---
title: "Herhaling alcohol 2026 verzwaarde straffen | Beboet.be"
url: https://www.beboet.be/blog/herhaling-alcohol-verzwaarde-straffen-2026
description: "Herhaling alcohol 2026: art. 36 geeft bij recidive binnen drie jaar 4.000 tot 50.000 euro en niveau 2."
lang: nl-BE
---

Ga naar hoofdinhoud

Terug naar Blog (https://www.beboet.be/blog)

🔄 Herhaling

# Herhaling alcohol 2026 verzwaarde straffen

Laatst bijgewerkt op: 2026-10-12T06:39:21.753067+00:00

Mr. Chanel Ribas Colomar 8 oktober 2026 24 min leestijd 0 weergaven

WhatsApp: https://wa.me/?text=Herhaling%20alcohol%202026%20verzwaarde%20straffen%20https%3A%2F%2Fwww.beboet.be%2Fblog%2Fherhaling-alcohol-verzwaarde-straffen-2026
Facebook: https://www.facebook.com/sharer/sharer.php?u=https%3A%2F%2Fwww.beboet.be%2Fblog%2Fherhaling-alcohol-verzwaarde-straffen-2026
LinkedIn: https://www.linkedin.com/sharing/share-offsite/?url=https%3A%2F%2Fwww.beboet.be%2Fblog%2Fherhaling-alcohol-verzwaarde-straffen-2026
X: https://twitter.com/intent/tweet?url=https%3A%2F%2Fwww.beboet.be%2Fblog%2Fherhaling-alcohol-verzwaarde-straffen-2026&text=Herhaling%20alcohol%202026%20verzwaarde%20straffen

Image: Herhaling alcohol 2026 verzwaarde straffen (https://images.unsplash.com/photo-1589829545856-d10d557cf95f?w=1200&h=600&fit=crop&q=80)

Google

4.9/5 (175)
https://www.google.com/search?q=beboet+reviews

Trustlocal

9.7/10 (178)
https://www.trustlocal.be/

353+ tevreden klanten

Wie in 2026 opnieuw voor alcohol in het verkeer wordt gedagvaard, merkt vaak pas bij de oproeping voor de politierechtbank hoe zwaar het dossier kan worden. Een tweede alcoholfeit is niet zomaar “nog eens dezelfde boete”: bij bepaalde alcoholmisdrijven kan de zaak onder de herhalingsregeling van art. 36 Wegverkeerswet vallen, met een veel hogere geldboete, een ander strafniveau, een mogelijke gevangenisstraf en belangrijke gevolgen voor het rijbewijs. Dit artikel legt uit wanneer de strengere regels gelden, welke bedragen de politierechter kan opleggen en waarom de datum van de feiten doorslaggevend blijft.

## Wat betekent herhaling bij alcohol in 2026?

Herhaling in verkeerszaken betekent niet automatisch dat elke eerdere verkeersboete meetelt. De politierechter kijkt naar de concrete wettelijke herhalingsbepaling, de datum van de eerdere uitspraak, de vraag of dat vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en de nieuwe feiten waarvoor u nu verschijnt. Voor alcohol gaat het vooral om art. 34, § 2 Wegverkeerswet, art. 35 Wegverkeerswet en, in de bredere regeling van art. 36 Wegverkeerswet, ook art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet wanneer alcohol en drugs in verschillende dossiers voorkomen.

De kern is dat art. 36 Wegverkeerswet een eigen regeling bevat voor herhaling van onder meer rijden met een alcoholconcentratie vanaf 0,35 mg/l uitgeademde alveolaire lucht, weigering van een ademtest of ademanalyse, dronkenschap en bepaalde drugsmisdrijven. Die regeling is bijzonder omdat de eerste alcohol- en drugsmisdrijven in principe op niveau 1 zitten, maar de herhaling van art. 34, § 2, art. 35 of art. 37bis, § 1 binnen drie jaar wél niveau 2 wordt. Daardoor komt bij herhaling een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar in beeld, terwijl die niet bestaat bij de eerste feiten van art. 34, § 2 of art. 35 zelf.

De uitdrukking “Herhaling alcohol 2026 verzwaarde straffen” verwijst dus vooral naar die sprong: van een eerste alcoholfeit met geldboete en eventueel of verplicht verval, naar een herhalingsdossier met een veel zwaarder wettelijk kader. Het is belangrijk om die woorden niet te verwarren met een gewone strengere beoordeling door de rechter. Een rechter kan bij een nieuwe fout strenger zijn omdat er een verleden bestaat, maar art. 36 Wegverkeerswet legt een specifieke wettelijke strafvork op wanneer de voorwaarden vervuld zijn.

Een voorbeeld maakt dit concreet. Bestuurder A wordt in 2024 veroordeeld voor rijden met minstens 0,35 mg/l uitgeademde alveolaire lucht. In oktober 2026 wordt hij opnieuw gecontroleerd en blaast hij opnieuw minstens 0,35 mg/l. Dan moet worden onderzocht of de nieuwe feiten binnen drie jaar vallen, te rekenen volgens de toepasselijke herhalingsregeling, en of de eerdere veroordeling definitief is. Als dat zo is, kan de zaak onder art. 36 Wegverkeerswet vallen. De advocaat zal daarom niet enkel de alcoholmeting bekijken, maar ook het vroegere vonnis, de datum van uitspraak en de definitieve toestand van die uitspraak.

