datum van de feiten, de juiste kwalificatie, de boetevork, het strafniveau, eventuele eerdere veroordelingen, de bewijsmiddelen, de herstelvoorwaarden en de mogelijkheid van een weekendregeling. Een advocaat kan nagaan of de cumul wettelijk klopt, of de geldboete correct in de tijd werd geplaatst en of er argumenten zijn om het verval, de modaliteiten of de strafmaat te beperken.

Neem daarom contact op om te bespreken of en hoe wij u kunnen bijstaan. Bezorg daarbij meteen de dagvaarding, het proces-verbaal, uw rijbewijsgegevens, eventuele eerdere vonnissen en uw verzekeringspolis rechtsbijstand. Zo kan het dossier gericht worden nagekeken en kan de verdediging zich concentreren op wat juridisch beslissend is: de juiste wet, de juiste datum en een proportionele straf.

## Veelgestelde vragen

### Kan de politierechter tegelijk een geldboete en een rijverbod opleggen?

### Betekent een rijverbod automatisch dat ik ook een gevangenisstraf riskeer?

### Wanneer kan alcohol toch tot gevangenisstraf leiden?

### Is dronkenschap hetzelfde als een hoge alcoholmeting?

### Kan ik een weekendrijverbod vragen om te blijven werken?

### Wat riskeer ik als ik rijd tijdens een eerder rijverbod?

### Is een onmiddellijke intrekking hetzelfde als een rechterlijk rijverbod?

### Moet ik altijd examens afleggen na een rijverbod?

### Betaalt mijn rechtsbijstandsverzekering een advocaat in verkeerszaken?

### Waarom is de datum van de feiten zo belangrijk voor de geldboete?

## Uw autoverzekering betaalt meestal uw advocaat

- De rechtsbijstandswaarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of de familiale polis, vaak zonder dat zij het beseffen.
- Anders dan in de meeste andere rechtstakken is dat in verkeerszaken eerder regel dan uitzondering.
- Loopt er een procedure, dan kiest u zélf uw advocaat: uw verzekeraar mag u er geen opleggen (art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen).
- Wij dienen de aanvraag in bij uw verzekeraar en rekenen rechtstreeks met hem af. Komt uw polis tussen, dan betaalt u zelf niets.

Of uw polis tussenkomt, hangt af van uw voorwaarden — denk aan een waarborgplafond, een wachttijd of een uitsluiting. Wij kijken uw polis gratis na en zeggen u eerlijk waar u aan toe bent vóór er iets opstart.

Laat uw polis nakijken (https://www.beboet.be/gratis-bijstand)

### Hulp nodig?

Bij verkeerszaken betaalt de rechtsbijstand in uw autoverzekering meestal het ereloon van uw advocaat — en u kiest zelf wie u verdedigt.

### Wettelijke bronnen

- Wegverkeerswet — wegcode.be: https://wegcode.be/
- Wegcode (KB 1 december 1975): https://wegcode.be/wetteksten/secties/kb/wegcode

Lees onze volledige gids over rijverbod (https://www.beboet.be/rijverbod)

## Gerelateerde artikelen

Rijverbod

### Rijverbod bij voorlopig rijbewijs

9 okt 2026 · 26 min
https://www.beboet.be/blog/rijverbod-voorlopig-rijbewijs-streng

Rijverbod

### Rijverbod Werk: Beperkte Uitzonderingen in België

20 sep 2026 · 24 min
https://www.beboet.be/blog/rijverbod-werk-uitzonderingen

Rijverbod

### Rijverbod opheffen door medische evolutie: uw rechten

18 sep 2026 · 23 min
https://www.beboet.be/blog/rijverbod-opheffen-medische-evolutie

## Andere overtredingen

Snelheidsovertreding: https://www.beboet.be/snelheidovertreding

Alcohol: https://www.beboet.be/alcohol

Dronkenschap: https://www.beboet.be/dronkenschap

Drugs in het verkeer: https://www.beboet.be/drugs-in-het-verkeer

Vluchtmisdrijf: https://www.beboet.be/vluchtmisdrijf-straf

Herhaling: https://www.beboet.be/herhaling

GSM achter het stuur: https://www.beboet.be/gsm-achter-het-stuur

Art. 42 Rijongeschiktheid: https://www.beboet.be/rijongeschiktheid-art-42

Ongeval: https://www.beboet.be/ongeval

Overige inbreuken: https://www.beboet.be/verzekering-keuring-en-overige-inbreuken