## Welke alcoholfeiten tellen mee voor art. 36 Wegverkeerswet?

Niet elk alcoholfeit valt onder dezelfde categorie. Art. 34, § 1 Wegverkeerswet bestraft alcohol vanaf 0,22 tot 0,35 mg/l uitgeademde alveolaire lucht. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 34, § 1 Wegverkeerswet 250 tot 5.000 euro. Er is geen verplicht verval en er staat geen gevangenisstraf op dit niveau 1-misdrijf. Dat onderscheid is essentieel, want deze lagere alcoholcategorie heeft niet dezelfde plaats in de zware herhalingsregeling als art. 34, § 2 Wegverkeerswet.

Art. 34, § 2 Wegverkeerswet gaat over alcohol vanaf 0,35 mg/l uitgeademde alveolaire lucht of over weigering. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro. Het verval van het recht tot sturen is mogelijk, maar niet verplicht op basis van dit artikel alleen, en er staat geen gevangenisstraf op de eerste inbreuk van art. 34, § 2 Wegverkeerswet. De situatie verandert zodra een nieuwe veroordeling binnen de wettelijke herhalingstermijn onder art. 36 Wegverkeerswet valt.

Art. 35 Wegverkeerswet betreft dronkenschap. Dat is geen cijfer dat automatisch uit een ademanalyse volgt, maar een toestand die door de politie wordt vastgesteld aan de hand van uiterlijke tekenen, gedragingen en omstandigheden. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij dronkenschap 2.000 tot 20.000 euro, met een verplicht verval van het recht tot sturen van een maand tot vijf jaar of voorgoed. Ook hier geldt dat de eerste inbreuk geen gevangenisstraf kent, maar herhaling onder art. 36 Wegverkeerswet wel tot niveau 2 leidt.

Het verschil tussen alcoholintoxicatie en dronkenschap is in de praktijk vaak doorslaggevend. Iemand kan een hoge ademwaarde hebben zonder dat de politie voldoende elementen noteert voor dronkenschap. Omgekeerd kan dronkenschap worden vastgesteld wanneer het rijgedrag, de houding, spraak, evenwicht, geur of andere vaststellingen wijzen op een staat waarin men niet veilig kan deelnemen aan het verkeer. Een verdediging in een herhalingsdossier moet daarom nagaan of het proces-verbaal de juiste kwalificatie draagt en of de vaststellingen voldoende precies zijn.

## De strafvork bij herhaling van alcohol binnen drie jaar

Bij herhaling van art. 34, § 2 Wegverkeerswet, art. 35 Wegverkeerswet of art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet binnen drie jaar bepaalt art. 36, eerste lid Wegverkeerswet een zwaarder kader. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij die herhaling 4.000 tot 50.000 euro en geldt een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar; het gaat om strafniveau 2. Die gevangenisstraf hoort dus niet bij het eerste alcoholfeit zelf, maar bij de herhaling zoals art. 36 Wegverkeerswet die regelt.

Deze strafvork is hoog omdat de wetgever herhaald rijden onder invloed als een bijzonder risico voor de verkeersveiligheid behandelt. De politierechter kijkt daarbij naar de concrete omstandigheden: de gemeten waarde, het tijdsverloop tussen beide feiten, eventuele ongevallen, het rijgedrag, de houding bij controle, de noodzaak van het rijbewijs voor werk of gezin, en eerdere inspanningen zoals behandeling of begeleiding. Toch blijft de wettelijke ondergrens een harde realiteit: de rechter vertrekt niet meer van de gewone eerste-inbreukvork.

Bij een nieuwe herhaling binnen drie jaar na de tweede veroordeling kan een straf van niveau 3 worden opgelegd. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete in dat geval 8.000 tot 100.000 euro en geldt een gevangenisstraf van meer dan drie tot vijf jaar. Het woord “kan” is hier belangrijk: art. 36, tweede lid Wegverkeerswet geeft de rechter die mogelijkheid bij een nieuwe herhaling, maar het dossier moet nog steeds juridisch correct worden opgebouwd en beoordeeld.

In de praktijk is de eerste vraag vaak of het openbaar ministerie de herhaling correct bewijst. De eerdere veroordeling moet worden aangetoond, net als het feit dat zij relevant is voor de nieuwe kwalificatie. De verdediging controleert of de vroegere feiten wel onder de juiste artikelen vielen, of de termijn correct werd berekend en of er geen vergissing zit in de datum van de uitspraak of de datum waarop de beslissing definitief werd. Een fout in die bouwstenen kan een groot verschil maken voor de strafvork.

## Datum van de feiten: waarom 1 september 2026 zo belangrijk is

De bedragen die in dit artikel worden genoemd, gelden telkens voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026. De datum van de feiten is bepalend voor het toepasselijke boetebedrag, niet de datum van de dagvaarding, de zittingsdatum of de datum waarop u het vonnis ontvangt. Dat is vooral belangrijk in 2026, omdat er verschillende periodes naast elkaar bestaan en omdat het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026 in werking is getreden.

Voor feiten van vóór 1 september 2026 moet de rechter de voor de beklaagde gunstigste wet toepassen wanneer de wet intussen is gewijzigd. Dat volgt uit art. 2, derde lid Sw. Voor feiten tot en met 31 januari 2026 en voor feiten van 1 februari tot en met 31 augustus 2026 gelden andere historische berekeningsregels, maar u moet als bestuurder vooral onthouden dat u bedragen niet zelf mag omrekenen. De rechter en de advocaat vertrekken van de juiste periode en van de geldende wettelijke bedragen voor die periode.

Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 34, § 1 Wegverkeerswet 250 tot 5.000 euro, bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, bij art. 35 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro en bij herhaling onder art. 36, eerste lid Wegverkeerswet 4.000 tot 50.000 euro. Die bedragen zijn effectieve bedragen zoals de politierechtbank ze hanteert voor feiten vanaf die datum. Wie een dossier heeft met feiten van vóór 1 september 2026, moet dus afzonderlijk laten nagaan welke wet het gunstigst is.

De officiële wetteksten kunnen worden geraadpleegd via de Wegcode en de Wegverkeerswet op wegcode.be (https://www.wegcode.be/). In een alcoholdossier is dat nuttig, maar niet voldoende: de praktische beoordeling hangt af van het proces-verbaal, de meetprocedure, de termijnen, de eerdere veroordeling en de concrete vordering. Wie alleen naar één artikel kijkt, mist vaak de samenhang tussen de Wegverkeerswet, de Wegcode en het nieuwe Strafwetboek.

## Rijverbod, herstelvoorwaarden en herhaling

Bij alcoholzaken gaat de aandacht vaak naar de geldboete, maar het verval van het recht tot sturen is voor veel bestuurders minstens even ingrijpend. Bij art. 34, § 1 Wegverkeerswet is er geen verplicht verval. Bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet is het verval mogelijk, maar niet verplicht op basis van dat artikel alleen. Bij art. 35 Wegverkeerswet is het verval wél verplicht en bedraagt het een maand tot vijf jaar of voorgoed. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 35 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, naast dat verplichte verval.

Art. 38, § 6 Wegverkeerswet speelt een aparte rol bij herhaling. Bij herhaling binnen drie jaar van onder meer art. 34, § 2 Wegverkeerswet, art. 35 Wegverkeerswet, art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet en andere limitatief opgesomde misdrijven is een verplicht verval van ten minste drie maanden voorzien, samen met de vier examens en onderzoeken. Bij een volgende herhaling gaat het om ten minste zes maanden, daarna ten minste negen maanden. Art. 38, § 6 Wegverkeerswet gaat dus over het rijverbod en de herstelonderzoeken, niet over de hoogte van de geldboete.

De vier examens en onderzoeken bij art. 38, § 6 Wegverkeerswet zijn het theoretisch examen, het praktisch examen, het geneeskundig onderzoek en het psychologisch onderzoek. Art. 38, § 3 Wegverkeerswet kent daarnaast vijf mogelijke herstelvoorwaarden: het theoretisch examen, het praktisch examen, het geneeskundig onderzoek, het psychologisch onderzoek en een specifieke opleiding bepaald door de Koning. Buiten de gevallen waarin de wet ze van rechtswege verplicht, kan de rechter ze opleggen wanneer hij dat passend vindt.

Een weekendrijverbod is niet altijd mogelijk. Art. 38, § 2bis Wegverkeerswet laat toe dat het effectief verval wordt beperkt tot vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en tot feestdagen, maar dat is uitgesloten wanneer de rechter een alcoholslot oplegt of wanneer hij het herstel afhankelijk maakt van examens, onderzoeken of een opleiding. In een herhalingsdossier met verplichte examens en onderzoeken is het dus verkeerd te vertrekken van de gedachte dat het rijverbod eenvoudig tot weekends kan worden beperkt.

## Alcoholslot bij eerste feiten en bij herhaling

Het alcoholslot is een aparte maatregel met eigen voorwaarden. Bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet is het alcoholslot verplicht vanaf 0,78 mg/l uitgeademde alveolaire lucht of 1,8 g/l bloed, tenzij de rechter uitdrukkelijk motiveert waarom hij het niet oplegt. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro; het alcoholslot komt daar als rijbewijsmaatregel bovenop wanneer de wettelijke voorwaarden vervuld zijn.

Voor dronkenschap op grond van art. 35 Wegverkeerswet kan de rechter een alcoholslot opleggen, maar de wet maakt dat niet automatisch verplicht. Ook bij een herhalingsdossier onder art. 36 Wegverkeerswet blijft het uitgangspunt dat de rechter die maatregel kan opleggen voor één tot drie jaar of levenslang. De uitzondering is belangrijk: wanneer de herhaling betrekking heeft op art. 34, § 2 Wegverkeerswet en in beide dossiers telkens ten minste 0,50 mg/l uitgeademde alveolaire lucht of 1,2 g/l bloed werd vastgesteld, moet de rechter het alcoholslot opleggen. Daardoor kan de exacte meetwaarde in het eerdere én het nieuwe dossier beslissend zijn.

De grenswaarden moeten correct worden gelezen. 0,22 mg/l komt overeen met 0,5 g/l, 0,35 mg/l met 0,8 g/l, 0,50 mg/l met 1,2 g/l en 0,78 mg/l met 1,8 g/l. Het is niet veilig om zelf om te rekenen of te werken met afgeronde volksuitdrukkingen. In de rechtszaal tellen de wettelijke grenswaarden, de vermeldingen in het proces-verbaal en de vraag of de procedure voor test en analyse correct werd gevolgd.

Wie een alcoholslot opgelegd krijgt, mag niet zomaar met een voertuig rijden dat niet met dat systeem is uitgerust wanneer het slot voor hem verplicht is. Rijden zonder het opgelegde alcoholslot valt onder art. 37/1, § 4 Wegverkeerswet. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij rijden zonder het opgelegde alcoholslot 5.000 tot 20.000 euro en gaat het om niveau 2. Dat kan dus een nieuw en ernstig dossier veroorzaken bovenop de oorspronkelijke alcoholzaak.

## Controle langs de weg: rijverbod ter plaatse en onmiddellijke intrekking

Sinds 1 juli 2026 geldt bij alcohol een uniforme duur voor het rijverbod ter plaatse. Art. 60 Wegverkeerswet voorziet twaalf uren vanaf de vaststelling bij een ademanalyse van ten minste 0,22 mg/l, bij een onmogelijke ademanalyse wanneer de ademtest ten minste 0,35 mg/l aangeeft, en bij weigering van de ademtest of ademanalyse. Voor de bestuurders die onder art. 34, § 3 Wegverkeerswet vallen, geldt die drempel al vanaf 0,09 mg/l. Dat gaat over een onmiddellijk veiligheidsverbod, niet over het latere verval dat de rechter kan opleggen.