Gedagvaard: https://www.beboet.be/gedagvaard

Rijverbod: https://www.beboet.be/rijverbod

Verkeersboete betalen: https://www.beboet.be/verkeersboete-betalen

## Structured data

```json
[
  {
    "@context": "https://schema.org",
    "@type": "Article",
    "headline": "Rijverbod cumul met geldboete en cel",
    "description": "Wat de wet sinds 1 september 2026 bepaalt over rijverbod cumul met geldboete en cel, en wat u kunt doen. Met de straffen, de procedure en uw rechten.",
    "author": {
      "@type": "Person",
      "name": "Mr. Chanel Ribas Colomar",
      "url": "https://www.beboet.be/over-ons",
      "jobTitle": "Advocaat verkeersrecht",
      "worksFor": {
        "@type": "LegalService",
        "name": "Beboet.be",
        "url": "https://www.beboet.be"
      }
    },
    "datePublished": "2026-10-28T06:02:34.233+00:00",
    "dateModified": "2026-10-28T06:02:34.470701+00:00",
    "publisher": {
      "@type": "Organization",
      "name": "Beboet.be"
    },
    "url": "https://www.beboet.be/blog/rijverbod-geldboete-cel-cumul",
    "mainEntityOfPage": "https://www.beboet.be/blog/rijverbod-geldboete-cel-cumul"
  },
  {
    "@context": "https://schema.org",
    "@type": "FAQPage",
    "mainEntity": [
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Kan de politierechter tegelijk een geldboete en een rijverbod opleggen?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Ja. Een geldboete en een verval van het recht tot sturen kunnen naast elkaar worden opgelegd wanneer de Wegverkeerswet dat toelaat of verplicht maakt. De rechter moet wel vertrekken van het juiste artikel, het strafniveau en de datum van de feiten. Een verplicht verval geldt bijvoorbeeld bij vierdegraadsovertredingen, dronkenschap en bepaalde zware snelheidsoverschrijdingen."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Betekent een rijverbod automatisch dat ik ook een gevangenisstraf riskeer?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Nee. Bij niveau 1 is gevangenisstraf wettelijk uitgesloten. Veel verkeersfeiten, zoals artikel 29 Wegverkeerswet, artikel 34 Wegverkeerswet, artikel 35 Wegverkeerswet en artikel 37bis, § 1 Wegverkeerswet, dragen niveau 1. Cel komt pas in beeld bij niveau 2 of hoger, bijvoorbeeld bij rijden zonder rijbewijs of rijden tijdens verval."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Wanneer kan alcohol toch tot gevangenisstraf leiden?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Het basisartikel voor alcohol vanaf 0,35 mg/l, artikel 34, § 2 Wegverkeerswet, kent geen gevangenisstraf. Gevangenisstraf kan wel in beeld komen bij herhaling binnen drie jaar van artikel 34, § 2, artikel 35 of artikel 37bis, § 1 Wegverkeerswet. Artikel 36 Wegverkeerswet draagt dan niveau 2, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Is dronkenschap hetzelfde als een hoge alcoholmeting?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Nee. Dronkenschap op grond van artikel 35 Wegverkeerswet is een door de politie vastgestelde toestand en volgt niet automatisch uit een ademanalyse. Een hoge meting valt onder artikel 34, § 2 Wegverkeerswet. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 is de geldboete bij beide 2.000 tot 20.000 euro, maar bij dronkenschap is het verval verplicht."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Kan ik een weekendrijverbod vragen om te blijven werken?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Een weekendrijverbod is mogelijk op grond van artikel 38, § 2bis Wegverkeerswet, maar niet altijd. Het effectief verval kan worden beperkt tot vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en tot feestdagen. Die regeling is uitgesloten wanneer de rechter een alcoholslot oplegt of herstelvoorwaarden zoals examens, onderzoeken of een opleiding oplegt."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Wat riskeer ik als ik rijd tijdens een eerder rijverbod?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Rijden tijdens verval is bijzonder zwaar. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete op grond van artikel 48, § 1 Wegverkeerswet 5.000 tot 20.000 euro, met gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een verplicht nieuw verval van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Is een onmiddellijke intrekking hetzelfde als een rechterlijk rijverbod?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Nee. Een onmiddellijke intrekking is een tijdelijke maatregel vóór de definitieve uitspraak. Het rijbewijs wordt in beginsel na vijftien dagen teruggegeven, tenzij de politierechtbank de intrekking verlengt. Een rechterlijk verval wordt pas uitgesproken in het vonnis en kan gepaard gaan met examens, onderzoeken of andere voorwaarden."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Moet ik altijd examens afleggen na een rijverbod?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Niet altijd. De rechter kan herstelvoorwaarden opleggen, maar de vier examens en onderzoeken zijn slechts van rechtswege verplicht in specifieke gevallen, zoals artikel 38, § 6 Wegverkeerswet of samenloop met artikel 107, 107/1 of 218 Sw. Buiten die situaties beoordeelt de rechter of herstelvoorwaarden nodig zijn."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Betaalt mijn rechtsbijstandsverzekering een advocaat in verkeerszaken?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Vaak wel. De rechtsbijstandsverzekering in verkeerszaken betaalt meestal het ereloon van de advocaat, en die waarborg zit bij veel bestuurders in de BA-autoverzekering of familiale polis. Bij een procedure kiest u zelf uw advocaat op grond van artikel 156 Verzekeringswet. De tussenkomst blijft afhankelijk van de polisvoorwaarden."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Waarom is de datum van de feiten zo belangrijk voor de geldboete?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "De geldboete hangt af van de datum waarop de feiten zijn gepleegd, niet van de datum van de dagvaarding of zitting. Sinds 1 september 2026 gelden nieuwe effectieve bedragen en strafniveaus. Voor oudere feiten moet worden nagegaan welke regeling van toepassing is en of de mildste strafwet voor de beklaagde gunstiger is."
        }
      }
    ]
  },
  {
    "@context": "https://schema.org",
    "@type": "BreadcrumbList",
    "itemListElement": [
      {
        "@type": "ListItem",
        "position": 1,
        "name": "Home",
        "item": "https://www.beboet.be/"
      },
      {
        "@type": "ListItem",
        "position": 2,
        "name": "Blog",
        "item": "https://www.beboet.be/blog"
      },
      {
        "@type": "ListItem",
        "position": 3,
        "name": "Rijverbod cumul met geldboete en cel",
        "item": "https://www.beboet.be/blog/rijverbod-geldboete-cel-cumul"
      }
    ]
  }
]
```