Art. 60, § 4 Wegverkeerswet voorziet dezelfde duur van twaalf uren bij duidelijke tekenen van alcoholopname of bij een toestand van dronkenschap wanneer geen test kan worden afgenomen. Voor de bestuurder opnieuw mag rijden, volgt een nieuwe ademtest of ademanalyse. Bij opnieuw ten minste 0,22 mg/l of bij weigering wordt het verbod met twaalf uren verlengd. Dit mechanisme staat los van de uiteindelijke strafvork, maar de vaststellingen kunnen later wel een belangrijke rol spelen in de bewijsvoering.

Naast het rijverbod ter plaatse kan er een onmiddellijke intrekking van het rijbewijs volgen. In beginsel wordt die bevolen door de procureur des Konings, of door de procureur-generaal wanneer de feiten tot het hof van beroep behoren. In afwijking daarvan kan de officier van gerechtelijke politie optreden bij alcohol in de gevallen van art. 60, § 3 Wegverkeerswet, bij drugs en bij bepaalde zware snelheidsovertredingen. Bij alcohol is onmiddellijke intrekking dus al mogelijk vanaf 0,22 mg/l in de gevallen waarnaar art. 55, § 1, 1° Wegverkeerswet verwijst.

De teruggave gebeurt na vijftien dagen, tenzij de politierechtbank de intrekking verlengt. Die verlenging gebeurt niet door het parket zelf: de procureur vordert een beschikking voor de politierechtbank, die binnen vijftien dagen in openbare terechtzitting uitspraak doet. Voor een bestuurder die zijn rijbewijs nodig heeft voor werk, gezin of medische verplaatsingen, is het dus belangrijk om vanaf het begin te weten welk spoor loopt: het tijdelijke rijverbod ter plaatse, de onmiddellijke intrekking of het latere rechterlijke verval.

## Onmiddellijke inning, minnelijke schikking en dagvaarding

Niet elk alcoholdossier gaat onmiddellijk naar de politierechtbank. Bij bepaalde alcoholwaarden kan een onmiddellijke inning worden voorgesteld. Dat is een vaste som van de politie en geen geldboete van de rechter. Voor feiten vanaf 1 juli 2026 bedraagt de onmiddellijke inning bij art. 34, § 1 Wegverkeerswet 197 euro, bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet 462 euro voor 0,35 tot 0,44 mg/l en 636 euro voor 0,44 tot 0,50 mg/l. Telkens komt bij de onmiddellijke inning de administratieve toeslag van 10,67 euro voor 2026 bovenop.

Voor bepaalde bestuurders of situaties is een onmiddellijke inning uitgesloten. De onmiddellijke inning is onder meer uitgesloten bij een overtreder jonger dan achttien jaar, bij bepaalde zware snelheidsoverschrijdingen, bij een vierdegraadsovertreding en bij een derdegraadsovertreding samen met een andere overtreding. Voor drugs geldt bovendien dat er geen onmiddellijke inning bestaat. Bij art. 37bis, § 1, 1° of 5° Wegverkeerswet gaat het om een consignatie van 1.386 euro; als die niet wordt betaald, kan het voertuig worden ingehouden.

De betalingstermijn voor een onmiddellijke inning met overschrijving bedraagt tien dagen vanaf de afgifte of verzending van het verklarend document. Wordt niet betaald, of vindt het parket een zwaardere reactie nodig, dan kan een minnelijke schikking of een dagvaarding volgen. Een minnelijke schikking komt van het parket, niet van de politie. De betaling ervan is geen erkenning van schuld en geen veroordeling, al geldt zij tegenover een eventueel slachtoffer als onweerlegbaar vermoeden van fout.

Bij een rechterlijke veroordeling komen er naast de straf nog andere bedragen. De bijdrage aan het Fonds voor hulp aan slachtoffers bedraagt sinds 1 september 2026 250 euro. Daarnaast zijn er gerechtskosten en een administratieve toeslag bij een veroordeling; het tarief 2026 bedraagt 30,56 euro. Die bedragen zijn geen onderdeel van de geldboetevork, maar ze maken wel dat de totale financiële impact van een alcoholdossier hoger ligt dan enkel de uitgesproken geldboete.

## Bewijs, proces-verbaal en mogelijke verweren

In een alcoholzaak begint de verdediging bij het proces-verbaal. Sinds 1 juli 2026 wordt het afschrift aan de geïdentificeerde overtreder, de houder van de kentekenplaat of de gebruikelijke bestuurder gezonden binnen dertig dagen, te rekenen van de datum van de misdrijven. Als identiteit of adres niet meteen kunnen worden vastgesteld, begint de termijn pas te lopen zodra dat wel kan. De advocaat gaat na of het afschrift tijdig werd verzonden en of de vaststellingen duidelijk en volledig zijn.

Voor alcoholintoxicatie is de meetprocedure belangrijk. De drempels zijn juridisch precies: 0,22 mg/l, 0,35 mg/l, 0,50 mg/l en 0,78 mg/l hebben elk hun eigen gevolgen. Bij weigering van ademtest of ademanalyse kan art. 34, § 2 Wegverkeerswet spelen. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, en bij herhaling onder art. 36, eerste lid Wegverkeerswet 4.000 tot 50.000 euro. De weigering is dus geen detail.

Voor dronkenschap gaat het bewijs niet over één ademwaarde. De politie moet de toestand beschrijven: rijgedrag, houding, spraak, evenwicht, geur, reacties, ogen, oriëntatie en andere concrete elementen kunnen meespelen. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 35 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro, met verplicht verval van een maand tot vijf jaar of voorgoed. Een goed verweer kan erin bestaan dat de vaststellingen onvoldoende precies zijn of dat medische omstandigheden een andere verklaring geven.

Ook de herhaling zelf moet bewezen worden. Het volstaat niet dat men “ooit eerder” iets met alcohol heeft gehad. De rechter moet kunnen vaststellen dat de eerdere veroordeling relevant is, dat de termijn correct is en dat de nieuwe feiten onder de juiste bepaling vallen. Dat is de reden waarom een dossier met Herhaling alcohol 2026 verzwaarde straffen vaak meer juridisch onderzoek vraagt dan een eerste alcoholzaak.

## Samenloop met drugs, snelheid, gsm of een ongeval

Alcohol komt soms niet alleen. Wanneer dezelfde bestuurder ook positief test op drugs, kan art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet een rol spelen. Dat artikel bestraft de aanwezigheid van THC, amfetamine, MDMA, morfine of 6-acetylmorfine, of cocaïne of benzoylecgonine boven de grenswaarde, aangetoond door een speekselanalyse of een bloedanalyse. Er is geen bewijs van concrete beïnvloeding vereist. Een haar- of urineanalyse is voor dit misdrijf geen wettelijk bewijsmiddel.

Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro. Dat eerste drugsmisdrijf is niveau 1 en kent geen gevangenisstraf, maar herhaling van art. 34, § 2 Wegverkeerswet, art. 35 Wegverkeerswet of art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet binnen drie jaar valt onder art. 36 Wegverkeerswet. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij die herhaling 4.000 tot 50.000 euro en geldt een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.

Een ongeval kan het dossier nog ernstiger maken. Sinds 1 september 2026 gelden in het nieuwe Strafwetboek afzonderlijke bepalingen voor doding in het verkeer en integriteitsaantasting in het verkeer. Art. 107 Sw. en art. 218 Sw. gelden bij het deelnemen aan het verkeer, niet enkel bij een ongeval, en vereisen een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. Doodt een bestuurder iemand terwijl hij in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat door substanties rijdt, dan gaat het om verzwaarde doding in het verkeer volgens art. 107/1 Sw., niveau 4.

Ook andere feiten kunnen verzwaren. Een mobiel elektronisch apparaat met een scherm vasthouden is een derdegraadsovertreding. Rood licht negeren is eveneens derde graad. Een snelheidsovertreding wordt niet in een graad ingedeeld, maar afzonderlijk geregeld. Wanneer alcohol samenvalt met een ongeval, gsm-gebruik, rood licht of zeer hoge snelheid, moet de verdediging de kwalificaties zorgvuldig scheiden. Een verkeerde vermenging van artikelen kan leiden tot een fout beeld van de mogelijke straffen.

## Wat doet de politierechter met persoonlijke omstandigheden?

De politierechter is gebonden door de wettelijke strafvork, maar beoordeelt binnen die grenzen de concrete straf. Bij niveau 2 is de gevangenisstraf de laatst te overwegen straf volgens art. 27 Sw.; de rechter moet motiveren waarom een andere straf niet volstaat wanneer hij binnen dat niveau toch een gevangenisstraf oplegt. Dat betekent niet dat een herhalingsdossier licht is, maar wel dat de keuze van straf genuanceerd moet gebeuren.

De rechter kan rekening houden met werk, zorg voor kinderen, medische opvolging, verslavingsproblematiek, de houding na de feiten, schadeherstel, de noodzaak van het rijbewijs en de vraag of er intussen maatregelen zijn genomen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om begeleiding, abstinentie, medische opvolging of aantoonbare veranderingen in rijgedrag. Wie zulke elementen wil inroepen, moet ze concreet en bewijsbaar maken; algemene verklaringen volstaan zelden.

Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij herhaling onder art. 36, eerste lid Wegverkeerswet 4.000 tot 50.000 euro. Binnen die marge kan de financiële draagkracht relevant zijn. De verdediging kan documenten voorleggen over inkomen, schulden, gezinslasten, werkloosheid of ziekte. De rechter is niet verplicht om de laagste boete op te leggen, maar een onderbouwd beeld van de draagkracht is vaak belangrijker dan een mondelinge vraag om mildheid.

Ook een werkstraf of probatiestraf kan in het debat komen, afhankelijk van het strafniveau en de concrete vordering. Bij niveau 1 duurt een werkstraf twintig tot honderdtwintig uren. Bij niveau 2 duurt een werkstraf meer dan honderdtwintig tot driehonderd uren. Een probatiestraf kan voorwaarden verbinden aan gedrag, begeleiding of behandeling. De juiste vraag is niet alleen “hoe vermijd ik een boete?”, maar vooral welke straf en welke voorwaarden de verkeersveiligheid, uw persoonlijke situatie en het wettelijke kader het best verzoenen.

## Verdediging voorbereiden: documenten, verzekering en advocaatkeuze

Een sterk verweer begint met documenten. Neem de oproeping, het proces-verbaal, het resultaat van de ademtest of ademanalyse, eerdere vonnissen, bewijs van werk en inkomen, medische stukken en eventuele attesten van begeleiding mee naar uw advocaat. Bij herhaling zijn vooral de vroegere beslissingen belangrijk: zonder zicht op de datum en de inhoud van de eerdere veroordeling kan niemand correct beoordelen of art. 36 Wegverkeerswet werkelijk van toepassing is.

Via Bereken uw boete (https://www.beboet.be/bereken-boete) krijgt u een eerste praktisch beeld van de mogelijke financiële impact, maar een calculator vervangt geen juridische analyse van het dossier. Wie meer wil weten over de algemene regels rond recidive in verkeerszaken, vindt achtergrond via Meer over Herhaling (https://www.beboet.be/herhaling). Voor bestuurders die in aanmerking komen voor wettelijke kosteloze rechtsbijstand of willen nagaan hoe bijstand wordt georganiseerd, staat er informatie via Gratis advocaat (https://www.beboet.be/gratis-bijstand), zonder dat dit afdoet aan de concrete voorwaarden van de wet.

De rechtsbijstandsverzekering in verkeerszaken betaalt meestal het ereloon van de advocaat. Die waarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of in de familiale polis. Bij een procedure kiest de cliënt zelf zijn advocaat op grond van art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. De tussenkomst blijft wel afhankelijk van de polisvoorwaarden, de waarborggrenzen en eventuele uitsluitingen, zodat het verstandig is de polis en de aangifte aan de verzekeraar tijdig te laten controleren.

Beboet.be werkt met verkeersrechtadvocaten die vertrouwd zijn met dossiers voor de politierechtbank, waaronder alcohol, dronkenschap, drugs en herhaling. Ook via het kantoor Brugge kan een dossier worden opgevolgd wanneer de procedure of de woonplaats dat praktisch maakt. Een advocaat kijkt uw dossier kort na en neemt contact met u op om te bespreken of en hoe wij u kunnen bijstaan, zonder een resultaat of slaagkans te beloven.

## Veelgemaakte misverstanden over herhaling alcohol

Een eerste misverstand is dat een Belgische alcoholveroordeling via een administratieve score op het rijbewijs zou worden verwerkt. Dat is niet zo. De gevolgen lopen via de wettelijke herhalingsregels, het strafregister, de beoordeling door de politierechter en maatregelen zoals verval van het recht tot sturen, herstelonderzoeken of een alcoholslot.

Een tweede misverstand is dat dronkenschap gewoon een hoge ademwaarde betekent. Dat is juridisch onjuist. Een hoge meting valt onder art. 34, § 2 Wegverkeerswet, terwijl dronkenschap onder art. 35 Wegverkeerswet een toestand is die uit vaststellingen moet blijken. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij beide eerste feiten 2.000 tot 20.000 euro, maar het verplichte verval verschilt: bij dronkenschap is het verval van een maand tot vijf jaar of voorgoed verplicht.

Een derde misverstand is dat de straf bij herhaling simpelweg altijd “dubbel” is. Voor alcohol vanaf 0,35 mg/l, weigering en dronkenschap werkt de herhaling via art. 36 Wegverkeerswet, met eigen bedragen en een eigen strafniveau. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij herhaling onder art. 36, eerste lid Wegverkeerswet 4.000 tot 50.000 euro. Bij een nieuwe herhaling binnen drie jaar na de tweede veroordeling kan voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 een geldboete van 8.000 tot 100.000 euro en niveau 3 volgen.

Een vierde misverstand is dat een minnelijke schikking hetzelfde is als een veroordeling. Dat is niet zo. Een minnelijke schikking is geen erkenning van schuld en geen veroordeling, ook al heeft betaling tegenover een eventueel slachtoffer een specifieke foutwerking. Of een eerdere betaling in uw dossier gevolgen heeft, moet dus zorgvuldig worden bekeken. In herhalingszaken is de exacte juridische aard van het eerdere dossier vaak beslissend.

## Lees ook

Wie met een herhalingsdossier zit, heeft vaak ook vragen over de manier waarop politierechters in het algemeen naar recidive kijken. Een nuttige aanvulling is Politierechter herhaling: typische strafmaat (https://www.beboet.be/blog/politierechter-herhaling-strafmaat), omdat die bijdrage breder ingaat op de factoren die in de strafmaat kunnen meespelen.

Alcohol en drugs kunnen in één verkeersdossier samen voorkomen of elkaar opvolgen in verschillende dossiers. Lees daarom ook Cumul alcohol en drugs: zwaarste straf bij herhaling (https://www.beboet.be/blog/cumul-herhaling-alcohol-drugs-straf) voor de specifieke aandachtspunten wanneer art. 34, art. 35 en art. 37bis Wegverkeerswet elkaar raken.

Wie vreest voor verzekeringsgevolgen na herhaalde feiten, vindt bijkomende context in Herhaling verkeer: Gevolgen & Verzekeringsweigering (https://www.beboet.be/blog/herhaling-verzekeringsweigering-polis). Die informatie is vooral relevant wanneer een alcoholveroordeling niet alleen strafrechtelijk, maar ook praktisch en financieel doorwerkt.

## Conclusie: herhaling alcohol vraagt snelle en precieze actie

Herhaling alcohol 2026 verzwaarde straffen is geen slogan, maar een reëel juridisch risico. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij een eerste inbreuk van art. 34, § 2 Wegverkeerswet 2.000 tot 20.000 euro en bij dronkenschap op grond van art. 35 Wegverkeerswet eveneens 2.000 tot 20.000 euro. Zodra art. 36 Wegverkeerswet van toepassing is, bedraagt de geldboete voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 echter 4.000 tot 50.000 euro en geldt niveau 2 met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar.

De belangrijkste controlepunten zijn de datum van de feiten, de precieze alcoholwaarde, het onderscheid tussen alcoholintoxicatie en dronkenschap, de bewijswaarde van het proces-verbaal, de eerdere veroordeling, de termijn van drie jaar, het mogelijke alcoholslot en het verplichte of facultatieve verval van het recht tot sturen. Bij een volgende herhaling binnen drie jaar na de tweede veroordeling kan het kader nog zwaarder worden. Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete dan 8.000 tot 100.000 euro en kan niveau 3 worden toegepast.

Wacht daarom niet tot de zittingsdag om uw dossier te ordenen. Verzamel uw stukken, controleer uw rechtsbijstandsverzekering, bekijk of uw polis de advocaatkosten dekt en maak een duidelijk overzicht van werk, inkomen, gezinssituatie en eventuele begeleiding. Neem contact op om te bespreken of en hoe een verkeersrechtadvocaat u kan bijstaan bij de politierechtbank, met aandacht voor zowel de straf, het rijbewijs als de praktische gevolgen van de procedure.

## Veelgestelde vragen

### Wanneer is er sprake van herhaling bij alcohol in het verkeer?

### Welke geldboete riskeer ik bij herhaling van alcohol vanaf 1 september 2026?

### Is er bij een eerste alcoholfeit ook een gevangenisstraf mogelijk?

### Wat is het verschil tussen alcoholintoxicatie en dronkenschap?

### Wanneer wordt een alcoholslot verplicht opgelegd?

### Krijg ik bij herhaling automatisch een rijverbod?

### Kan een weekendrijverbod bij herhaling alcohol?

### Telt een minnelijke schikking als eerdere veroordeling voor herhaling?

### Betaalt mijn rechtsbijstandsverzekering de advocaat in een alcoholdossier?

### Wat moet ik meebrengen naar een advocaat bij herhaling alcohol?

## Uw autoverzekering betaalt meestal uw advocaat

- De rechtsbijstandswaarborg zit bij de meeste bestuurders al in de BA-autoverzekering of de familiale polis, vaak zonder dat zij het beseffen.
- Anders dan in de meeste andere rechtstakken is dat in verkeerszaken eerder regel dan uitzondering.
- Loopt er een procedure, dan kiest u zélf uw advocaat: uw verzekeraar mag u er geen opleggen (art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen).
- Wij dienen de aanvraag in bij uw verzekeraar en rekenen rechtstreeks met hem af. Komt uw polis tussen, dan betaalt u zelf niets.

Of uw polis tussenkomt, hangt af van uw voorwaarden — denk aan een waarborgplafond, een wachttijd of een uitsluiting. Wij kijken uw polis gratis na en zeggen u eerlijk waar u aan toe bent vóór er iets opstart.

Laat uw polis nakijken (https://www.beboet.be/gratis-bijstand)

### Hulp nodig?

Bij verkeerszaken betaalt de rechtsbijstand in uw autoverzekering meestal het ereloon van uw advocaat — en u kiest zelf wie u verdedigt.

### Wettelijke bronnen

- Wegverkeerswet — wegcode.be: https://wegcode.be/
- Wegcode (KB 1 december 1975): https://wegcode.be/wetteksten/secties/kb/wegcode

Lees onze volledige gids over herhaling (https://www.beboet.be/herhaling)

## Gerelateerde artikelen

Herhaling

### Herhaling GSM-gebruik: geen art. 60 Sw.

7 okt 2026 · 28 min
https://www.beboet.be/blog/herhaling-gsm-gebruik-geen-art-60-sw

Herhaling

### Herhaling verkeer: Gevolgen & Verzekeringsweigering

26 sep 2026 · 24 min
https://www.beboet.be/blog/herhaling-verzekeringsweigering-polis

Herhaling

### Herhaling Minderjarige Bestuurders: Impact Politierechter

25 sep 2026 · 20 min
https://www.beboet.be/blog/herhaling-minderjarigen-politierechter

## Andere overtredingen

Snelheidsovertreding: https://www.beboet.be/snelheidovertreding

Alcohol: https://www.beboet.be/alcohol

Dronkenschap: https://www.beboet.be/dronkenschap

Drugs in het verkeer: https://www.beboet.be/drugs-in-het-verkeer

Vluchtmisdrijf: https://www.beboet.be/vluchtmisdrijf-straf

Herhaling: https://www.beboet.be/herhaling

GSM achter het stuur: https://www.beboet.be/gsm-achter-het-stuur

Art. 42 Rijongeschiktheid: https://www.beboet.be/rijongeschiktheid-art-42

Ongeval: https://www.beboet.be/ongeval

Overige inbreuken: https://www.beboet.be/verzekering-keuring-en-overige-inbreuken

Gedagvaard: https://www.beboet.be/gedagvaard

Rijverbod: https://www.beboet.be/rijverbod

Verkeersboete betalen: https://www.beboet.be/verkeersboete-betalen

## Structured data

```json
[
  {
    "@context": "https://schema.org",
    "@type": "Article",
    "headline": "Herhaling alcohol 2026 verzwaarde straffen",
    "description": "Herhaling alcohol 2026: art. 36 geeft bij recidive binnen drie jaar 4.000 tot 50.000 euro en niveau 2.",
    "author": {
      "@type": "Person",
      "name": "Mr. Chanel Ribas Colomar",
      "url": "https://www.beboet.be/over-ons",
      "jobTitle": "Advocaat verkeersrecht",
      "worksFor": {
        "@type": "LegalService",
        "name": "Beboet.be",
        "url": "https://www.beboet.be"
      }
    },
    "datePublished": "2026-10-08T06:02:36.853+00:00",
    "dateModified": "2026-10-12T06:39:21.753067+00:00",
    "publisher": {
      "@type": "Organization",
      "name": "Beboet.be"
    },
    "url": "https://www.beboet.be/blog/herhaling-alcohol-verzwaarde-straffen-2026",
    "mainEntityOfPage": "https://www.beboet.be/blog/herhaling-alcohol-verzwaarde-straffen-2026"
  },
  {
    "@context": "https://schema.org",
    "@type": "FAQPage",
    "mainEntity": [
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Wanneer is er sprake van herhaling bij alcohol in het verkeer?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Herhaling bij alcohol hangt af van de wettelijke bepaling die op uw dossier wordt toegepast. Voor art. 36 Wegverkeerswet gaat het onder meer om een nieuwe inbreuk op art. 34, § 2 of art. 35 Wegverkeerswet binnen drie jaar. De eerdere veroordeling, de datum ervan en de definitieve toestand van die beslissing moeten concreet worden nagegaan."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Welke geldboete riskeer ik bij herhaling van alcohol vanaf 1 september 2026?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Voor feiten gepleegd vanaf 1 september 2026 bedraagt de geldboete bij herhaling van art. 34, § 2, art. 35 of art. 37bis, § 1 Wegverkeerswet binnen drie jaar 4.000 tot 50.000 euro. Het gaat om art. 36, eerste lid Wegverkeerswet en om strafniveau 2, waardoor ook een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar mogelijk is."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Is er bij een eerste alcoholfeit ook een gevangenisstraf mogelijk?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Bij een eerste inbreuk op art. 34, § 1, art. 34, § 2 of art. 35 Wegverkeerswet gaat het om niveau 1 en staat er geen gevangenisstraf op die eerste feiten. De gevangenisstraf komt pas in beeld via de herhalingsregeling van art. 36 Wegverkeerswet of via andere, zwaardere kwalificaties wanneer het dossier meer omvat dan het alcoholfeit alleen."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Wat is het verschil tussen alcoholintoxicatie en dronkenschap?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Alcoholintoxicatie vertrekt van een gemeten alcoholwaarde, bijvoorbeeld vanaf 0,35 mg/l uitgeademde alveolaire lucht bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet. Dronkenschap volgens art. 35 Wegverkeerswet is een vastgestelde toestand, op basis van concrete politievaststellingen zoals gedrag, spraak, evenwicht en rijgedrag. Een hoge meting is dus niet automatisch dronkenschap."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Wanneer wordt een alcoholslot verplicht opgelegd?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Bij art. 34, § 2 Wegverkeerswet is het alcoholslot verplicht vanaf 0,78 mg/l uitgeademde alveolaire lucht of 1,8 g/l bloed, tenzij de rechter motiveert waarom hij het niet oplegt. Bij herhaling van art. 34, § 2 met telkens minstens 0,50 mg/l of 1,2 g/l is het alcoholslot verplicht. In andere gevallen, zoals dronkenschap of art. 36, kan het facultatief zijn."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Krijg ik bij herhaling automatisch een rijverbod?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Bij herhaling uit de limitatieve lijst van art. 38, § 6 Wegverkeerswet, waaronder art. 34, § 2 en art. 35, moet de rechter een verval van minstens drie maanden uitspreken met de vier examens en onderzoeken. Bij een volgende herhaling worden de minimumtermijnen zwaarder. De exacte duur blijft afhankelijk van het dossier en de rechterlijke beoordeling."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Kan een weekendrijverbod bij herhaling alcohol?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Een weekendrijverbod kan alleen binnen de grenzen van art. 38, § 2bis Wegverkeerswet. Het is uitgesloten wanneer de rechter een alcoholslot oplegt of wanneer het herstel van het recht tot sturen afhankelijk wordt gemaakt van examens, onderzoeken of een opleiding. In herhalingsdossiers met verplichte herstelonderzoeken is die beperking dus vaak niet mogelijk."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Telt een minnelijke schikking als eerdere veroordeling voor herhaling?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Een minnelijke schikking is geen erkenning van schuld en geen veroordeling. Of een eerder dossier een rol speelt in een nieuw alcoholdossier hangt af van de juridische aard van die eerdere afhandeling. Bij echte herhaling moet zorgvuldig worden nagegaan of er een relevante eerdere veroordeling bestaat en of de wettelijke termijn correct is toegepast."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Betaalt mijn rechtsbijstandsverzekering de advocaat in een alcoholdossier?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "In verkeerszaken betaalt de rechtsbijstandsverzekering meestal het ereloon van de advocaat. Die waarborg zit bij veel bestuurders in de BA-autoverzekering of de familiale polis. Bij een procedure kiest u zelf uw advocaat volgens art. 156 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. De tussenkomst hangt wel af van de polisvoorwaarden."
        }
      },
      {
        "@type": "Question",
        "name": "Wat moet ik meebrengen naar een advocaat bij herhaling alcohol?",
        "acceptedAnswer": {
          "@type": "Answer",
          "text": "Breng de dagvaarding of oproeping, het proces-verbaal, de alcoholresultaten, eerdere vonnissen, gegevens over uw rijbewijs, bewijs van werk en inkomen, medische documenten en eventuele attesten van begeleiding mee. Bij herhaling zijn vooral de vroegere veroordelingen belangrijk, omdat de toepasselijkheid van art. 36 Wegverkeerswet daarvan kan afhangen."
        }
      }
    ]
  },
  {
    "@context": "https://schema.org",
    "@type": "BreadcrumbList",
    "itemListElement": [
      {
        "@type": "ListItem",
        "position": 1,
        "name": "Home",
        "item": "https://www.beboet.be/"
      },
      {
        "@type": "ListItem",
        "position": 2,
        "name": "Blog",
        "item": "https://www.beboet.be/blog"
      },
      {
        "@type": "ListItem",
        "position": 3,
        "name": "Herhaling alcohol 2026 verzwaarde straffen",
        "item": "https://www.beboet.be/blog/herhaling-alcohol-verzwaarde-straffen-2026"
      }
    ]
  }
]
```